Deze week interpelleert Marc Cordeel minister-president Luc Van den Brande over het rekonversieplan voor Boelwerf Vlaanderen (zie ook blz. 22). De VLD-volksvertegenwoordiger, tevens afgevaardigd bestuurder van het gelijknamig bouwbedrijf uit Temse, vraagt zich af waar de beloofde staatssteun uit '92 (nà het eerste faillissement) jaarlijks 800 miljoen (niet-geaktualizeerd), gespreid over 20 jaar naar toe is. Hij vermoedt dat ettelijke miljarden uit deze subsidiepot, bestemd voor de scheepsbouw, overgeheveld werden naar het Limburgfonds. H...

Deze week interpelleert Marc Cordeel minister-president Luc Van den Brande over het rekonversieplan voor Boelwerf Vlaanderen (zie ook blz. 22). De VLD-volksvertegenwoordiger, tevens afgevaardigd bestuurder van het gelijknamig bouwbedrijf uit Temse, vraagt zich af waar de beloofde staatssteun uit '92 (nà het eerste faillissement) jaarlijks 800 miljoen (niet-geaktualizeerd), gespreid over 20 jaar naar toe is. Hij vermoedt dat ettelijke miljarden uit deze subsidiepot, bestemd voor de scheepsbouw, overgeheveld werden naar het Limburgfonds. Hij wil ook weten hoe de Vlaamse overheid de inlevering van de werknemers ruim 740 miljoen frank zal terugbetalen.Cordeel : "In '92 stelde de regering 10 miljard ter beschikking van Boelwerf Vlaanderen. Nu zegt ze dat Gimvindus tot en met '98 slechts een jaarlijks bedrag van 1 miljard gereserveerd heeft. Er is m.a.w. nog maar sprake van vier miljard aan middelen. Als je daar de subsidies voor de bouw van kleine schepen en de kostprijs voor de afwerking van de laatste twee opdrachten Friary en Holchem aftrekt, hou je amper één miljard voor de echte rekonversie over. Dat is bitter weinig voor een degelijke ontslagregeling voor de werknemers van Boelwerf Vlaanderen. "De Wase bouwondernemer noemt de teloorgang van de grootste Vlaamse scheepsbouwwerf dan ook een geleid faillissement : "In '92 bracht ik een groep van industriëlen bijeen om de oude Boelwerf over te nemen. We beschikten over een startkapitaal van 500 miljoen frank (voor 80 % Vlaams). Ondanks onze reputatie elke investeerder had minstens 500 mensen in dienst nam Van den Brande ons voorstel niet au sérieux en koos, conform de Limburgse Steenkoolmijnen (cfr. plan-Gheyselinck) voor de zachte dood van de scheepswerf. Zonder medewerking van een reder die bereid was een aantal bestellingen op te nemen (nvdr Cordeel zegt zo iemand in zijn groep te hebben gehad), zonder een inkrimping van het personeelsbestand (nvdr Cordeel wou slechts met 300 mensen starten, maar voorzag een verdubbeling op korte termijn) en zonder diversifikatie naar boortorens (offshore) of zware konstrukties aan land (onshore), is de scheepswerf tot zinken gedoemd. De feiten bewijzen het. "Tenslotte kwam Begemann als grote overwinnaar uit de bus, vindt Cordeel : "Vandaag is Boelwerf Vlaanderen een lege doos. Bovendien heeft de Nederlandse groep 50 % van de gronden in bezit. Daarnaast beschikt Joep Van den Nieuwenhuyzen over een put-optie. Dit betekent dat hij in april '95 zijn aandelen in Boelwerf Vlaanderen bij faillissement tegen de initiële waarde mag terugverkopen aan de Vlaamse regering. "VLD-VOLKSVERTEGENWOORDIGER MARK CORDEEL (CORDEEL) Boelwerf Vlaanderen is een geleid faillissement met de Begemann-groep alsgrote overwinnaar.