KAMERS
...

KAMERSHebben de Kamers van Koophandel nog een reden van bestaan ? Uiteraard antwoordt voorzitter Lacourt van de Nationale Federatie der Kamers voor Handel en Nijverheid van België bevestigend. In zijn voorwoord bij de uitgave Tussen beleid en belang beklemtoont hij zijn overtuiging met een verwijzing naar de rol in de regionale ontwikkeling en het omvangrijke internationale netwerk van gelijkgestemde verenigingen. Het boek kwam uit naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling. Eerder dit najaar werd in het Brusselse Algemeen Rijksarchief de geschiedenis van de Kamers toegelicht met dokumenten, schilderijen en foto's. Een flink deel ervan vinden we terug in het boek. Zo prijkt een ontmoeting van industrieel Cockerill met koning Willem I op een plechtstatige lito. Het historisch overzicht maakt en passant duidelijk dat de socialistische beweging geen monopolie had op kunstzinnige affiches, al dan niet geïnspireerd door art deco.Voor een gefundeerd antwoord op onze vraag moeten we wachten tot het laatste hoofdstuk, waarin Chantal Vancoppenolle focust op het hernieuwd elan vanaf de jaren zestig. Na de Tweede Wereldoorlog kenden vele Kamers nog slechts een sluimerend bestaan. De verstrekking van exportdokumenten bleef zowat de enige bezigheid. Dat leek de zwanezang van een instelling die in 1830 nog als adviesorgaan van de regering fungeerde. Die officiële status speelde ze al in 1875 kwijt. Er werd komaf gemaakt met de benoeming van de bestuursleden door de overheid, maar ook met de subsidies. Dat lijkt een drama, dat evenwel sterk gerelativeerd moet worden. De officiële Kamers waren immers uitgegroeid tot selekte klubjes waarin enkele machtige ondernemers de plak zwaaiden.Na 1875 traden de Kamers aan als privé-organizaties met een demokratischer karakter. Geleidelijk aan telden ze meer leden met pieken tussen 1890 en 1914, in de jaren twintig en na 1985. "Dit neemt niet weg", voegt Vancoppenolle eraan toe, "dat ekonomische depressies tot inkrimpingen hebben geleid en dat sommige Kamers het momenteel moeilijk hebben om hun ledenbestand op peil te houden. Vooral de middelgrote en grote bedrijven zijn relatief goed vertegenwoordigd. " De overleving en de zin ziet de auteur vooral in de vertegenwoordiging. De Kamers zoeken invloed in diverse instellingen. Bovendien ontpoppen ze zich steeds meer tot dynamische organizaties met een uitgebreid dienstenpakket. Naast administratie, zijn er vooral vorming en opleiding. Er is dus leven naast de cocktails, al blijven die belangrijk. Netwerkvorming en relaties, weet-u-wel.LUC DE DECKERChantal Vancoppenolle (coörd), Tussen beleid en belang. Algemeen Rijksarchief, 128 blz.POLITIEKVierde Leburton zijn premierschap maandelijks met spetterende champagnefuiven ? Hoeveel worsten leverde VdB aan het leger ? Met zulke vragen lokt Kris Hoflack de lezer. Hij bundelde lange gesprekken met de huidige en zes ex-premiers. Vooral de menselijke kant wou hij blootgraven. Echt diep geraakt hij niet. De excellenties waren niet bereid tot sensationele onthullingen. Wel onderhoudend.Kris Hoflack, De achterkant van de premier. Van Halewyck, 251 blz.WETENSCHAPDrie dozijn Nederlandse proffen willen in Radar 96 een stand van zaken in de wetenschap geven. De ontzettend heterogene bundel (zowel in stijl, toegankelijkheid als onderwerp) heeft ook aandacht voor ekonomie. Zelfs de funktiewaardering en het beloningsverschil tussen man en vrouw komen aan bod. We raden ook een essay aan over de betekenissen van management, een woord dat pas recent in onze taal opdook.Radar 96, Stand van zaken in de wetenschap. Aramith, 456 blz., 700 fr.KWALITEITIn een handboek bestemd voor kennisintensieve dienstverleners definieert de Amsterdamse konsulent Kerklaan verbetermeters als "bewust gekozen meetpunten om de ontwikkeling van een organizatie in beeld te brengen, en indien gewenst verbeterakties op gang te brengen. " De stevige struktuur en de voorbeelden maken het complexe tema verteerbaar. Een aanbeveling waard.Kerklaan (red), Verbetermeters voor dienstverleners. Kluwer, 172 blz., 1188 fr.