Brussel is geen vreemde plek voor Christophe Coppens: hij had er jarenlang als accessoireontwerper een atelier in de Dansaertbuurt. Aan zijn modeavontuur en zijn internationaal opgepikte hoedencollecties kwam na twintig jaar helaas een einde. Maar Coppens bleef actief: hij vestigde zich in de Verenigde Staten en stortte zich volt...

Brussel is geen vreemde plek voor Christophe Coppens: hij had er jarenlang als accessoireontwerper een atelier in de Dansaertbuurt. Aan zijn modeavontuur en zijn internationaal opgepikte hoedencollecties kwam na twintig jaar helaas een einde. Maar Coppens bleef actief: hij vestigde zich in de Verenigde Staten en stortte zich voltijds op een kunstcarrière. Sindsdien is er vanuit een compleet andere hoek interesse voor zijn surrealistische universum. In maart 2017 debuteerde hij in De Munt met een eerste enscenering van een opera: Foxie! van Leo? Janácek. Vanaf 8 juni komt hij terug naar Brussel voor Hertog Blauwbaards burcht, een enscenering van Béla Bartóks enige opera uit 1911. Omdat dat stuk maar een uurtje duurt, koppelen Coppens en muziekdirecteur Alain Altinoglu daar nog een ander werk van die componist aan: het erotisch getinte De wonderbaarlijke mandarijn uit 1918, het jaar dat Blauwbaard voor het eerst werd opgevoerd. Het is van 1971 geleden dat Blauwbaard in de Munt nog eens te horen was. Coppens neemt deze keer opnieuw zowel de regie, de scenografie als de kostuums voor zijn rekening. Hij ontwierp daarvoor een spiegelpaleis dat zowel dient voor Bartóks eenakter over een kasteel met zeven gesloten deuren als voor de losbandige chaos van De wonderbaarlijke mandarijn. "Ik houd ervan dat je zelf bepaalt waarnaar je op de scène kijkt en welke verhaallijn je volgt, net zoals in het echte leven", zegt Coppens. "Ik speel graag met de leesbaarheid en het gevoel dat je iets mist, omdat er meer gebeurt dan je in één keer kunt waarnemen."