De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be (1)www.natureasia.com/ch/focus/environment/ 4351179a.pdf (2) Der Spiegel, 7 maart 2005, 'The Chinese Miracle will end soon'(3) Rand, 'Fault lines in China's economic terrain', 2003
...

De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be (1)www.natureasia.com/ch/focus/environment/ 4351179a.pdf (2) Der Spiegel, 7 maart 2005, 'The Chinese Miracle will end soon'(3) Rand, 'Fault lines in China's economic terrain', 2003Als ik denk aan koude, denk ik aan Montréal. Nooit heb ik het zo koud gehad als op klantenbezoeken in deze Canadese stad. Temperaturen ver beneden min twintig graden Celsius zijn er geen uitzondering, en voeg er nog een strak noordelijk briesje bij en je staat al snel uit je vel te rillen. Het is in deze stad dat momenteel de VN-klimaatconferentie plaats heeft, die de vooruitgang van het Kyoto-protocol opvolgt. Alle deelnemers zijn ongetwijfeld vanuit alle hoeken van de wereld toegekomen met het meest vervuilende transportmiddel, het vliegtuig. Dat de luchtvaart evenwel buiten de Kyoto-normen is gebleven, kan waarschijnlijk niet los worden gezien van het feit dat het erg populair is bij mensen die dit soort protocols graag ondertekenen. Chinees mirakel: ramp voor het milieu. Normen zijn belangrijk, en sinds Kyoto wordt er veel meer over milieu gedebatteerd. Het gedrag is aan het wijzigen, er is vooruitgang. Maar waarschijnlijk heeft de stijging van de olieprijzen nog het meest bijgedragen tot de Kyoto-doelstellingen. Normen zijn nuttig, hogere prijzen hebben invloed op de vraag naar energie. Economisch is er vooral in Europa een vrij groot bewustzijn over het milieu. Dat merk je in de cijfers. De uitstoot ten opzichte van het bruto binnenlands product ligt heel wat lager dan bijvoorbeeld in de VS (zie grafiek). Deze ratio zegt iets over de energie-efficiëntie van de totale economie. Het is duidelijk dat in de opkomende landen die efficiëntie behoorlijk wat lager ligt. In China en Rusland is de economie het minst energie-efficiënt. Het is dus cynisch dat we door Kyoto 'propere lucht' zouden moeten kopen in Rusland. Dat China niet onderhevig is aan de Kyoto-akkoorden is eveneens vanuit economisch oogpunt een aberratie. Het geeft dit land een competitief kostenvoordeel. Uiteindelijk betaalt het dit wel cash terug met zijn eigen gezondheid. Volgens een recent rapport(1) van het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Nature is het dramatisch gesteld met het Chinese milieu. De helft van het rivierwater is volledig onbruikbaar, een kwart van de bevolking heeft geen toegang tot drinkbaar water. Vijf van de tien meest vervuilde steden in de wereld liggen in China. In Peking is 80 % van de dodelijke kankers te wijten aan luchtvervuiling. China is volgens dit rapport ook de drijvende kracht achter het verdwijnen van het regenwoud. Het land zelf (het vierde grootste ter wereld) heeft slechts 18 % bebossing tegenover bijvoorbeeld 60 % in Japan, en een gemiddelde in de wereld van 30 %. Er zijn 150 miljoen ecologische migranten, mensen die hun land gedwongen hebben moeten verlaten vanwege milieuproblemen(2). Een derde van de wereldwijde consumptie van vis en zeevruchten gebeurt door China, wat de aangrenzende zeeën uitput. Het moet gezegd dat per capita China minder vervuilt dan bijvoorbeeld Amerika. Niettemin is China goed voor 12 % van de wereldwijde pollutie. Een kwart van de luchtvervuiling in Californië is trouwens te wijten aan... China! De vervuilde lucht waait gewoon de oceaan over. Luchtvervuiling kent immers geen grenzen. Water, een vergeten natuurlijke rijkdom. De nonchalance van China met het milieu werd nog maar eens duidelijk een paar weken geleden toen een tachtig kilometer lange benzeenvervuiling het drinkwater van miljoenen mensen besmette. Dit brengt ons bij de impact van China op een vergeten grondstof: water. We weten dat China voor driekwart van de stijging van de olieprijzen verantwoordelijk is. Maar ook in andere grondstoffen zal het land zich laten voelen. Bijvoorbeeld in de zogenaamde 'zachte grondstoffen'. China heeft 20 % van de wereldbevolking, maar slechts 5 % van de beschikbare landbouwoppervlakte. Het land heeft ook slechts 6,6 % van de wereldreserve aan water. Als de bevolking groeit en het calorieverbruik verder toeneemt door de verstedelijking en de economische welvaart, zal het al snel een nijpend watertekort hebben (3). Nu is het gek om te spreken over waterschaarste terwijl 70 % van de aardoppervlakte bestaat uit water. Daarvan is echter slechts 2,59 % zoet water, en 2 % van die 2,59 % zit in gletsjers en poolkappen. Al meer dan de helft van het beschikbare zoetwater wordt momenteel gebruikt. Het gebruik van water stijgt veel sneller dan de bevolkingsgroei en zelfs dubbel zo snel als de economische groei. Een waterprobleem lijkt voor ons even onwaarschijnlijk als een olieprobleem voor de Saoedi's. Maar toch is een dergelijk scenario geen sciencefiction. Niet alleen in China, ook in andere landen groeit een probleem van drinkbaar water. Er zal gevochten worden voor water zoals nu voor olie. Dat laatste is een uitspraak van de voormalige secretaris-generaal van de VN, Boutros-Ghali. Niet alleen de prijs van het echte goud en het zwarte goud stijgen. Ook de prijs van het blauwe goud zal onder meer door het gele gevaar rood oplopen. Geert Noels