Twee jaar geleden leden de bedrijven die op Euronext noteerden een algemeen verlies. Dat had te maken met de economische crisis en vooral met de aanzienlijke tekorten bij de banken. De kampioen was toen Fortis, dat het boekjaar 2008 met een verlies van 28 miljard euro afsloot. Ook KBC en Dexia lieten tekorten van meerdere miljarden optekenen.
...

Twee jaar geleden leden de bedrijven die op Euronext noteerden een algemeen verlies. Dat had te maken met de economische crisis en vooral met de aanzienlijke tekorten bij de banken. De kampioen was toen Fortis, dat het boekjaar 2008 met een verlies van 28 miljard euro afsloot. Ook KBC en Dexia lieten tekorten van meerdere miljarden optekenen. Vorig jaar deden de financials het over het algemeen vrij goed. Fortis, dat een verzekeringsmaatschappij geworden is, kon weer winst maken (+1,19 miljard euro), net als Dexia (+1,01 miljard). KBC kon echter geen positieve cijfers neerzetten en liet zelfs een verlies van 2,47 miljard euro optekenen, vergelijkbaar met de cijfers van 2008. Dat tekort kan echter worden toegeschreven aan uitzonderlijke elementen zonder welke KBC een winst van 1,7 miljard euro zou hebben geboekt. Fortis is gezien zijn radicale transformatie een geval apart, maar Dexia en KBC geven perfect weer dat de fundamentals van de banksector erop vooruit zijn gegaan, in het bijzonder de netto-interestmarge. Die laatste stemt overeen met het verschil tussen de geïnde interesten op de toegekende kredieten en de kosten van de financieringen (obligaties van de bank, spaarrekeningen, interbancaire markt). Die kosten zijn grotendeels gebaseerd op de kortetermijnrente, die de rente van de Europese Centrale Bank volgt (de toonaangevende rente van de ECB ligt vast op 1 %), terwijl de kredieten grotendeels op de (hogere) langetermijnrente berusten. Bovendien hebben de financials alleen in het eerste kwartaal afwaarderingen moeten boeken op hun toxische activa en hun posities in aandelen (en bedrijfsobligaties). Ze konden zelfs minderwaarden die ze eerder moesten afboeken, opnieuw opnemen. Hun perspectieven blijven grotendeels afhankelijk van de evolutie van de herstructureringsplannen en de financiële regelgeving. In tegenstelling tot voor de crisis, zijn de banken niet langer de meest winstgevende ondernemingen van Euronext Brussel. AB InBev bleek immers het meest rendabele bedrijf, met een winst van 3,4 miljard euro, of 2 miljard euro meer dan in 2008. Dat is te danken aan de bijdrage van Anheuser Busch en aan de uitzonderlijke winsten op verkochte afdelingen. De grootste brouwer ter wereld kon echter een van de grote wereldwijde trends van het voorbije resultatenseizoen niet bevestigen: het feit dat de grote ondernemingen het beter doen. In België maakte 30,6 % van de bedrijven beter dan verwachte cijfers bekend, tegenover 72,5 % voor de S&P500, die alleen bedrijven omvat die we als groot kunnen omschrijven. Een van de voorwaarden om in die index te worden opgenomen, is immers over een beurskapitalisatie van minstens 5 miljard dollar te be-schikken. Aan die voorwaarde voldoen niet alle aandelen uit de Bel-20, de index van de grote Belgische bedrijven. De Brusselse index laat overigens heel wat betere resultaten optekenen dan Euronext Brussel in zijn geheel, want 13 bedrijven op 20 (of 65 %) konden beter dan verwachte resultaten aankondigen. De kleine en middelgrote beurskapitalisaties waren over het algemeen echter relatief optimistisch voor dit jaar en dat wijst erop dat als ze niet van het economische herstel zouden kunnen profiteren, ze toch in staat zouden moeten zijn om in 2010 op de economische cyclus mee te surfen. Dat bevestigt trouwens wat we tijdens herstelfases op de beurs kunnen zien: beleggers geven in eerste instantie de voorkeur aan de zekerheid van grote ondernemingen voor ze naar de kleinere waarden overstappen. (C) Door Cédric BoitteIn België maakte 30,6 % van de bedrijven beter dan verwachte cijfers bekend, tegenover 72,5 % voor de S&P500.