Volgende week dinsdag ontvangt de legendarische Gentse professor Marc Van Montagu samen met zijn kompaan professor Jozef Schell de prestigieuze Japan Prize voor hun baanbrekend werk op het vlak van plantenbiotechnologie. De Japan Prize, uitgereikt in aanwezigheid van de Japanse keizer, kan de vergelijking met de Nobelprijs doorstaan. Samen met andere wetenschappers - zoals Walter Fiers, om maar één naam te noemen - stonden beide professoren aan de wieg van wat in Vlaanderen op een heuse biotechcluster begint te lijken, met bedrijven als PGS en Innogenetics als kroon op het werk. Een vakbeurs kon niet lang uitblijven: nu zondag start Life Science Applications '98 in Flanders Expo. "Ze is opgevat als platform voor informatie-uitwisseling tussen enerzijds wetenschappers en anderszijds bedrijven en professionals die met biotechnologie en genetisch veranderde producten te maken krijgen," zegt Jo Bury, directeur van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor de Biotechnology (VIB). Het VIB behoort samen met consultingbedrijf ...

Volgende week dinsdag ontvangt de legendarische Gentse professor Marc Van Montagu samen met zijn kompaan professor Jozef Schell de prestigieuze Japan Prize voor hun baanbrekend werk op het vlak van plantenbiotechnologie. De Japan Prize, uitgereikt in aanwezigheid van de Japanse keizer, kan de vergelijking met de Nobelprijs doorstaan. Samen met andere wetenschappers - zoals Walter Fiers, om maar één naam te noemen - stonden beide professoren aan de wieg van wat in Vlaanderen op een heuse biotechcluster begint te lijken, met bedrijven als PGS en Innogenetics als kroon op het werk. Een vakbeurs kon niet lang uitblijven: nu zondag start Life Science Applications '98 in Flanders Expo. "Ze is opgevat als platform voor informatie-uitwisseling tussen enerzijds wetenschappers en anderszijds bedrijven en professionals die met biotechnologie en genetisch veranderde producten te maken krijgen," zegt Jo Bury, directeur van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor de Biotechnology (VIB). Het VIB behoort samen met consultingbedrijf Applied Life Science Strategies (ALSS), Flanders Expo en communicatiebureau Maes Communications tot de organisatoren van de Life Science Applications '98. JO BURY. Soja en maïs worden verwerkt in zowat 60% van de voedingsproducten die je in de winkel vindt. Plots komen schepen met transgene soja en maïs aan, en krijgt een massa mensen in de voedingssector te maken met producten waarvoor het publiek bevreesd is. Er is dus nood aan correcte informatie, niet alleen voor het brede publiek, maar ook voor het hele middenstuk tussen de wetenschap en de consument: niet alleen de voedingsindustrie en -distributie, maar ook de medische en farmaceutische nijverheid tot en met artsen, apothekers en juristen. Tot dat middenveld richt Life Science Applications '98 zich. Bedoeling is dat bezoekers een netwerk aan contacten uitbouwen. TRENDS. Deze beurs had eigenlijk jaren geleden al moeten plaatsvinden. Waaraan ligt onze achterstand tegenover de VS inzake commercialisering van biotech? Rond 1992 waren er zowat 1200 biotechbedrijven in de VS tegen amper 150 in Europa. Wetenschappelijke kennis was in Vlaanderen geen probleem toen - die was van wereldniveau - maar met de commercialisering liep het fout: er was onvoldoende risicokapitaal, er waren geen exitmogelijkheden voor investeerders, geen begeleiding van innoverende wetenschappers, geen aangepaste regelgeving en weinig informatie voor het publiek. Om die problemen op te lossen, lanceerde de Vlaamse regering in 1995 het Biotechfonds Vlaanderen - met een kapitaal van 1 miljard frank om te investeren in biotechbedrijven - en het VIB. Als koepelorganisatie kanaliseert het VIB een jaarlijkse overheidsdotatie van 920 miljoen frank naar negen universitaire onderzoeksgroepen actief in de biotech, en regelt voor hen projectfinanciering van Europese, nationale of Vlaamse instellingen. Verder regelen we octrooi-aanvragen voor onze onderzoekers, onderhandelen we met bedrijven over licenties op hun werk, of richten we zelf spin-offs op, zoals DevGen ( nvdr - zie Trends van 18 december 1997). De tijd dat een wetenschapper iets ontdekt, zijn vondst patenteert en hoopt dat een bedrijf langskomt, is lang voorbij. Toelating van een transgeen landbouwzaad vergt in de VS zes maanden, in de EU twee jaar. Gebureaucratiseerde procedures dreigen onze achterstand te vergroten.Daar moet echt iets aan gedaan worden. Niet dat het bedrijfsleven tegen strenge regels is, maar ze moeten werkbaar en toepasbaar zijn. Vergelijk het met de farmaceutische industrie: die weet perfect welke testen ze moet uitvoeren om een geneesmiddel geregistreerd te krijgen. Voor de biotechnologie zijn die testen ook uitgeschreven, maar ze in de praktijk omzetten, is een ander paar mouwen. Er zijn nog heel wat aanpassingen nodig.Zal de biotechnologie nu een oplossing bieden voor de honger in de wereld, zoals sommigen beweren?Door genetische manipulatie vermijd je plantenziekten die moeilijk te bestrijden zijn, tenzij dan met zeer zware pesticiden. Alleen al daardoor stijgt de opbrengst per hectare. Het hybride koolzaad van PGS bijvoorbeeld heeft een meeropbrengst van 20%. De wetenschappers zijn volop bezig met de ontwikkeling van gewassen bestand tegen droogte of koude, wat teelten toelaat in gebieden waar nu geen landbouw mogelijk is. Wat nog niet wil zeggen dat de biotechnologie op haar eentje de honger uit de wereld zal helpen.Zal het wantrouwen van de consument niet overslaan op de politici die er electoraal brood in zien?Daar ben ik niet bang voor. De kritische zin van de bevolking is gezond. Het is precies de rol van de overheid om het wantrouwen te neutraliseren door een degelijke reglementering. En één van de opdrachten van het VIB is om de bevolking objectieve informatie te leveren. Vandaag is de info over genetische manipulatie vaak gepolariseerd en verkleurd. Zo brachten enkele kranten vorig jaar een wild verhaal over een biotechnologisch vaccin tegen geelzucht dat deze ziekte bij kinderen zou veroorzaken in plaats van ze te voorkomen, met een golf van paniekerige moeders als gevolg. Wij hebben de journalisten toen de ware toedracht bijgebracht. Terwijl Greenpeace zich vastketent aan schepen met transgene sojabonen, weet het publiek niet wat het moet geloven. PGS is toch maar mooi aan het Duitse Agrevo verkocht. Waar staan we dan met onze Vlaamse biotechnologiecluster?Zo'n overname is niet abnormaal in een internationale business als de onze. Vlaanderen heeft dan nog het nadeel dat het fysiek klein is. Een bedrijf in de VS dat van de westkust verhuist naar de oostkust 3000 km verder, blijft Amerikaans. Verhoudingsgewijs is Duitsland toch veel dichter. Er is wat geknokt geweest om het beslissingscentrum van PGS in Gent te houden. Dat is gelukt, en bovendien is het bedrijf in Gent vergroot. De delokalisatie naar Duitsland zou een enorm verlies aan menselijk kapitaal opgeleverd hebben. Vlamingen zijn nu eenmaal niet zo mobiel als pakweg Amerikanen. En dan nog. Janssen Pharmaceutica is al sinds de jaren '60 een Amerikaans bedrijf, maar is al die tijd in Beerse gebleven. We moeten daar anders over nadenken. JOZEF VANGELDER