Botanicus Willy De Greef (43 j.), voor wie lachen een levenskunst is die hij leerde in Afrika, houdt in de verhitte publieke debatten over genetisch gewijzigd voedsel maar liefst het hoofd koel. "De discussies over dit thema monden al te vaak uit in een welles-nietesspelletje waarbij weinig ruimte wordt gelaten voor rationele argumenten." Met zijn recent opgerichte vennootschap Applied Life Science Strategies ( ALSS) wil Willy De Greef daar iets aan doen.
...

Botanicus Willy De Greef (43 j.), voor wie lachen een levenskunst is die hij leerde in Afrika, houdt in de verhitte publieke debatten over genetisch gewijzigd voedsel maar liefst het hoofd koel. "De discussies over dit thema monden al te vaak uit in een welles-nietesspelletje waarbij weinig ruimte wordt gelaten voor rationele argumenten." Met zijn recent opgerichte vennootschap Applied Life Science Strategies ( ALSS) wil Willy De Greef daar iets aan doen. "Met de invoer van genetisch gewijzigde sojabonen en maïs in onze Europese havens, bleek dat het gebrek aan kennis over dit nieuw type van producten bij de voedingsindustrie verrassend groot was," stelde De Greef eind 1996 vast. Milieubewegingen wezen met veel mediaheisa op het mogelijke gevaar van deze producten voor het milieu en voor de volksgezondheid. Halsoverkop beslisten grootwarenhuizen om genetisch gewijzigd voedsel uit de winkelrekken te bannen, zonder goed en wel te beseffen hoeveel (soms minuscule) ingrediënten in allerlei nevenproducten zijn verwerkt.Willy De Greef werkte toen bij het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie ( VIB), waar hij aangeworven was vanwege zijn opvallende veld- en bedrijfservaring. In 1977, na zijn studie aan de VUB, ging de jonge plantenbioloog een zestal jaar werken als klassieke plantenveredelaar voor Unilever in Zaïre. Eenmaal terug in België, kon hij aan de slag bij het Gentse agrobiotechbedrijf Plant Genetic Systems ( PGS), dat toen net begonnen was met zijn eerste veldevaluaties van genetisch gewijzigd koolzaad. "Ik zetelde er in allerlei nationale en internationale commissies en kreeg er te maken met zeer interessante aspecten rond regelgeving, patentering en bio-ethiek." In 1991 sloeg de Afrika-microbe bij vrijgezel Willy De Greef opnieuw toe. Hij vertrok, in opdracht van de Oost-Afrikaanse theenijverheid, naar Malawi. Daarna volgde onderzoekswerk voor het WereldNatuurfonds ( WWF) in Kameroen. Zijn praktijkervaring aldaar maakte van De Greef een realist. "Toen ik geboren werd, telde de wereldbevolking 2,7 miljard mensen. Nu zijn er dat 6 miljard en straks in de volgende eeuw 9 tot 10 miljard. We moeten kritisch op zoek naar alternatieven voor het voedingsprobleem in de wereld." Met ALSS wil hij de kennis over agrobiotech op een bevattelijke wijze helpen overbrengen. Want : "Voeding wordt een gevaarlijker wapen dan de waterstofbom," meent hij.In de trainingscursussen van ALSS wordt de evolutie, de invloed en het belang van de agrobiotech voor de voedingssector van naaldje tot draadje ontleed. "Vanuit het VIB kan zoiets niet georganiseerd worden," vindt Willy De Greef. "Het instituut zou daardoor het etiket opgekleefd krijgen dat het is verkocht aan de industrie." Dreigt ditzelfde gevaar dan niet voor ALSS ? "Neen," zegt hij resoluut. "Zonder objectieve informatie snijden we in onze eigen vingers. We leven niet alleen bij de gratie van de biotechindustrie, ook de consumentenorganisaties zijn onze cliënteel." WILLY DE GREEF (ALSS) Voeding wordt een gevaarlijker wapen dan de waterstofbom.