Op 23 juni mogen de Britten in een referendum hun stem uitbrengen over het EU-lidmaatschap. "Volgens de peilingen is er op dit moment geen meerderheid voor of tegen", zegt Geert Gielens, de hoofdeconoom van Belfius. "Dat betekent dat de onbesliste kiezers de doorslag zullen geven. Het sentiment en de gebeurtenissen in de aanloop naar het referendum zullen allesbepalend zijn. Stel je voor dat er een incident met vluchtelingen plaatsvindt enkele dagen voor de stembusgang. Het is onmogelijk de uitslag te voorspellen."
...

Op 23 juni mogen de Britten in een referendum hun stem uitbrengen over het EU-lidmaatschap. "Volgens de peilingen is er op dit moment geen meerderheid voor of tegen", zegt Geert Gielens, de hoofdeconoom van Belfius. "Dat betekent dat de onbesliste kiezers de doorslag zullen geven. Het sentiment en de gebeurtenissen in de aanloop naar het referendum zullen allesbepalend zijn. Stel je voor dat er een incident met vluchtelingen plaatsvindt enkele dagen voor de stembusgang. Het is onmogelijk de uitslag te voorspellen." Michael Saunders, een econoom van Citi, schat het risico op een brexit op 30 à 40 procent. Tot twee weken geleden dacht hij nog dat er 20 tot 30 procent kans was dat Groot-Brittannië uit de Europese Unie zou stappen. Saunders herzag zijn mening, toen duidelijk werd hoe weinig steun de Britse premier David Cameron in zijn kabinet krijgt. Vooral dat de Londense burgemeester Boris Johnson tot het ja-kamp toetrad, was een klap voor Cameron. Saunders: "Er waren al berichten in de pers verschenen dat minister van Justitie Michael Gove campagne zou voeren tegen het EU-lidmaatschap. Behalve Johnson en Gove schaarden zich nog vijf andere leden van het kabinet-Cameron achter een brexit." Het referendum zal de komende maanden veel onzekerheid veroorzaken. Gielens: "Buitenlandse bedrijven zullen investeringsbeslissingen uitstellen, terwijl Groot-Brittannië daar in belangrijke mate afhankelijk van is." Volgens The Economist trokken de Britten de voorbije jaren de meeste directe buitenlandse investeringen aan van alle landen van de Europese Unie. Ongeveer de helft van de export van de Britten gaat richting Europa, terwijl slechts 10 procent van de uitvoer van de andere EU-lidstaten naar Groot-Brittannië gaat. Een brexit zou dus in de eerste plaats een slechte zaak zijn voor de Britten, maar ook de Europese economie zou eronder lijden. Na een brexit dreigt het land ook uit de Europese Economische Ruimte te vliegen. Dat zou betekenen dat er een einde komt aan het vrije verkeer van kapitaal en goederen met de lidstaten van de Europese Unie. Gielens: "Als Groot-Brittannië in de eengemaakte markt wil blijven, zal het zich moeten schikken naar alle regels. Er is geen reden waarom de Europese Unie zich soepeler zou opstellen na de exit van het land. Europa heeft twee jaar de tijd om nieuwe handelsverdragen te onderhandelen met lidstaten die vertrekken. De kans is reëel dat het daarvoor zijn tijd neemt, wat opnieuw tot een lange periode van onzekerheid leidt." Saunders verlaagde zijn groeiverwachting voor de Britse economie naar 1,7 procent. Een maand geleden verwachtte hij nog 2 procent groei, en eind vorig jaar 2,3 procent. "Die verlaging van de prognoses weerspiegelt vooral de zwakkere vooruitzichten voor de export", legt de econoom uit. "Maar we verwachten ook dat de onzekerheid rond het referendum een negatief effect heeft op de investeringen en het consumentenvertrouwen." Na de beslissing van Boris Johnson om zich bij het brexitkamp te voegen, verzwakte het Britse pond drie dagen op rij. Het pond verloor sinds Nieuwjaar 5,5 procent tegenover de euro. "De zwakkere munt wakkert de inflatie aan, omdat producten uit het buitenland duurder worden", zegt Saunders. Een hogere inflatie betekent in principe dat de centrale bank de rente moet optrekken om de inflatie onder controle te houden. Toch verwacht Gielens niet dat de Bank of England dat snel zal doen. Een renteverhoging zou investeringen in Britse overheidsobligaties interessanter maken en het pond ondersteunen. Vorig jaar rekenden de meeste economen nog op een renteverhoging in 2016. Vandaag doen ze dat niet meer. De huidige omstandigheden maken van het Britse pond een kwetsbare munt. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel. Een zwakke Britse munt maakt het voor bedrijven met veel kosten in pond gemakkelijker om te concurreren met buitenlandse sectorgenoten. Wie investeert in aandelen, obligaties of fondsen die in pond noteren, waagt een gokje op de goede afloop van het referendum. Maar de Britse bedrijven kregen de voorbije dagen en weken niet meer te verduren op de beurs dan de beursgenoteerde ondernemingen op het Europese vasteland. Het is best mogelijk dat de zorgen over de Britse economie nog een weerslag krijgen op de Londense beurs. Onlinebrokers en banken bieden fondsen aan die uitsluitend in Britse aandelen beleggen, zoals Invesco UK Equity A en Schroder ISF UK Opportunities. Beide betalen elk jaar een dividend. U betaalt daarop wel 27 procent Belgische roerende voorheffing. U kunt ook een tracker kopen op de Britse sterindex FTSE100, zoals iShares Core FTSE100. Het voordeel daarvan zijn de lage beheerskosten (0,07%) en de lage belastingdruk (0,09% beursbelasting bij de aankoop en de verkoop). U koopt met die tracker de grootste honderd Britse marktkapitalisaties volgens hun gewicht in de index. In de top vijf van de grootste posities zitten twee oliemajors - Shell en BP - die gebukt gaan onder de lage olieprijs. Ook bijna alle actief beheerde fondsen met een focus op Groot-Brittannië hebben grote posities in oliereuzen en mijnbouwers. Er zitten ook echte indexknuffelaars tussen, die weinig afwijken van de FTSE100. De beheerders van Schroder ISF UK Opportunities durven daar wel ver van af te wijken. Daardoor is het fonds doorgaans minder blootgesteld aan de grondstoffensector dan andere Britse-aandelenfondsen. Er bestaan overigens ook fondsen die investeren in Europese aandelen, maar Britse aandelen uitsluiten. Die zijn een schuiloord voor wie Groot-Brittannië liever mijdt en de kat uit de boom wil kijken tot het referendum. Ilse De WitteHet is best mogelijk dat de zorgen over de Britse economie nog een weerslag krijgen op de Londense beurs.