Het groenboek met de strategie voor de toekomstige energievoorziening in Europa stelt al de vragen, geeft sommige antwoorden, maar is niet bij machte een concreet beleid uit te stippelen. Er zijn te veel praktische bezwaren. Men wil een grotere onafhankelijkheid van het buitenland in de energievoorziening, maar de afhankelijkheid zal tot 70% stijgen in 2030. Europa zou willen dat het energieverbruik in gebouwen en in de transportsector drastisch daalt, maar kan de vraag naar energie nauwelijks of niet beïnvloeden. Ze wil de uitstoot van broeikasgassen beperken, maar dat wordt na de mislukking van het overleg in Den Haag erg moeilijk.
...

Het groenboek met de strategie voor de toekomstige energievoorziening in Europa stelt al de vragen, geeft sommige antwoorden, maar is niet bij machte een concreet beleid uit te stippelen. Er zijn te veel praktische bezwaren. Men wil een grotere onafhankelijkheid van het buitenland in de energievoorziening, maar de afhankelijkheid zal tot 70% stijgen in 2030. Europa zou willen dat het energieverbruik in gebouwen en in de transportsector drastisch daalt, maar kan de vraag naar energie nauwelijks of niet beïnvloeden. Ze wil de uitstoot van broeikasgassen beperken, maar dat wordt na de mislukking van het overleg in Den Haag erg moeilijk.Hebben de Europese ambtenaren dan niet nagedacht? Hebben ze zomaar wat gegevens en ideeën bij elkaar gesprokkeld om toch maar een rapport te kunnen voorleggen? Het lijkt erop, maar het schetsen van de problematiek en het verstrekken van de basisgegevens is waarschijnlijk ook het enige wat ze kónden doen. Er bestaat zelfs geen embryo van een Europese energiepolitiek. De vijftien lidstaten kijken niet verder dan de eigen landgrenzen. Duitsland houdt wegens de Ostpolitik en de werkgelegenheid de bruinkoolproductie in stand. Finland heft uit bezorgdheid voor het milieu een belasting van 60% op het gebruik van steenkolen in de industrie. Italië moet van geen kernenergie weten, Nederland wil zijn kerncentrales dicht tegen 2010, Duitsland tegen 2021 en België vier jaar later. Frankrijk, Groot-Brittannië en Finland hebben nog niet beslist wat ze gaan doen. Kerncentrales zijn boemannen voor de publieke opinie, maar ze stoten geen CO 2-uit. Het jaarlijkse positieve effect is gelijk aan de uitstoot van 75 miljoen wagens. Ze zijn, voor het bereiken van de Kyoto-norm op broeikasgassen, eigenlijk onmisbaar. In dit geval kan men voorlopig de geit en de kool sparen, omdat de eerste afspraak moet worden gehaald tien jaar voor de kerncentrales sluiten. Windenergie blijft marginaal. Hernieuwbare energiebronnen zouden ons uit de moeilijkheden kunnen helpen. Maar zoals het er nu naar uitziet, zullen windenergie, zonne-energie en andere alternatieven tegen 2010 niet de verhoopte verdubbeling halen. Hun aandeel zal op 6,7% van de energieproductie blijven hangen. Twintig jaar later ligt dat nauwelijks een procent hoger. Het aandeel van de vaste brandstoffen zou dalen tot het einde van dit decennium en, als er niets gedaan wordt om de uitstoot van schadelijke gassen te beperken, daarna opnieuw stijgen. Petroleum behoudt het leeuwenaandeel in de energievoorziening, al krijgt aardgas een belangijker rol toebedeeld. De economische groei in de Europese Unie zal het energieverbruik lichtjes doen toenemen, hoewel dat efficiënter gebruik het effect sterk afzwakt. De uitbreiding van de Unie naar Centraal- en Oost-Europa zal het dan weer versterken. En dan is er nog de transportsector, volgens de studie verantwoordelijk voor 28% van de CO 2-emissies in 1998. Dat percentage stijgt nog vanwege de toename van het personenverkeer en vooral het goederenvervoer over de weg. Het vliegverkeer doet ook meer dan een duit in het zakje: hun activiteit verdubbelt tegen 2010 en die brandstof blijft vooralsnog onbelast. Geen internationaal akkoord. In het groenboek over het toekomstige energiebeleid komt men tot de conclusie dat: de afhankelijkheid van de aanvoer van energie uit landen buiten de EU stijgt naar 70% in 2030; de 12% energie uit hernieuwbare bronnen niet wordt bereikt; de Kyoto-norm niet wordt gehaald; de afwezigheid van kernenergie het probleem van de klimaatverandering op lange termijn moeilijker maakt. Ik kan begrijpen dat men het in die omstandigheden niet meer ziet zitten en er zijn op Europees niveau weinig of geen mogelijkheden om er iets aan te doen. De Sixth Conference of Parties (COP6) in Den Haag had meer druk op de ketel kunnen zetten, maar bij gebrek aan een internationaal akkoord wordt dat moeilijk. De Commissie hoopt toch nog een overeenkomst met de Verenigde Staten te kunnen bereiken, al lijkt dat met George W. Bush als president eigenlijk uitgesloten. De kans dat er tussen de lidstaten een akkoord kan worden gesloten om toch alleen het objectief te halen, verkleint dan evenzeer. Zolang de economische groei op peil blijft, bestaat er nog een kans dat er middelen worden vrijgemaakt ter stimulering van energiebesparing en investeringen in emissievrije of emissiearme energiebronnen, en dat toch een stukje van het beleid wordt gerealiseerd. Of de lidstaten ook bereid zullen zijn om extra belastingen (of heffingen) op energie op een gecoördineerde manier in te voeren, zonder dat dit leidt tot concurrentievervalsing, is zeer de vraag. De lidstaten blokkeren al jaren een voorstel van een minimumheffing op energie. Mogelijk heeft de staf van de Europese Commissie het idee in België opgepikt, maar in het groenboek wordt gesuggereerd dat de winstgevende energiesector (klassieke elektriciteitsproducenten en petroleummaatschappijen) een bijdrage, in de vorm van een heffing, zou moeten leveren om de alternatieve energieproductie op gang te helpen. Als je de markt de beslissing laat nemen, komt er immers nooit wat van. De klassieke bronnen zijn vergeleken bij de kosten voor het inzetten van hernieuwbare energie, ondanks de verdriedubbeling van de olieprijs, nog steeds relatief goedkoop, zo vindt de Commissie. Je moet de markt dus een handje helpen met subsidies voor het ene en belastingen voor het andere. Regeling voor goedkopere elektriciteit. De bedrijven, die al blij waren met de daling van de elektriciteitsprijzen als gevolg van de liberalisering van de Europese markt, zitten niet te wachten op maatregelen die hun energierekening opnieuw doen stijgen. Ze willen echter dat er nu snel werk wordt gemaakt van een soepele regeling voor het aanleveren van (goedkopere) elektriciteit uit andere lidstaten, dat de harmonisering van de gaskwaliteit er spoedig doorkomt, en dat de Commissie de gasproducenten ervan overtuigt dat ze hun prijzen moeten loskoppelen van de olieprijzen. Daar zou ik nu zelf ook wat aan hebben. De auteur is sinds 1990 European Affairs Officer bij Ford Motor Company en was voordien in de pers en de financiële wereld actief.huib crauwels