De ministerraad van vrijdag 28 april staat in het teken van de verhoging van de koopkracht. Een nieuwe belastinghervorming, lastenverlagingen en prijsbeperkingen staan op het programma. Maar socialisten en liberalen raken het moeilijk eens over welke cadeaus er mogen worden uitgedeeld. Het zag er bij het afsluiten van deze rubriek (dinsdagmiddag) naar uit dat de échte beslissingen verdaagd worden naar de begrotingscontrole in juni.
...

De ministerraad van vrijdag 28 april staat in het teken van de verhoging van de koopkracht. Een nieuwe belastinghervorming, lastenverlagingen en prijsbeperkingen staan op het programma. Maar socialisten en liberalen raken het moeilijk eens over welke cadeaus er mogen worden uitgedeeld. Het zag er bij het afsluiten van deze rubriek (dinsdagmiddag) naar uit dat de échte beslissingen verdaagd worden naar de begrotingscontrole in juni. Inzake de belastinghervorming leek er een principieel akkoord over de zogenaamde jobkorting: de verhoging van het beroepskostenforfait. Maar socialisten en liberalen verschillen nog van mening over de manier waarop. De liberalen, en vooral minister van Financiën Didier Reynders (MR), willen ook het belastingvrije minimum en het maximumbedrag voor de aftrek van kinderopvang optrekken. Maar de PS gunt Reynders nauwelijks het licht in de ogen, dus dat wordt een moeilijke bevalling. Aan de kant van de concurrentiekracht wil de regering-Verhofstadt de lasten voor nacht- en ploegenarbeid verder verlagen. Maar de socialisten willen in ruil een blokkering van de prijsstijgingen voor energie, huur en verzekeringen. Dat laatste is wenselijk noch makkelijk realiseerbaar. Het verhogen van de nettolonen van werkenden is een goede maatregel op zich. Het verkleint de werkloosheidsval (want er ontstaat een groter verschil tussen uitkeringen van werklozen en het nettoloon van werkenden). Werken wordt zo dus aantrekkelijker. De achterliggende filosofie is dat een verhoging van het nettoloon de matiging van de loonkosten bespreekbaar moet maken wanneer de sociale partners in het najaar starten met hun interprofessionele overleg, gevolgd door het overleg in de sectoren. Die besprekingen moeten leiden tot een loonakkoord voor de periode 2007-2008. De recentste cijfers uit Duitsland tonen aan dat die discussie erg belangrijk is. In Duitsland heeft de metaalsector een zogenaamd 'duur' akkoord gesloten: 3 % loonsverhoging voor de volgende dertien maanden. Wanneer dit akkoord de norm wordt voor heel Duitsland, gaat de concurrentiepositie van België nog steeds met 1,3 % achteruit, berekende Paul Soete van Agoria al. Loonkosten zijn belangrijk, bevestigt Remi Boelaert, hoofdeconoom van Agoria (zie blz. 30): "Sommigen zeggen dat de loonkosten niet het probleem zijn, maar dat we gewoon andere dingen moeten gaan doen. Zeg me eens hoe? Het is vooral zaak de klassieke dingen te blijven doen en ze beter te doen." Boelaert wil ook niet oneindig blijven "zeuren" over de loonkosten. Hij geeft aan dat andere zaken belangrijk zijn. Daarom zijn de door Verhofstadt aangekondigde maatregelen om de arbeidsmarkt flexibeler te maken minstens even belangrijk. Het belet niet dat de sociale partners in het najaar een loden verantwoordelijkheid hebben om de lovenswaardige beloften uit het competitiviteitsakkoord van eind april om te zetten in maatregelen. De regering zou hiervoor beter de lastenverlaging en verhoging van nettolonen als pasmunt houden. Maar ja, er komen gemeenteraadsverkiezingen in oktober en je kunt uiteraard niet verwachten van politici dat ze een verhoging van het nettoloon aankondigen na de verkiezingen. En dus wordt de timing juni en niet november-december. Wanneer de sociale partners dan aan tafel gaan zitten, is de buit voor de werknemers al binnen. Guido Muelenaer