Ze zijn met 94 en studeren op de campus van het Poolse Natolin, waar de Oost-Europese broer van het Brugse Europa College is gevestigd. "Een select clubje van globetrotters, binnen een kosmopolitische, multiculturele wereld," zo bestempelt Trends-redacteur Wolfgang Riepl deze jonge elite van eurocraten-in-spe (zie blz. 68). Hij sprokkelde hun meningen over een van de grootste uitdagingen waarmee de Europese Unie, haar inwoners en bedrijven vandaag worden geconfronteerd: de toetreding van tien Centraal- en Oost-Europese kandidaat-lidstaten, respectievelijk in 2004 en 2007.
...

Ze zijn met 94 en studeren op de campus van het Poolse Natolin, waar de Oost-Europese broer van het Brugse Europa College is gevestigd. "Een select clubje van globetrotters, binnen een kosmopolitische, multiculturele wereld," zo bestempelt Trends-redacteur Wolfgang Riepl deze jonge elite van eurocraten-in-spe (zie blz. 68). Hij sprokkelde hun meningen over een van de grootste uitdagingen waarmee de Europese Unie, haar inwoners en bedrijven vandaag worden geconfronteerd: de toetreding van tien Centraal- en Oost-Europese kandidaat-lidstaten, respectievelijk in 2004 en 2007. De vraag is relevant. Bij ons heerst er nuchter realisme en scepsis over de uitbreiding, maar wat denken de kinderen van de Big Bang zelf over de Europese droom? Hoe kritisch staan zij tegenover de unie met haar democratisch deficit, haar Amerikaanse onderdanigheid, haar acuut gebrek aan een eenvormige buitenlandvisie, haar onopgeloste immigratievraagstuk, haar spilzieke landbouwbeleid en vaak kafkaiaanse administratie van vetbetaalde Brusselse bureaucraten en paladijnen? De vraag kan ook anders worden gesteld. Wat mogen die nieuwe Europeanen verwachten van een herenigd Europa, een regio waar een van de belangrijkste pijlers van ons gemeenschappelijke culturele erfgoed nagenoeg compleet door maatschappelijke erosie is weggevreten? Of zoals Luc Devoldere, hoofdredacteur van Ons Erfdeel, het in Knack formuleerde: waar "in goed een generatie tijd een tweeduizend jaar oude traditie bijna geruisloos is verdwenen: de christelijke traditie in haar katholieke gedaante". Alvast één merkwaardige vaststelling is dat de euforie over het Europese ideaal zienderogen slinkt naarmate de landkaart opschuift van het warme zuidoosten naar het killere noordoosten. "In Bulgarije wordt de toetreding geïdealiseerd," merkt de 24-jarige Elena Kamilarova op. Maar prompt voegt ze eraan toe: "Bulgarije is gewoon niet klaar voor de EU. Het uitstel tot 2007 is niet meer dan logisch." In landen zoals Hongarije en Tsjechië groeit de euroscepsis, en dit is niet zo evident voor een bevolking die decennialang monddood werd gehouden. "Hongarije heeft nog twintig jaar achterstand op Duitsland," stelt de 25-jarige Hongaar Istvàn Németh nuchter vast. In de Baltische staten is het eerder pragmatisme troef: "De Europese Unie is nooit een droom geweest. We hebben gewoon ons rekenwerk gemaakt, gekoppeld aan een kosten-batenanalyse," zegt de 23-jarige Litouwer Audrius Poviliunas. Als we zien met welk een economische handicap én maatschappelijke tweedeling (de animositeit tussen de Ossi's en de Wessi's) Duitsland nog steeds zit opgezadeld, meer dan één decennium na zijn eenmaking, dan hoeven we ons geen illusies te maken. Er staat de Europese Unie nog een zware periode voor de boeg. Al hoeft dit niet tot onverdeeld pessimisme te leiden. Er komt namelijk een jeugd aanzetten - de toekomstige eurocraten en kaderleden van Estland, Letland, Litouwen, Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Bulgarije en Roemenië - die aan den lijve heeft mogen ondervinden tot welk een economische ravage decennia van al te rigide overheidsingrijpen en centraal gestuurde planeconomie kunnen leiden. En recentelijk hebben zij ook, samen met het Amerikaanse en West-Europese bedrijfsleven, kunnen vaststellen wat de gevolgen zijn van een door Enronitis en burn-out besmet neoliberaal marktdenken. Zij kunnen hieruit wijze lessen trekken en - wie weet - ons van de dwanggedachte afhelpen dat een Europees project alleen maar kan slagen als het is afgestemd op pure efficiency en zakelijkheid.Piet Depuydt, Hoofdredacteur [{ssquf}]Misschien kan de jonge Oost-Europese elite ons van de dwanggedachte afhelpen dat een Europees project alleen kan slagen als het is afgestemd op pure efficiency en zakelijkheid.