Stel, je bent bijna zestig, nagenoeg een kwarteeuw actief in de tapijtensector en je krijgt de kans om de nummer één van Duitsland over te nemen. Een koopje, zeg maar. Een schuldenvrije overname, voor 20 % van de omzet. Je kunt je eigen mannetjes aan het hoofd van de zaak zetten, ouwe getrouwen. En je hebt een brief van ABN Amro op zak waarin de bank stelt dat ze bereid is om het volledige overnamebedrag te betalen in ruil voor een participatie van 27,5 % in je investeringsvehikel.
...

Stel, je bent bijna zestig, nagenoeg een kwarteeuw actief in de tapijtensector en je krijgt de kans om de nummer één van Duitsland over te nemen. Een koopje, zeg maar. Een schuldenvrije overname, voor 20 % van de omzet. Je kunt je eigen mannetjes aan het hoofd van de zaak zetten, ouwe getrouwen. En je hebt een brief van ABN Amro op zak waarin de bank stelt dat ze bereid is om het volledige overnamebedrag te betalen in ruil voor een participatie van 27,5 % in je investeringsvehikel. Doen? Vandaag zou 80 % van de ondernemers 'neen' antwoorden. Duitsland geldt al lang niet meer als de motor van de Europese economie. Met een reële inflatie die tussen 0,5 % en 0 % schommelt, flirt het land zelfs met de deflatiegrens (zie blz. 40). Maar in de lente van 2000 zou een meerderheid nog twijfelen tussen 'ja' en 'misschien'. Toen sloeg de motor nog aan en scheerde de beurs van Frankfurt hoge toppen. Dus kochten Luc Geuten en Léon Seynave in juli 2000 50 % van de Duitse tapijtengigant Frick en namen ze kort daarna nog twee kleinere spelers over. Hun omzet in de tapijtenbranche verdubbelde, de Europese markt wenkte. Maar dan kwam de klap. De Duitse markt zakte in de zes daaropvolgende maanden met 20 % in elkaar. In allerijl trok ABN Amro zijn financieringsvoorstel in. Het brak het ondernemersduo zuur op. Hun overkoepelende holding Mitiska maakte zwaar slagzij en heeft de voorbije maanden niet minder dan 66 miljoen euro liquiditeiten moeten ophoesten om de schuldenlast af te betalen. "Ik beschouw Duitsland als de zwaarste tegenvaller in mijn ondernemersloopbaan," blikt Luc Geuten vandaag met zijn kompaan terug op dit debacle (zie blz. 32). Beiden wijzen de tegenvallende conjunctuur aan als een van de oorzaken. Maar ze zijn ook niet te beroerd om zelf enkele mea culpa's te slaan. En die persoonlijke biecht is leerrijk: * "We zijn te cijfermatig te werk gegaan en hebben te weinig naar de mensen gekeken," zo stelt het duo. * "We hadden ons moeten beperken tot één overname, namelijk Frick en niet drie."* "We hadden moeten kiezen voor een partner, want om een cash drain van 10 tot 12 miljoen euro te slikken, moet je de ruggengraat van een grote speler hebben."* En tot slot: "We hebben gekocht tegen iemand anders en dat hadden we niet mogen doen."De hele Frick-operatie was ingegeven door het feit dat de keten Saint-Maclou - uit de Groupe Auchan - dankzij de overname van zijn Britse concurrent Allied Carpets een cruciale positie had verworven bij de leveranciers. Een van de pistes was dat Mitiska in Duitsland zou doorgroeien en Saint-Maclou in Groot-Brittannië. "Daarna konden we misschien gaan praten om er samen iets groots van te maken dat ook op wereldvlak iets zou betekenen," zo liet Luc Geuten zich tijdens het drie uren lange gesprek met Trends ontvallen. De Harelbekenaar heeft samen met zijn kompaan opnieuw de touwtjes in handen genomen bij Mitiska. Uitrusten in een mas in de Provence of een villa aan de Spaanse costa - de ultieme fin-de-carrière voor steeds meer Belgen (zie blz. 64) - is er voor het duo nog niet bij. Beiden nemen het filosofisch op. "Panta rhei" (alles stroomt), zo citeert Luc Geuten de Griekse wijsgeer Herakleitos. Van diezelfde wijsgeer is ook de uitspraak bekend: "De weg omhoog en de weg omlaag is een en dezelfde."Piet DepuydtLuc Geuten en Léon Seynave over hun faliekant afgelopen overnameavontuur in Duitsland: "We hebben gekocht tegen iemand anders en dat hadden we niet mogen doen."