Het toepassingsgebied van de wet over de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten wordt verruimd. De wet heeft betrekking op contracten tussen twee personen die in eigen naam en voor eigen rekening werken, waarbij rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding moet worden betaald. Ze was onder meer van toepassing op franchisingovereenkomsten en schrijft voor dat de partij die het recht verschaft (de franchisegever) minstens één maand voor het afsluiten van de commerciële samenwerkingsovereenkomst aan de andere partij (de franchisenemer) het ontwerp van de overeenkomst meedeelt. Daarnaast moet het zogenoemde afzonderlijke document worden bezorgd, dat gedetailleerde inlichtingen geeft over alle belangrijke contractuele bepalingen en een rist van financiële, commerciële en jurid...

Het toepassingsgebied van de wet over de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten wordt verruimd. De wet heeft betrekking op contracten tussen twee personen die in eigen naam en voor eigen rekening werken, waarbij rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding moet worden betaald. Ze was onder meer van toepassing op franchisingovereenkomsten en schrijft voor dat de partij die het recht verschaft (de franchisegever) minstens één maand voor het afsluiten van de commerciële samenwerkingsovereenkomst aan de andere partij (de franchisenemer) het ontwerp van de overeenkomst meedeelt. Daarnaast moet het zogenoemde afzonderlijke document worden bezorgd, dat gedetailleerde inlichtingen geeft over alle belangrijke contractuele bepalingen en een rist van financiële, commerciële en juridische gegevens, zoals het marktaandeel, jaarrekeningen, lasten en investeringen. De toepassing van de wet op franchiseovereenkomsten werd algemeen aanvaard. Dat gold niet voor de overige vormen van commerciële samenwerking. De partijen stonden er vaak niet bij stil. De sancties voor het niet nakomen van de precontractuele informatieplicht wegen zwaar. De verkrijger van het recht kan de nietigheid van de samenwerkingsovereenkomst eisen binnen een periode van twee jaar na het sluiten ervan. Daarnaast heeft hij het recht contractuele bepalingen nietig te doen verklaren als ze niet in het documentatiedocument zijn vermeld. Op die nietigheid staat geen verkorte termijn van twee jaar. Het toepassingsgebied van de verplichting wordt aanzienlijk verruimd via een aantal -- op het eerste gezicht lichte -- aanpassingen van de definitie van een 'commerciële samenwerkingsovereenkomst'. Onder de regelgeving over de precontractuele informatie vallen voortaan alle overeenkomsten tussen meerdere personen, "waarbij de ene persoon het recht verleent aan de andere om bij de verkoop van producten of de verstrekking van diensten een commerciële formule te gebruiken" in de vorm van een gemeenschappelijke merknaam, een gemeenschappelijke handelsnaam, een overdracht van know-how of via commerciële en technische bijstand. Sinds 31 mei kunnen ook handelsagentuur-, makelaars- en commissieovereenkomsten te maken krijgen met de verplichting van de precontractuele informatie. De schrapping van de vergoedingsverplichting zorgt er daarnaast voor dat ook distributieovereenkomsten gemakkelijker onder de nieuwe regels vallen. Maar wanneer zal er precies sprake zijn van het gebruik van een "commerciële formule"? Of wat moet precies worden verstaan onder een "gemeenschappelijke handelsnaam" of "commerciële bijstand"? Dat zal afhangen van geval tot geval. De rechtspraak of de rechtsleer moeten dat mee concreet maken. Bij veel bedrijven zal een gevoel van onzekerheid ontstaan. Moeten ze die verplichting tot precontractuele informatie wel of niet toepassen op hun commerciële overeenkomsten? Gaan ze de wet veiligheidshalve toch maar toepassen, of nemen ze het risico die regelgeving buiten beschouwing te laten? En is het eigenlijk nodig dat de wet een ruimere toepassing krijgt? Die vragen zullen ongetwijfeld een impact hebben op de manier waarop partijen de onderhandelingen over een commerciële samenwerking voeren. Ook tijdens de samenwerking zullen die regels nog een rol spelen. Partijen zullen minstens gedurende één maand aan handen en voeten gebonden zijn voordat ze een definitieve verbintenis mogen aangaan, terwijl dat vroeger op een drafje werd afgehandeld. Bij elk voorstel tot wijziging aan de ontwerpovereenkomst op initiatief van de verlener van het recht begint bovendien een nieuwe termijn van één maand te lopen. Hoe meer de overeenkomst al vanaf de eerste ontwerpversie in orde is, hoe minder tijd de partijen verliezen. Dat is een eenvoudige, maar vrij ingrijpende toepassing van het principe 'bezint eer ge begint'. Dirk Berckmans is advocaat van Monard D'Hulst. Deze bijdrage werd geschreven samen met Sam Bishop. DIRK BERCKMANSDe ruimere toepassing van de wet op precontractuele informatie zal bij veel bedrijven onzekerheid veroorzaken.