In december keurde het parlement nieuwe beperkingen goed in de samenwerking tussen bedrijfsrevisoren en andere cijferberoepen. Ze gelden vanaf begin dit jaar voor 'organisaties van openbaar belang', zoals beursgenoteerde vennootschappen, kredietinstellingen, verzekeraars en herverzekeraars. "Zo'n 350 ondernemingen moeten de samenwerking met hun bedrijfsrevisor grondig herbekijken", voorspelt Thierry Dupont, voorzitter van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR).
...

In december keurde het parlement nieuwe beperkingen goed in de samenwerking tussen bedrijfsrevisoren en andere cijferberoepen. Ze gelden vanaf begin dit jaar voor 'organisaties van openbaar belang', zoals beursgenoteerde vennootschappen, kredietinstellingen, verzekeraars en herverzekeraars. "Zo'n 350 ondernemingen moeten de samenwerking met hun bedrijfsrevisor grondig herbekijken", voorspelt Thierry Dupont, voorzitter van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR). Na drie mandaten van drie jaar, eventueel verlengd met een nieuwe periode van negen jaar (mits een aanbesteding werd georganiseerd), zijn organisaties van openbaar belang verplicht van auditkantoor te wisselen. Indien twee auditkantoren samen als commissaris optreden ('jointaudit'), moet dat pas na 24 jaar. De kantoren die in 2017 het laatste jaar van hun mandaat uitoefenen en dat nog twee keer verlengen, moeten in 2023 vervangen worden. "De volgende zes jaar moeten onze klanten zich dus voorbereiden", zegt Tom Meuleman, ondervoorzitter van het IBR en bedrijfsrevisor bij PwC. "Het is uiteraard ook mogelijk dat er al eerder gewisseld wordt, op vraag van de klant of onder druk van buitenlandse regels." Er zijn ook nieuwe regels over de mogelijkheid om in een organisatie naast de audit ook andere diensten aan te bieden. Voortaan mag voor elke euro die een organisatie van openbaar belang uitgeeft aan zijn bedrijfsrevisor, maximum 70 cent voor andere diensten worden gegeven. Vroeger was de verhouding een tegenover een. Momenteel mogen de collega's in de netwerken van de auditkantoren al een aantal diensten helemaal niet uitoefenen. Die 'verboden diensten' houden verband met het voeren van de boekhouding, de interne controle, de interne audit, de rekrutering of de waardering van elementen van de balans. Voortaan geldt dat ook voor de juridische en het gros van de fiscale diensten. Advocatenkantoren die met de auditkantoren verbonden zijn, mogen die diensten in het kader van een auditopdracht evenmin uitvoeren (zie kader Advoccountants weer onder vuur). Piet Vandendriessche, CEO van Deloitte Belgium, voorspelt dat zijn auditklanten de andere diensten van zijn organisatie "serieus moeten inperken". Hij denkt echter niet dat zijn auditafdeling (105 miljoen op 432 miljoen omzet), die het grootste aandeel van de organisaties van openbaar belang controleert (21%), ernstige klappen zal krijgen. "Ik verwacht veel commerciële verschuivingen tussen de grote vier", voorspelt hij. "Maar omdat we allemaal min of meer evenveel controles bij dat soort organisaties uitvoeren, zal er aan het einde van de rit weinig veranderen." "We zullen heel veel auditklanten verliezen", voorspelt Koen Maerevoet, managing partner van KPMG België, waar de bedrijfsrevisoren 68 miljoen van de 140 miljoen omzet voor hun rekening nemen. "Maar omdat dat ook het geval is bij de collega's, zal het effect niet per se negatief zijn." De overgang van het ene naar het andere kantoor kan stroef verlopen wegens de gespecialiseerde materie. Rudi Braes, CEO van EY België en Nederland, heeft het al meegemaakt. Twee jaar geleden verplichtte de Nederlandse wetgeving aan 1600 juridische entiteiten om van auditor te veranderen. Prompt verloor EY belangrijke klanten, zoals Rabobank, Aegon, ING en andere financiële instellingen. Het kreeg wel toppers als Philips, Shell en KPN erbij. "Het was een gigantische, ongelooflijk complexe oefening", getuigt Braes. "Onze bancaire auditors in Nederland moesten plots auditopdrachten uitvoeren van niet-banken. Een ander gedeelte doet nu advies- in plaats van auditopdrachten bij banken en verzekeraars. Of ze werken op nieuw gewonnen audits in Nederland of voor het buitenland. Alle auditors moesten from scratch een onderneming doorlichten. Dat betekende enorme inloopkosten voor EY, die het niet onmiddellijk kon doorrekenen." De Belgische wet regelt de omzetting van een Europese richtlijn en verordening die in 2014 werden uitgewerkt door Michel Barnier, Europees commissaris voor Diensten en Interne Markt. "Elk land heeft zijn eigen rotatietijd en verboden diensten", signaleert Isabelle Meunier, gewezen topmedewerker van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, die PwC aantrok om de wijziging te begeleiden. "In Frankrijk is er bijvoorbeeld een verplichte jointaudit. Italië kent een niet-verlengbare rotatie na negen jaar. In Nederland is er naast een rotatie elke tien jaar ook een totaalverbod op het aanleveren van diensten naast de audit." In de VS is er geen rotatieverplichting, maar Amerikaanse banken en verzekeraars die in de Europese Unie gevestigd zijn, moeten zich wel aan de nieuwe regels onderwerpen. Meunier bekijkt vanuit Brussel wereldwijd waar de PwC-klanten actief zijn en geeft op basis daarvan advies. Zo verloor de auditafdeling van haar organisatie AB InBev, omdat Brazilië een rotatieverplichting invoerde. "De Europese Commissie heeft ondertussen ook ingezien dat er een correctie nodig kan zijn", zegt ze. "Maar ondertussen moeten we wel met de nieuwe wetten leven." "Er is veel onzekerheid in de markt", weet ook Veerle Catry, managing partner van BDO Bedrijfsrevisoren. "Klanten maken momenteel een inventaris van de dienstverlening in België en in het buitenland. Ze vragen hun advocaat of hun consultants of ze hun auditor kunnen behouden en krijgen soms totaal verschillende antwoorden." "In elk geval zal in de kantoren een grotere scheiding ontstaan tussen de audit en de andere adviseurs", denkt Maerevoet (KPMG). "Onze fiscalisten en juristen zullen veel sterker een eigen cliënteel moeten uitbouwen, dat niet verbonden is aan de audit. We zullen misschien wat kritischer moeten zijn bij het aanvaarden van mandaten als bedrijfsrevisor. Ik denk niet dat we een tak moeten afstoten, maar op termijn moeten we de rol van de audit herdefiniëren." "Ik zal het nooit publiek toegeven, maar door de nieuwe regelgeving dreig ik klanten te verliezen", aldus een partner van de Big Four, die geen bedrijfsrevisor is. "De meest logische stap is dat we afscheid nemen van elkaar en een aparte organisatie op poten zetten." "Voor onze auditors is de aanwezigheid van fiscalisten, juristen, IT'ers en andere specialisten essentieel om een beter zicht te krijgen op de jaarrekening op basis van hun eigen specialisatie", repliceert Rudi Braes van EY België, waar de audit goed is voor 40 procent van 287 miljoen omzet. Als dat netwerk zou wegvallen, moet die expertise van elders komen. "Dat zal wegen op de factuur", rekent Yves Vandenplas, managing partner PwC, waar op 263 miljoen euro omzet de audit 80 miljoen voor zijn rekening neemt. Ook na de invoering van de Amerikaanse Sarbanes Oxley-wet, die in 2002 de samenwerking tussen de auditors en andere beroepen regelde, beslisten een aantal consultants en bijna alle advocatenkantoren van de Big Four zich uit hun organisatie terug te trekken. "Of we weer een audit only-beweging krijgen, hangt van de houding van de toezichthouders af", meent Yves Vandenplas. "Onze adviesafdeling is vandaag opnieuw meer dan drie keer zo groot als de audit. Ook werken we weer nauw samen met een advocatenkantoor, Law Square." Naast de juristen, moeten ook de fiscalisten zich aanpassen aan de nieuwe situatie. "De tijd dat je een bedrijfsrevisor binnenhaalde en zijn collega's mee binnendruppelden, is voorbij", zegt Vandenplas. "De fiscalisten moeten op een andere manier leren te jagen." De organisaties van openbaar belang moeten hun bedrijfsrevisor ook anders aanwerven, via een aanbesteding bij meerdere kantoren. Die moeten informatie geven over de prijs, hun werkmethode en het aantal uren dat ze denken te moeten presteren. "Bij elke rotatie zal er druk op de fles komen", voorspelt Maerevoet (KPMG). "Klanten zullen betere voorwaarden willen onderhandelen. Het wordt een opgave om onder commerciële druk de kwaliteit te behouden." De omschakeling zal geld kosten, meent Rudi Braes (EY): "Ter voorbereiding van een aanbesteding moet je de onderneming grondig bestuderen om een kwalitatief dossier in te dienen. Als je het niet haalt, moet je die kosten afschrijven." "De keuze van een nieuwe bedrijfsrevisor wordt professioneler", weet Meunier (PwC). "Vooral voor de grote kantoren is dat een goede zaak, want ze zijn beter uitgerust om wereldwijd geïntegreerde audits uit te voeren. De nieuwe situatie vraagt ook nieuwe investeringen in IT, die vooral grote kantoren aankunnen." Europees commissaris Barnier had gehoopt dat zijn hervorming de macht van de Big Four zou beperken en ruimte zou geven aan onafhankelijke kantoren. "In Nederland gebeurde net het omgekeerde", meldt Rudi Braes. "De meeste grote bedrijven in Nederland die een auditor hadden buiten de grote vier, stapten uiteindelijk over naar een van hen. De wat kleinere kantoren konden zich voor de rotatie nog handhaven bij grote groepen, omdat ze die al jaren door en door kenden. In een rotatiesysteem vallen bedrijven liever terug op de spelers met een uitgebreid internationaal netwerk, die kunnen investeren in toptechnologie. Het gevolg was dat heel wat kleinere kantoren hun grote cliënten verloren aan de Big Four. Dat kan in België ook gebeuren." Nikolas Vandelanotte, managing partner van het gelijknamige auditkantoor, heeft de keuze al gemaakt. "Auditors van organisaties van openbaar belang vallen onder het exclusieve toezicht van de FSMA", redeneert hij (zie kader Toezicht door FSMA). "Dat is uitgebreider dan voor andere auditkantoren en betekent ook meerkosten. Wij laten die markt dus links liggen. Er zijn in Vlaanderen genoeg mooie, grote kmo's die onze diensten vragen." BDO Bedrijfsrevisoren, goed voor de audit van 5 procent van de betrokken organisaties, blijft zich internationaal op de kaart zetten als een alternatief voor de Big Four. Toch verloor het in de Nederlandse rotatiebeweging klanten. Veerle Catry bekijkt het positief: "De grote kantoren hadden in Nederland ook te weinig mankracht om het extra werk op te vangen en de gestegen kwaliteitscontrole vertaalde zich in hogere commissies. Heel wat werk stroomde bijgevolg naar de iets kleinere auditkantoren, zoals het onze. Die laatste kunnen een alternatief vormen voor de niet audit-diensten, die verboden zijn voor de Big Four. Afwachten wat dat geeft in België." De rotatie en de digitalisering zullen de concentratiebeweging in de sector versnellen. Vandenplas: "Minder mensen leveren meer werk, ondersteund door machines. Die doen het minder prettige werk en detecteren cijfers en transacties die meer uitleg behoeven. Denk aan het onderzoek naar de manier waarop de hypotheekleningen bij een bank tot stand gekomen zijn. Vroeger moest je heel wat papier doorzoeken, maar die preselectie gebeurt nu digitaal. Het intellectuele werk gebeurt door andere en minder mensen." "Er zal nog heel wat bewegen de komende jaren", voorspelt Braes. "Het beroep van bedrijfsrevisor zal zijn wat saaie imago kwijtraken. Het wordt sexyer. Er is meer verandering en er moet meer geknokt worden om cliënten. Ook het werk wordt interessanter. Nu start een jonge bedrijfsrevisor met de handmatige routinecontrole van stukken en doet hij zo ervaring op. Die analyse wordt over minstens drie jaar deels overgenomen door een IT-netwerk. Dan is de vraag hoe we onze jonge medewerkers kunnen laten overschakelen van basis naar top." Hans Brockmans"We zullen heel veel van onze auditklanten verliezen, maar het effect zal niet per se negatief zijn" - Koen Maerevoet (KPMG) "Er is veel onzekerheid in de markt" - Veerle Catry, BDO Bedrijfsrevisoren