Vroeger droomden twaalfjarigen ervan vrachtwagenchauffeur, brandweerman of vliegtuigpiloot te worden, nu hebben ook zij al ingezien waar het in deze wereld om draait. Ze willen rijk worden. Daarom breekt Felix Blum zijn spaarpot en zet zijn luttele marken op een spaarrekening. Samen met zijn vriend Peter gaat hij het gras maaien bij buren en kennissen om de rekening aan te dikken. Hij wil niet in hetzelfde stramien lopen als zijn ouders. Vader, nota bene hoofd van de economiebijl...

Vroeger droomden twaalfjarigen ervan vrachtwagenchauffeur, brandweerman of vliegtuigpiloot te worden, nu hebben ook zij al ingezien waar het in deze wereld om draait. Ze willen rijk worden. Daarom breekt Felix Blum zijn spaarpot en zet zijn luttele marken op een spaarrekening. Samen met zijn vriend Peter gaat hij het gras maaien bij buren en kennissen om de rekening aan te dikken. Hij wil niet in hetzelfde stramien lopen als zijn ouders. Vader, nota bene hoofd van de economiebijlage van een krant, moet immers de vakantiereis annuleren omdat het gezin een nieuwe auto nodig heeft en het dak hersteld moet worden. Met zulke taferelen en bedenkingen begint Felix en het grote geld, volgens de ondertitel een roman "over rijk worden en andere belangrijke zaken". Met dit boek maakt Nikolaus Piper (1952) zijn debuut, al is hij het schrijven al vele jaren gewoon als wetenschapsredacteur bij de Süddeutsche Zeitung. Het boek is een schot in de roos. In Duitsland gingen al nagenoeg 300.000 exemplaren de deur uit. Op het eerste gezicht lijkt het idee nochtans gedoemd tot mislukken: via een avonturenverhaal wil Piper tien- tot veertienjarigen introduceren in de wereld van de financiën, bedrijven en economie. Veel gras hoeven de twee knapen niet te maaien. Ze vinden immers een schat en ontmoeten een muziekhandelaar, die evenveel verstand heeft van muziek als van beleggen. Ze gaan zelfs geld verdienen met de handel in opties op grondstoffen. Maar ook een aantal dubieuze figuren krijgen hun groeiende rijkdom in de gaten. Als aasgieren cirkelen ze om hen heen.Ondertussen leren ze van een oude muzikant niet alleen wat er gebeurde tijdens het Hitler-bewind, maar ook welke verpletterende rol de beurs en inflatie kunnen spelen. Piper slaagt er wonderwel in de begrippen eenvoudig en wolkeloos helder duidelijk te maken, al zien we zijn boek niet meteen gelezen worden door tienjarigen. Beginnen bij twaalf- tot dertienjarigen (eerste jaar middelbaar) lijkt realistischer en waarschijnlijk vindt het boek meer afzet bij volwassenen die het heimelijk zullen lezen om sommige economische onderwerpen nu eens aangenaam simpel uitgelegd te krijgen. Hetzelfde mechanisme verklaarde ook al het eclatante succes van De wereld van Sofie. In interviews wijst Piper weliswaar op de grote verschillen tussen de megaseller van Jostein Gaarder en zijn werk, maar hij kan moeilijk ontkennen dat zijn boek een (zeer) hoog Sofie-gehalte heeft. Dat is hier niet eens pejoratief bedoeld. Nikolaus Piper, Felix en het grote geld - Roman over rijk worden en andere belangrijke zaken. Bert Bakker, 300 blz., 795 fr.LDD