Natuurlijk is 2009 een moeilijk jaar", erkent Renaud Benté-geat, CEO van de beursgenoteerde aannemingsgroep CFE. "En natuurlijk werpt deze crisis een schaduw op ons bedrijf. Maar we hebben de schade beperkt omdat we een veelzijdige onderneming zijn. Heel wat buitenlandse bouwbedrijven kreunen onder de crisis omdat ze hun eieren in één mand hebben gelegd, zoals het optrekken van kantoren of speculatie in vastgoed in het Midden-Oosten. Ons risico is gespreid. Het belangrijkste nieuws is dat er geen spectaculair nieuws is. Want dat betekent in tijden van crisis dikwijls slecht nieuws."
...

Natuurlijk is 2009 een moeilijk jaar", erkent Renaud Benté-geat, CEO van de beursgenoteerde aannemingsgroep CFE. "En natuurlijk werpt deze crisis een schaduw op ons bedrijf. Maar we hebben de schade beperkt omdat we een veelzijdige onderneming zijn. Heel wat buitenlandse bouwbedrijven kreunen onder de crisis omdat ze hun eieren in één mand hebben gelegd, zoals het optrekken van kantoren of speculatie in vastgoed in het Midden-Oosten. Ons risico is gespreid. Het belangrijkste nieuws is dat er geen spectaculair nieuws is. Want dat betekent in tijden van crisis dikwijls slecht nieuws." CFE Group maakte onlangs de nieuwe cijfers bekend. De geconsolideerde omzet in de eerste helft van 2009 bedraagt 777 miljoen euro, een daling met 7 procent tegenover die periode in 2008. Het boekte een nettoresultaat van 5,2 procent. Het aandeel kreeg een klap door op zijn laagtepunt in maart twee derden van zijn waarde te verliezen. Het schommelt nu met 35 euro rond de helft van een jaar geleden. De analisten zijn positief over de prestaties van het aandeel. CFE is met een jaaromzet van 1,728 miljard (waarvan 46 % zuivere bouwwerken) als Belgische aannemer iets kleiner dan Besix. Dat bedrijf boekt het gros van zijn 2,1 miljard vooral in het buitenland. Het orderboekje van CFE bedraagt 2,1 miljard (2,3 miljard begin 2009). De bouwpoot is goed voor 952 miljoen opdrachten, een daling met liefst 158 miljoen. De bouwpoot is met stevige aannemingsbedrijven, zoals MBG, Bageci, BPC, Amart en Van Wellen, de sterkste, maar zijn nettoresultaat (11,2 miljoen in het eerste semester) is amper een derde van de groep. Toch is een bedrijfscashflow van 5 procent behoorlijk en zelfs met 2 procent gestegen tegenover 2008. Bentégeat wijt de versterking onder meer aan grote inspanningen in bouwmethodes en efficiëntie, die sinds drie jaar aan de gang zijn. "We bereiden onze werven beter voor. Vroeger kregen we een opdracht en trokken onze ingenieurs onmiddellijk ter plaatse. Nu denken we langer na over de inzet van materieel, middelen en mensen. Dat leidt tot hogere marges." Bentégeat signaleert dat sommige aannemers in deze crisis onder de prijzen gaan om hun machines toch maar draaiende te houden. "We willen niet per se werken binnenhalen tegen om het even welke prijs", zegt de Bretoen. "Ik accepteer dus dat onze algemene kosten niet optimaal gedekt worden door de inkomsten. Veel liever dat dan verlieslatende werven. We gaan achteruit qua omzet, maar al bij al is de situatie beheersbaar." Binnen de bouwdivisie bleef het niveau van de Belgische en Nederlandse bouwactiviteiten op peil. Zo was heel België getuige hoe MBG de voorbije maanden langs de E19 meewerkte aan de spoorverbinding van Antwerpen naar Zaventem. CFE Nederland kreeg dan weer een opdracht voor de bouw van een lng-terminal in Rotterdam. "Vroeger bestond bijna driekwart van ons orderboekje als aannemer uit gebouwen. We hebben dat roer de voorbije jaren omgegooid en zijn bijna voor twee derde actief met burgerlijke bouw en infrastructuur. Heel wat groepen proberen nu snel het geweer van schouder te veranderen nu de sector in problemen zit, maar zo snel bouw je die expertise niet op." Het bankencentrum Luxemburg, waar CFE de voorbije drie jaar sterk had ingezet, kreeg het echter moeilijk. In 2008-2009 verkocht CFE het project Climmolux aan Fidentia Real Estate Investments van Albert Frère. In Centraal-Europa - vijftien maanden geleden door Bentégeat nog bejubeld na een bezoek aan de Mipim-vastgoedbeurs - is de situatie zo mogelijk nog penibeler. "We hebben er in de eerste acht maanden van dit jaar geen enkele deal gesloten. We werken er immers vooral voor de privésector. Die heeft bij gebrek aan kredieten alle werven zo goed als stilgelegd." CFE beschikt over 140 miljoen langetermijnkredietlijnen, waarvan 105 miljoen ongebruikt, om in te spelen op nieuwe kansen. Bentégeat is optimistisch. "We krijgen nu de eerste signalen dat de situatie in Centraal-Europa stilaan verbetert. We tekenden met een financiële instelling de voorbije weken nog een contract van meer dan 30 miljoen in Hongarije. Twee industriële aanbestedingen in Polen zijn volop aan de gang. Er is geen euforie, maar ik zie een trendverschuiving. Ik verwacht trouwens in Polen tegen 2012 - als het Europees kampioenschap voetbal plaatsvindt - zeker een sterke herleving van de bouwsector, onder meer door de infrastructuurwerken." Hoewel de bouw dan wel de grootste divisie van CFE is, wijzen analisten erop dat zijn baggerpoot twee derde van de waarde levert. De Société Générale de Dragage van CFE fuseerde in 1974 met wat toen nog een sectorgenoot was, Ackermans & van Haaren, om Dredging International te vormen. Ze hebben elk de helft van de aandelen van het herdoopte DEME. DEME boekte het eerste semester een omzetdaling van 10 procent (647 miljoen). Een en ander was het gevolg van de annulering van het contract voor de uitbreiding van Port Rashid in Dubai, een contract van 286 miljoen euro, en het uitstel van London Gateway, een havenontwikkelingsproject aan de Theems met een waarde van 400 miljoen. Er zitten nog andere werken in de pijplijn, zoals het baggeren van het Panamakanaal aan de kant van de Atlantische Oceaan (de andere kant is al binnen), een contract van ongeveer 300 miljoen euro. Ook de bouw van een brug tussen Qatar en Bahrein staat op het verlanglijstje. Met 2,1 miljard euro orders, 76 miljoen minder tegenover begin 2008, heeft DEME al een stevige uitgangspositie voor het moment dat de markten weer aantrekken. Op dat moment kan het investeringsplan van een half miljard (2008-2012) ten volle renderen. Toch waren de commentatoren wat teleurgesteld over de resultaten van DEME. "Daar begrijp ik niks van", zegt Bentégeat. "Het heeft een bedrijfscashflow van 19 procent. Daar kunnen heel wat ondernemers vandaag alleen van dromen. Een en ander is een gevolg van de strategie die DEME-topman Alain Bernard, Luc Bertrand van Ackermans & van Haaren en ikzelf enkele jaren geleden hebben uitgewerkt. DEME moet de risico's geografisch en sectormatig te spreiden. Ons grote voordeel is dat we in het Midden-Oosten minder gestuurd werden door vastgoedprojecten, zoals de kunstmatige eilanden. Dubai heeft erg te lijden gehad onder de zeepbel in dit segment." Naast baggerwerken doet DEME vandaag ook milieuactiviteiten en maritieme werken, de plaatsing van windturbines. Zo liet het vorige maand nog het jumbohefeiland Goliath te water. DEME ontving dit jaar bestellingen uit Abu Dhabi, Oman, Brazilië, Venezuela, Nigeria en Rusland. "In tegenstelling tot onze concurrenten hebben we veel minder zwaar gespeeld op de hype in het Midden-Oosten", zegt Alain Bernard opgelucht. DEME draaide nooit meer dan 22 procent van zijn omzet in deze regio. Voor sommige concurrenten was dat meer dan de helft. "Een Jan De Nul kan misschien heel zijn gewicht in de schaal werpen en sneller dan ons beslissen op schakelmomenten", zegt Bernard. "Bij ons verloopt het beslissingsproces met onze twee aandeelhouders wat stroever, maar wel doordachter. CFE en AvH zijn stabiliserende factoren voor DEME. Ik zie Renaud Bentégeat en Luc Bertrand een keer per maand. En altijd samen. Ik kreeg van hen de garantie dat we nooit meer dan een derde van onze winst als dividend uitkeren. Twee derde blijf dus in het bedrijf." "DEME is het meest onafhankelijke bedrijf in onze groep. Primo is het een zeer specifieke sector. Secundo zijn er twee gelijkwaardige aandeelhouders", zegt Bentégeat. Is CFE op die manier eigenlijk niet meer dan een tussenholding, zonder veel toegevoegde waarde? Zou de Franse sectorgenoot Vinci - dat toch 46,8 procent van CFE bezit- niet beter rechtstreeks participeren in DEME? "Mensen die dat zeggen, weten niet hoe onze groep werkt", verdedigt Bentégeat. "CFE is een onafhankelijk bedrijf, met een belangrijke referentieaandeelhouder, Vinci. Dat - goed voor drie bestuurders bij CFE - zal ons niet positioneren om zijn eigen strategie mee te ondersteunen. Daar zullen ikzelf en de vier onafhankelijke bestuurders, sinds kort ook Mobistar-voorzitter Jan Steyaert, wel op toekijken. Die onafhankelijke positie geldt ook voor de relatie tussen DEME en CFE." Alain Bernard ziet in de link met CFE/Vinci ook een voordeel. "De meeste concurrenten hebben geen nauwe band met een bouwbedrijf. Als wij met CFE of een ander bedrijf uit het spectrum van Vinci samenwerken - overigens nooit een verplichting - zullen problemen vlugger worden opgelost. Zeker voor complexe werken is de ervaring van Vinci bovendien soms een troef bij een aanbesteding." Bij CFE hebben vooral de zwakke kleinere broertjes van de bouw- en baggerpoot het moeilijk. De ontwerp- en bouwwerken van de Liefkenshoekspoortunnel in Antwerpen en van de Coentunnel in Amsterdam zijn van start gegaan en de werken aan de parking in Turnhout, ontwikkeld in samenwerking met Vinci Park, zitten in de laatste fase. "Geef deze divisie tijd", argumenteert Bentegéat. Ook de bouw, de financiering en het onderhoud van de gevangenissen zal onder deze poot komen, net als de Oosterweelverbinding (zie kader Geen kruis over Oosterweelverbinding). Ook de divisie multitechnieken presteert zwak. Het orderboekje nam af van 112,1 miljoen tot 91,3 miljoen. Het nettorendement dook bij een stabiele halfjaaromzet (64 miljoen) in het rood (-0,6 miljoen). Terwijl de werken aan het spoor het nog goed doen, kreeg de bouwer van airconditioningsystemen Druart klappen. "We werken aan een reorganisatie", zegt Bentégeat. De activiteit vastgoedontwikkeling en -beheer van CFE staat op hold. Het resultaat daalde het eerste semester tot 0,6 miljoen euro (-0,8 miljoen). "We hebben wel het voordeel dat we niet op de kantorenmarkt actief zijn, want die lijdt relatief hard onder de crisis. Ik maak me echter geen zorgen en verwacht al beterschap tegen het einde van dit jaar. We merken bijvoorbeeld dat er sinds augustus weer interesse is voor ons project La Réserve in Knokke. Het is toch een goed teken dat 21 van onze 71 appartementen - startend vanaf 700.000 euro - al verkocht zijn. Voor mij toch een teken dat de conjunctuur fundamenteel aan het omdraaien is. Wij staan alvast klaar voor de herleving van de economie." Door Hans Brockmans/Foto Thomas de Boever