eXtra informatie op www.trends.be
...

eXtra informatie op www.trends.be Op de website brengen we een studie van de American Bar Association over de effecten van de declaratie per uur door advocaten.Onlangs belde een cliënt zijn advocaat, vennoot van een groot Brussels kantoor, met de mededeling dat hij een factuur van 25.000 euro voor een paar A4'tjes advies over fiscale amnestie toch wel wat hoog vond. Op de vraag van zijn raadsman welk ereloon hij dan wel acceptabel vond, antwoordde hij: "De helft." "Hij ging zonder dralen akkoord," aldus de verbouwereerde cliënt, een bedrijfsjurist van een grote organisatie (die op zijn anonimiteit staat). "Denk niet dat ik ooit nog naar een kantoor stap dat zomaar eventjes met 100 % overfactureert."Pascal De Roeck, voorzitter van het Instituut voor Bedrijfsjuristen (dat vandaag, 18 november, de Dag van de Bedrijfsjurist viert) heeft zoiets nog niet meegemaakt. Hoewel. "Vroeger reageerde een advocaat soms geschokt als we het ereloon in vraag stelden," zegt De Roeck, de general counsel van Belgacom. "Taboes zijn verdwenen. Vandaag bekijken we elk kwartaal of de factuur binnen de afspraken blijft. Zoniet, vragen we uitleg en als die voldoet, blijft het daarbij. Maar als blijkt dat er te veel uren van juniors worden aangerekend die zich nog moeten inwerken in de materie, grijpen we in. En dan kan zo'n factuur met 10 tot 25 % dalen." Paul de Jonge, managing director van Legal BenchMarket International in Den Haag, kent dit soort verhalen. "Slechts één segment binnen de bedrijven blijft gespaard van kostenbesparingen: de inkoop van juridisch advies. De aankoop gebeurt niet door de aankoopdienst, maar door de bedrijfsjurist. Die krijgt vrij spel. Ons bedrijf garandeert dat we elke advocatenfactuur met 15 % kunnen laten dalen." Legal BenchMarket is al drie jaar actief als bemiddelaar tussen bedrijven en advocatenkantoren. Als een onderneming voor een bepaald project (herstructurering, beursnotering, overname...) juridische diensten wil inhuren of permanent een bedrijfsadvocaat zoekt, tast De Jonge de markt van de advocatenkantoren af. In antwoord op een gedetailleerde vraag naar bepaalde diensten, maken de advocatenkantoren (meestal zo'n 25) hun biedprijs bekend. Op basis van een sterkte-zwakteanalyse selecteert de klant in samenspraak met De Jonge zijn kantoor. Als de prijs tussen de duurste offerte en de uiteindelijke keuze met 15 % of meer verschilt, int Legal BenchMarket een fee van 25 % van het uitgespaarde bedrag. De Jonge: "Meestal kost de duurste advocaat tweemaal zoveel als degene die geselecteerd wordt. Je zal dat kantoor maar als huisadvocaat hebben."De general counsel van Belgacom - dat meer dan 2000 hangende rechtszaken heeft - werkt met maar liefst 25 kantoren. De vaste kantoren zijn, naargelang van het type van dossiers, Eubelius, Altius, Lawfort en het Londense Olswang (voor mededingingsrecht). "We organiseren ook beauty contests voor specifieke gevallen," aldus De Roeck. "Het gebeurt dan wel eens dat zo'n advocaat in de twintig minuten van zijn presentatie amper details geeft over wat hij zal leveren voor een bepaalde prijs. Maar de meeste kantoren in België begrijpen intussen wel dat bedrijfsjuristen ook gevoelig zijn voor kosten." In een eerste fase maakt Legal BenchMarket niet bekend voor welke onderneming ze op zoek is. Dat leidt soms tot een gênante situatie. De Europese dochter van de Amerikaanse chemiegigant DuPont moest na een joint venture met een Turks bedrijf meer dan 1100 patenten over heel Europa registreren en drie jaar laten controleren op inbreuken. Het bedrijf vond de vraagprijs van haar advocatenkantoor (8 miljoen euro) voor die opdracht te hoog en schakelde Legal BenchMarket in. Bleek dat de huisadvocaat de prijs in de eerste ronde al met 900.000 euro had laten zakken. "Dan heb je wel iets uit te leggen aan je klant," grinnikt De Jonge. In dit geval kwam de klant er veel goedkoper van af. Het geselecteerde kantoor (uit Zweden) wilde het werk leveren voor 2,2 miljoen euro. De afgelopen twee jaar realiseerde Legal BenchMarket liefst 7 miljoen euro besparingen bij ondernemingen. Meestal wordt het bedrijf ingeschakeld door de chief executive officer (CEO) of een ander directielid, niet door de general counsel. Waarom houden bedrijfsjuristen krampachtig vast aan hun huisadvocaat? De Jonge: "Plots veranderen, houdt een risico in, omdat het nieuwe kantoor minder vertrouwd is met het bedrijf. Ook zal een bedrijfsjurist meestal kiezen voor een gereputeerd (maar duur) kantoor, dat ook zijn CEO uit de boekjes kent." Een ondernemingsadvocaat uit Limburg: "Bedrijfsjuristen willen liefst de naam van een groot kantoor aan de voorkant van het dossier. Dan kan zo'n bedrijfsjurist bij een eventuele mislukking zijn paraplu opentrekken en naar zijn 'merk'-advocaat wijzen. Dat kan minder snel als hij met een minder bekend - zelfs even goed - kantoor uit de provincie werkt. Let wel: hier in Hasselt vragen we 110 tot 150 euro per uur, terwijl Allen & Overy, Stibbe en tutti quanti tot driemaal zoveel vragen." Bij Stibbe schrikt managing partner Olivier Clevenbergh. "Er bestaan heel wat misvattingen over erelonen. De moeilijkheidsgraad van het dossier, de specialisatie en de ervaring van de advocaat bepalen de kostprijs. Ik wil niet pretentieus zijn tegenover onze Hasseltse confraters, maar alleen een kantoor als Stibbe kan bepaalde domeinen aan met een maximum aan efficiëntie. Het kan gebeuren, zelfs met een hoger uurtarief, dat het totale ereloon lager uitvalt. Omdat specialisten het dossier behandelen, moeten zij zich niet steeds inwerken in de materie voor ze aan het werk gaan." Wat de erelonen betreft, is er ook een paradox. Hoewel advocaten van de klassieke kantoren doorgaans beter verdienen dan hun lokale of kleinere concurrenten, halen ze dikwijls de eindmeet in de procedure die Legal BenchMarket organiseert. De Jonge: "Alle grote kantoren hebben al gereageerd wanneer ik hen aanschrijf om te concurreren voor een groot contract. Dat zullen sommige in alle toonaarden ontkennen, omdat ze zich beschouwen als de Louis Vuittons van de advocatuur. En een Louis Vuitton verkoop je niet op de markt." Dat ze dikwijls winnen, kan volgens De Jonge te maken hebben met twee factoren. Blijkbaar laat hun kostenstructuur toch toe dat ze opereren tegen lagere prijzen. En dwingt concurrentie hen om zelf te sleutelen aan hun kostenstructuur en onnodige uitgaven te vermijden. "Door onze tussenkomst liggen de Vuittons plots de helft goedkoper op de markt. Uit de enorme verschillen in erelonen blijkt alvast dat er geen prijsafspraken zijn op de markt van juridisch advies." Olivier Clevenbergh is alvast niet geneigd zijn erelonen te verlagen, "behalve in specifieke omstandigheden". "Het niveau van onze erelonen is verantwoord," klinkt het ferm. "Aangepaste dienstverlening en kwaliteit hebben een prijs. Met correcte erelonen trekken wij talentvolle en gemotiveerde medewerkers aan. Zo verzekeren we onze cliënten dat wij als full-servicekantoor ook internationaal service en kwaliteit kunnen leveren in complexe dossiers."Risicoaversie is één reden waarom een bedrijfsjurist een duurdere advocaat kiest. Een ons-kent-ons-argument kan ook gelden. De Jonge: "De bedrijfsjurist en de advocaat zijn dikwijls goede maatjes, die in dezelfde clubs zetelen of ooit confraters waren in hetzelfde advocatenkantoor. Een medewerker die bij zo'n kantoor vertrekt naar de privé-sector, is geen verlies maar een potentiële klant. En wie denk je dat de bedrijfsjurist inschakelt als zijn zoon 's nachts wordt opgepakt wegens dronkenschap? En waarom houden de grote bedrijfsadvocaten soms een amper rendabele praktijk familierecht in leven?"Pascal De Roeck: "Ik neem aan dat Paul de Jonge het over Nederland heeft. Ik zit alvast niet in de clubs van mijn advocaten. Ik kan me wel indenken dat de CEO van een KMO wel eens een beroep doet op een advocaat die hij privé ook kent. En je zal me niet horen beweren dat geen enkele bedrijfsjurist zijn privé-zaken regelt met de huisadvocaat."De Jonge wijst erop dat de omzet van heel wat advocatenkantoren onder druk staat door het gebrek aan grote corporate deals. Bovendien gingen (ook in België) veel kantoren op in grote internationale kantoren, waar advocaten meer omzet moeten genereren om het niveau van partner te halen. In Nederland had dat (veel minder dan in België, waar niet alle vennoten het statuut van equity partner hebben) een enorme stijging in erelonen tot gevolg. "Het lijkt wel of ze het bedrag dat ze vroeger declareerden in guldens, vandaag in euro inbrengen," becijfert De Jonge. Ook het zogenaamde padding (de uren van het advies de hoogte injagen) is volgens De Jonge geen uitzondering. Enkele jaren geleden kwam het kantoor Clifford Chance in verlegenheid toen uit een uitgelekte nota bleek dat de vennoten jaarlijks 2200 uren moesten inbrengen. "Dat niveau is onhaalbaar, met alle gevolgen van dien," aldus De Jonge. Hans BrockmansEen factuur van 25.000 euro voor een paar A4'tjes juridisch advies over fiscale amnestie? Het gebeurt. Legal BenchMarket International in Den Haag garandeert dat het elke advocatenfactuur met 15 % kan laten dalen.