Met veel spierballenvertoon voerden de leden van de fraudecommissie een resem maatregelen op die Financiën en het gerecht slagvaardig moeten maken in de strijd tegen fiscale fraude. In plaats van de zware artillerie boven te halen, zou het parlement beter de bestaande juridische wapens in handen geven van getalenteerde jagers onder leiding van een efficiënt gerecht.
...

Met veel spierballenvertoon voerden de leden van de fraudecommissie een resem maatregelen op die Financiën en het gerecht slagvaardig moeten maken in de strijd tegen fiscale fraude. In plaats van de zware artillerie boven te halen, zou het parlement beter de bestaande juridische wapens in handen geven van getalenteerde jagers onder leiding van een efficiënt gerecht. Commissieleden willen meer onderzoeksmogelijkheden voor de fiscale administratie, snellere procedures, de banken harder aanpakken en hen zelfs inschakelen in de recherche. Dat lijkt een vlucht vooruit. Het parlement kijkt beter even achterom. De politici zijn immers mee verantwoordelijk voor de invoering van allerlei regels in onleesbare, dubbelzinnige en met hiaten doorweefde wetten. Dat leidt ertoe dat het wettelijke kader ontbreekt tot Cassatie jaren later knopen doorhakt. Het beste voorbeeld zijn de fiscale wetten. Die zijn zo ingewikkeld, dat enkel een zeer gemotiveerde of misschien net naïeve flik het opneemt tegen zeer gespecialiseerde en veel beter betaalde topadvocaten als Reinhold Tournicourt of Johan Verbist. Omdat het gerecht minder snel scoort met fiscale fraude, zal het eerder bankrovers dan staatskasrovers opsporen. Een ander euvel zijn de overvloed aan correctionele maatregelen die in de rand van nieuwe (sociale, milieu-, vennootschaps- en andere) regels worden ingeschreven. Het parket kan de vloed van nieuwe maatregelen onmogelijk afdwingen en verzuipt in het werk. Justitie krijgt zo activiteiten opgedrongen die haar kerntaken ver overstijgen. De wetgever kan meehelpen om de naar schatting 10 miljard euro aan gefraudeerde belastinggelden te recupereren, door het gerecht de kans te geven zich te concentreren op reële misdrijven. Voorts moeten de miljoenen voor de informatisering van Justitie eindelijk efficiënt aangewend worden (en niet verspild, zoals onder de paarse regeringen gebeurde). Er is te veel tijd verloren aan consultatierondes. De belangrijkste maatregel die de fraudebestrijding kan stroomlijnen, is een efficiënter personeelsbeheer. Het gaat echt niet op dat sommige magistraten en leden van de griffie op de ene rechtbank feitelijk een vierdaagse werkweek hebben, terwijl elders de dossiers jarenlang blijven liggen door gebrek aan mankracht. Een fusie van arrondissementen en rechtbanken (eerste aanleg, koophandel, arbeidsrechtbank) dringt zich op. Dat vergt tijd. Echter: nu al kunnen magistraten, parketten en rechercheurs over de grenzen heen met gespecialiseerde teams de financiële en fiscale fraude aanpakken. Die teams mogen zich niet vastrijden in randdossiers (zoals in de zaak-Beaulieu), maar ze moeten zich concentreren op de hoofdfraude (zoals in Lernout & Hauspie). Procesmanagement heet dat. De commissie wil ten slotte ook suggesties doen om Financiën te hervormen. Voor dat departement volstaat één maatregel. Vervang Didier Reynders. (T) Door Hans Brockmans