Denemarken is de volgende in een lange rij landen die de pensioenleeftijd optrekt. De Deense regering, gesteund door de oppositie, besliste dat vanaf 2027 de pensioenleeftijd 67 jaar in plaats van 65 wordt.
...

Denemarken is de volgende in een lange rij landen die de pensioenleeftijd optrekt. De Deense regering, gesteund door de oppositie, besliste dat vanaf 2027 de pensioenleeftijd 67 jaar in plaats van 65 wordt. Eerder al besliste het Verenigd Koninkrijk om de pensioenleeftijd in stappen op te trekken van 65 naar 68 jaar in 2046. Duitsland gaat naar 67 jaar in 2029. Andere landen deden hetzelfde, maar die zaten wel met een pensioenleeftijd lager dan 65 jaar. Finland en Zweden hebben een flexibel systeem aangenomen, zodat er geen wettelijke pensioenleeftijd meer bestaat. In België staat zo'n verhoging niet op de agenda. Het moet er eerst voor zorgen dat de reële pensioenleeftijd, circa 58 jaar, meer in de buurt van de wettelijke leeftijd komt. Het Generatiepact probeert dat op te lossen, maar stelt inhoudelijk erg weinig voor. Veel wordt verwacht van een mentaliteitswijziging die het pact zou moeten veroorzaken. Hopen kan natuurlijk nooit kwaad. In Nederland wordt ook nagedacht over een verhoging van de pensioenleeftijd. Maar Nederland toont ook aan dat pensioenen een gevoelig thema zijn. De socialistische PvdA van Wouter Bos heeft het plan opgevat om de aanvullende privépensioenen belastingplichtig te maken. De oppositie heeft dat handig aangepakt en het voorgesteld alsof Bos de pensioenen tout court wil fiscaliseren. De PvdA is sindsdien weer terrein aan het verliezen in de opiniepeilingen. Nochtans is fiscalisering van de pensioenen een goed idee. Want voor het eerst ontstaat er een generatie van ouderen die rijker is dan de generatie van hun kinderen. Meer en meer steunen de ouderen hun kinderen financieel in plaats van omgekeerd. Ouderen die zich met tijdschriften als Plus in de hand op de consumptie en het genieten storten, zien hun bankrekening (of vaak gesofisticeerdere systemen) aandikken, terwijl hun kinderen kreunen onder werkdruk en financiële lasten. Waarom zou via de fiscaliteit niet een gedeelte van dat geld gerecycleerd worden naar de jongere generatie? Maar populair zou dit niet zijn. En door de steeds groeiende macht van de gepensioneerden wordt ook hun politieke macht groter. Federaal minister van Pensioenen Bruno Tobback (SP.A) heeft dat blijkbaar goed begrepen toen hij zijn welvaartsbonus voorstelde. In het kader van de welvaartsvastheid van de uitkeringen wil hij de gewone pensioenen verhogen met in het eerste jaar een bonus van 55 euro en vervolgens met 90 euro de volgende jaren (tot een maximum van 595 euro in 2013). Daar moeten de oudere kiezers toch blij mee zijn. Dat Tobback een dag later werd teruggefloten door premier Guy Verhofstadt is blijkbaar geen probleem. Als de kiezers zich Tobback maar als een goedgeefse socialist herinneren, gedwarsboomd door hardvochtige liberalen. Maar misschien zijn er nu ook wat meer kiezers die alweer de antipolitiek gaan aanhangen, gedegouteerd door al die ballonnetjes. Ook de sociale partners zijn het meer dan beu. In een dubbelgesprek met Karel Van Eetvelt (Unizo) en Caroline Copers (ABVV) zegt Copers (zie blz. 28): "We zijn geen behangpapier om als toets te dienen voor het zoveelste idee." Ach, misschien na de verkiezingen in 2007 nog eens proberen. En bespaar ons in de tussentijd nog meer Bruno Tobbacken. Guido Muelenaer