Nu enkele coronagevoelige sectoren, zoals de horeca en de retail, voor de tweede keer hard worden getroffen door een lockdown, klinkt de roep om een aantal steunmaatregelen voort te zetten. Het systeem van de tijdelijke werkloosheid heeft zijn deugdelijkheid bewezen, door zowel de koopkracht van de getroffen werknemers te beschermen als de overlevingskans van...

Nu enkele coronagevoelige sectoren, zoals de horeca en de retail, voor de tweede keer hard worden getroffen door een lockdown, klinkt de roep om een aantal steunmaatregelen voort te zetten. Het systeem van de tijdelijke werkloosheid heeft zijn deugdelijkheid bewezen, door zowel de koopkracht van de getroffen werknemers te beschermen als de overlevingskans van gezonde bedrijven te verhogen. Toch mag omzichtiger worden omgesprongen met die steun. De tijdelijke werkloosheid verliest in enkele sectoren stilaan haar tijdelijke karakter. Het kan niet de bedoeling zijn de getroffen sectoren voor lange tijd te bevriezen op een ogenblik dat de economie door een brutale, maar niet te vermijden transformatie moet. Vooral de dienstenbedrijven, die het moeten hebben van direct menselijk contact, moeten zich aanpassen. De Bank voor Internationale Betalingen houdt tot eind 2023 rekening met beperkende maatregelen in de dienstensector en spreekt van de 98 procenteconomie, die 2 procent onder het groeitraject van voor corona blijft. Landen die zich het best aanpassen aan die nieuwe realiteit, zullen het snelst de crisis achter zich laten. Dat betekent niet dat de getroffen mensen aan hun lot moeten worden overgelaten. Dat betekent wel dat de steun moet worden aangepast. Bescherm de mensen in plaats van de banen. Zorg voor een royale inkomenssteun voor wie zijn werk verliest, maar beperk die in de tijd en leid mensen op voor nieuwe activiteiten. De Scandinavische landen doen dat al met succes. Het wordt tijd dat voorbeeld te volgen. Gooi het overheidsgeld niet naar de economie die we hadden, maar investeer het in een flexibelere en robuustere postcorona-economie.