Verleden week, op 11 februari 1999, presenteerde Fons Verplaetse zijn laatste jaarverslag als gouverneur van de Nationale Bank. Verplaetse, die in het najaar van 1989 op deze prestigieuze stoel terechtkwam, verpakte zijn laatste presentatie op de hem zo eigen manier: als grand commis d'état hing de gouverneur, die ook bij zulke gelegenheden zijn pittige Zultse roots niet kan of wil verbergen, een beeld op van de Belgische economie: rozengeur en maneschijn alom. De boodschap was echter niet die van de politiek onthechte technocraat, wel van een door en door politiek gedreven figuur.
...

Verleden week, op 11 februari 1999, presenteerde Fons Verplaetse zijn laatste jaarverslag als gouverneur van de Nationale Bank. Verplaetse, die in het najaar van 1989 op deze prestigieuze stoel terechtkwam, verpakte zijn laatste presentatie op de hem zo eigen manier: als grand commis d'état hing de gouverneur, die ook bij zulke gelegenheden zijn pittige Zultse roots niet kan of wil verbergen, een beeld op van de Belgische economie: rozengeur en maneschijn alom. De boodschap was echter niet die van de politiek onthechte technocraat, wel van een door en door politiek gedreven figuur. Nooit eerder in haar geschiedenis werd de Bank geleid door een man die zo nadrukkelijk dacht en handelde in functie van politieke drijfveren. Verplaetse misbruikte voortdurend het gewicht en de uitstraling die zijn job als gouverneur automatisch meebrengt om zich in het politieke debat te mengen. Voor de gouverneur kwam dat erop neer dat hij er alles aan deed om de roomsrode coalitie te helpen bestendigen. Zelfs als daarvoor kromme cijfers moesten worden geproduceerd. Onder geen enkel ander politiek gesternte kon Verplaetse op het vlak van de beleidsuitstippeling immers zo nadrukkelijk meespelen dan onder roomsrood. De politieke geladenheid droop ook van het laatste grote publieke optreden van gouverneur Fons Verplaetse (zie ook blz. 22). Drie elementen sprongen er uit.Ten eerste, aldus Verplaetse, is het economisch beleid van de voorbije jaren prima en moet het nog enkele jaren worden volgehouden. Meer specifiek wil de gouverneur een begroting in evenwicht tegen het jaar 2002. Vanaf 2003 komt er dan jaarlijks een bedrag van ongeveer 50 miljard frank vrij om "alles wat goed is voor onze economie" te doen.Verplaetse zei het niet met evenveel woorden, maar iedere geïnteresseerde burger begreep meteen de boodschap. Er is, om CVP-voorzitter Marc Van Peel te citeren, geen alternatief voor premier Jean-Luc Dehaene (CVP). Het zou dom zijn van de Belg als hij tijdens de verkiezingen van 13 juni een ander verdict velt. Uiteraard heeft Verplaetse als vrij burger in een vrij land het recht die mening te koesteren. Maar het is wel ongepast om het ambt van gouverneur van de Nationale Bank te misbruiken om die boodschap te ventileren. Gebeurt dit in een electoraal geladen periode als de huidige, dan is dit zelfs beschamend.Ten tweede gaf Verplaetse tijdens zijn presentatie te kennen dat de overheid zich vanaf 2010 opnieuw gieriger zal moeten opstellen. Tegen dat tijdstip immers zal de vergrijzing van de bevolking vele miljarden opslokken. De oren van iedereen die een klein beetje vertrouwd is met de vergrijzingsproblematiek gingen bij het aanhoren van die uitspraak aan het tuiten. Eigenlijk reikte de afscheidnemende gouverneur aan de politici het alibi om vóór 2010 niets meer te ondernemen op het gebied van pensioenfinanciering. Indien er aan de denk- en leefwereld van het politieke personeel al een langetermijnperspectief kleeft, dan reikt het dus zeker niet verder dan 2010. Het mogelijke excuus dat Verplaetse het zo niet bedoelde, gaat niet op. Niemand kent het politieke milieu beter dan deze gouverneur. Hij wist op voorhand dat een dergelijke uitlating alleen op die manier zou worden geïnterpreteerd. De realiteit is dat er zo snel mogelijk maatregelen moeten komen om onze welvaartsstaat - en vooral het pensioenluik van die welvaartsstaat - betaalbaar te houden. Relatief kleine maatregelen nu (zoals een gedeeltelijke desindexering van de pensioenen) kunnen op langere termijn een enorm cumulatief effect hebben. Tot het jaar 2010 rustig onderuit hangen in de beleidszetel, zou neerkomen op het summum van onverantwoordelijkheidszin. De hoogste monetaire autoriteit van het land ziet daar evenwel geen graten in. Maar misschien heeft die visie veel te maken met de verkiezingen van 13 juni. Het zou de huidige coalitie immers zeer slecht uitkomen als Verplaetse vandaag zou vertellen dat we werk moeten beginnen maken van het pensioenthema. VLD-voorzitter Guy Verhofstadt bijvoorbeeld weet maar al te goed hoe gevoelig dit punt ligt bij de stemmende burger. Ten derde was het opvallend dat de afscheidnemende gouverneur in zijn betoog nauwelijks aandacht besteedde aan de internationale groeivertraging. Nochtans kwakkelt de Franse groei, terwijl in Duitsland het spookbeeld opdoemt van een heuse recessie. Goed kan het in België niet gaan als het bij deze twee grote buren niet marcheert. Nu er ook in Duitsland waanzinnige looneisen op tafel liggen, aarzelt de Europese Centrale Bank ( ECB) om het monetaire gaspedaal nog verder in te drukken. Ook het rozige begrotingsscenario van de gouverneur zal voor een flink stuk in elkaar klappen als zich datgene voordoet wat iedereen met enige zin voor historisch perspectief inzake conjunctuurevolutie weet: there's always a next recession. Maar wellicht past ook deze boodschap niet bij het huidige politieke klimaat. Johan Van Overtveldt