"Het zou niet mogen dat landen een keuze moeten maken tussen het aflossen van hun schulden of het investeren in de gezondheid en het onderwijs van hun kinderen," verklaarde de Amerikaanse president Bill Clinton in september 1999. Hij had net de schuld van de armste landen aan de VS kwijtgescholden. Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië zitten op dezelfde golflengte, zodat in totaal al voor 20 miljard dollar schulden werd geschrapt.
...

"Het zou niet mogen dat landen een keuze moeten maken tussen het aflossen van hun schulden of het investeren in de gezondheid en het onderwijs van hun kinderen," verklaarde de Amerikaanse president Bill Clinton in september 1999. Hij had net de schuld van de armste landen aan de VS kwijtgescholden. Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië zitten op dezelfde golflengte, zodat in totaal al voor 20 miljard dollar schulden werd geschrapt. Het gebaar komt bovenop de beloften die de G7, de club van de rijkste landen, op een top in Keulen in juni 1999 maakte. Samen met het Internationaal Monetair Fonds ( IMF) en de Wereldbank veegde de G7 de spons over 70 miljard dollar schulden van de zogenaamde HIPC ( Heavily Indebted Poor Countries), landen waarvoor de schuldenlast te zwaar is om te dragen. Om bij die club te horen en dus in aanmerking te komen voor schuldvermindering, moet de schuld meer dan 250% van de waarde van een jaar export bedragen. De 41 landen die aan dit criterium voldoen, kampen met een totale buitenlandse schuld van 220 miljard dollar. De totale buitenlandse schuld van de ontwikkelingslanden bedraagt ruim tien keer zoveel. Ze zit vooral bij landen als Brazilië, Mexico of China, landen die in principe voldoende exporteren om aan hun verplichtingen te voldoen. De niet-gouvernementele organisaties en campagnes als Jubilee 2000 duwden het thema van de schuldvermindering op de internationale agenda. "En er is uiteraard de druk van de realiteit. De schulden hangen als een zwaard van Damocles boven het hoofd van deze landen. Tot voor kort werd geen enkele inspanning geleverd om die last te verlichten. Dat nu ook de multilaterale schuld van deze landen - de schuld aan instellingen als het IMF en de Wereldbank - wordt aangekaart, is al een aardverschuiving op zich," zegt Rudy De Meyer, hoofd van de studiedienst van het Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking ( NCOS). Zijn deze schulden echt de molensteen om de nek van deze landen en is de kwijtschelding ervan dé sleutel om hen uit de armoede te laten ontsnappen? Of zijn de gebaren van het Westen een doekje voor het bloeden?Danny Cassiman, onderzoeksmedewerker van de Universiteit Antwerpen ( UA), herformuleert de vraag: "Wat is de reële impact van een schuldvermindering voor de armste landen? De meeste kunnen het grootste deel van hun leningen toch niet terugbetalen. De gedane beloften creëren voor hen dus geen bijkomende middelen." België bijvoorbeeld levert voor het HIPC-programma een inspanning van 75 miljard frank, gespreid over een periode van veertig jaar. "De reële kostprijs daarvan bedraagt slechts een fractie van de nominale waarde. Congo bijvoorbeeld, een land dat al sinds 1993 geen schulden meer kan afbetalen, moet België de helft van dat bedrag," zegt Rudy De Meyer. Daartegenover staat dat nog heel wat landen meer interesten en schulden afbetalen dan ze zich eigenlijk kunnen veroorloven.Enkele markante statistiekenillustreren de patstelling van de armste landen:De schuld van Soedan overstijgt twintigmaal de export van één jaar.Mozambique spendeert de helft van zijn overheidsbudget aan schuldaflossingen.Oeganda geeft per inwoner 1 dollar uit aan gezondheidszorg en 5,5 dollar aan schuldaflossing.Toch is het niet zo dat de schuldaflossingen zorgen voor een nettogeldstroom van zuid naar noord. Sinds 1991 is die stroom omgekeerd. Danny Cassiman: "Schuldvermindering zorgt voor een grotere nettotransfer van noord naar zuid. De discussie zou daarom moeten draaien om wat het ideale ontwikkelingsinstrument is: schuldvermindering of rechtstreekse steun? Dat debat is echter niet aan de orde. Schuldvermindering is voor de beleidsmakers nu het ideale instrument omdat het goed ligt bij de publieke opinie en omdat de kostprijs ervan laag is."Onwikkelingshelpers zijnechter op hun hoede voor de mogelijke gevolgen van deze keuze. Robrecht Renard, hoogleraar bij het College voor Ontwikkelingssamenwerking (UA), verwoordt de vrees: "Als schuldvermindering geen bijkomende inspanning vormt en alleen maar de rechtstreekse steun vervangt, dreigen de armste landen er nog meer bekaaid van af te komen. Scheldt men bijvoorbeeld een toch al waardeloze schuld van 100 miljoen frank kwijt, dan is dat 100 miljoen frank fictieve steun. Deze som mag echter voor 100% worden beschouwd als ontwikkelingshulp, waardoor het risico bestaat dat 100 miljoen frank reële steun uit het budget voor ontwikkelingshulp wordt geschrapt. De Belgische Delcrederedienst heeft bijvoorbeeld ooit nog waardeloze vorderingen voor de volle prijs verkocht aan de overheid. Is de schuldvermindering niet additioneel, dan dreigen we een stap terug te zetten. Ik weet niet of het brede publiek zich daarvan bewust is." Schuldvermindering heeft als ontwikkelingsinstrument de nodige troeven. Robrecht Renard: "Het is bureaucratisch eenvoudig. Bovendien kunnen landen verplicht worden een gezond beleid te voeren."Ze moeten in ruil voor schuldvermindering een hervormingsprogramma van het IMF doorslikken. Dat programma moet de landen macro-economisch stabiliseren, maar bepaalde in het verleden ook al eens dat er werd gesnoeid in de gezondheids- en onderwijsuitgaven of in voedselsteun. Dat maakte een storm van kritiek los. Of zoals de voormalige Tanzaniaanse president Mwalimu Julius Nyerere ooit verklaarde: "Het IMF vraagt ouders om hun kinderen te laten verhongeren om de schulden af te betalen." Schuldvermindering dreigt in deze omstandigheden een wrede grap te worden. Danny Cassiman: "De programma's moeten voor de nodige economische groei zorgen. Groei is de beste weg om uit de armoede te ontsnappen. Dat is de verantwoording van die programma's en dat principe wordt niet in twijfel getrokken. Wel staat de inhoud ter discussie." Die programma's, waarvan sommige al in de jaren tachtig werden ingevoerd, hebben immers nauwelijks geleid tot groei. Robrecht Renard: "Het was naïef te denken dat die landen rigoureus zouden uitvoeren wat het IMF hen vroeg. In de meeste gevallen besliste de politieke realiteit daar anders over: je kon toch het prestigeproject van de president niet afpakken? De IMF-aanpak werkte niet omdat hij een economisch recept was voor een politieke ziekte. Als de politiek niet meewil, is ontwikkelingshulp zinloos. De Wereldbank heeft dat ingezien. Er bestaat een informele lijst van landen waar we niet eens meer moeten proberen. Die lijst omvat de helft van Afrika."De Wereldbank en het IMFstelden ook vast dat de sociale kostprijs van die programma's veel hoger uitviel dan verwacht. Danny Cassiman: "Hoe lang kan je die kosten opdringen aan landen die er al zo slecht voorstaan?" De Wereldbank houdt daarom meer rekening met de politieke en sociale context. Het IMF herdoopte zijn programma's in Poverty Reduction Programs. "Die opener houding van het IMF is uniek," zegt Rudy De Meyer. Maar als de armste landen op termijn hun schulden toch geschrapt zien, is dat geen motivatie om nieuwe schulden aan te gaan? Robrecht Renard: "Dat is geen argument om schuldvermindering weg te wuiven, wel om het op een politiek slimmere manier te doen. Pas nu beginnen we het spel van de ontwikkelingssteun te begrijpen, maar ironisch genoeg daalt net nu de totale ontwikkelingshulp. Schuldvermindering biedt de kans die trend te breken, op voorwaarde dat een dergelijke afbouw een additionele inspanning is."DAAN KILLEMAES