De klassieke telefoonlijn - bijna 130 jaar oud en al die tijd nauwelijks veranderd - dient zichzelf een verjongingskuur toe door gebruik te maken van internettechnologie. De datanetwerken die instaan voor het versturen van e-mails, webpagina's en computerbestanden, lenen zich vandaag ook voor het transport van telefoongesprekken. Eens een gesprek omgezet is naar digitale signalen, kan het meereizen op de computernetwerken van ondernemingen en natuurlijk ook - mits enige beperkingen - op internet. De term Voice over IP ( VoIP voor kenners met een soepele mond) verwijst naar de IP-technologie die aan de basis ligt van internet.
...

De klassieke telefoonlijn - bijna 130 jaar oud en al die tijd nauwelijks veranderd - dient zichzelf een verjongingskuur toe door gebruik te maken van internettechnologie. De datanetwerken die instaan voor het versturen van e-mails, webpagina's en computerbestanden, lenen zich vandaag ook voor het transport van telefoongesprekken. Eens een gesprek omgezet is naar digitale signalen, kan het meereizen op de computernetwerken van ondernemingen en natuurlijk ook - mits enige beperkingen - op internet. De term Voice over IP ( VoIP voor kenners met een soepele mond) verwijst naar de IP-technologie die aan de basis ligt van internet. "Eén netwerk is beter dan twee," klinkt het bij Cisco Systems. De Amerikaanse leverancier van netwerkapparatuur werd groot dankzij de vraag naar nieuwe internetverbindingen, maar richt zich de jongste jaren steeds nadrukkelijker ook op telefonie. "Het belangrijkste argument is de besparing die bedrijven kunnen realiseren door computers en telefoons aan hetzelfde netwerk te koppelen," bevestigt Yves Mertens, technisch directeur bij Cisco. Hij wijst niet alleen op de voordelen van een gecentraliseerde infrastructuur, maar ook op de lagere gesprekskosten. De meest enthousiaste gebruikers van VoIP zijn momenteel grote bedrijven met verscheidene vestigingen, waarvan een aantal in het buitenland. Ze kunnen hun (gehuurde) computerlijnen gebruiken om volledig gratis naar de diverse gebouwen te bellen, hoe ver die ook van elkaar verwijderd zijn. Wie bij telecomoperatoren als Belgacom een dataverbinding huurt, betaalt immers een vast bedrag per maand en hoeft verder geen geld neer te tellen voor het gebruik ervan. "Steeds meer bedrijven die een nieuw gebouw betrekken, vragen zich af of er nog wel aparte netwerken voor data- en telefoonverkeer nodig zijn," vult Kurt Simons aan. Simons is verkoopdirecteur bij EADS Telecom, een dochterbedrijf van het Franse EADS, dat actief is in de luchtvaart-, defensie- en ruimtevaartindustrie. Hij blijft wel behoedzaam: "VoIP is geen must: je moet nagaan waar het zin heeft. Soms is een gewone telefoonlijn beter of goedkoper." Dat neemt niet weg dat de interesse groot is. EADS Telecom voerde onlangs een studie uit bij een honderdtal Belgische bedrijven met 200 of meer werknemers. Een meerderheid wil bij de (her)aanleg van hun netwerk rekening houden met VoIP en bij voorkeur apparatuur plaatsen die kan dienen voor het transporteren van telefoongesprekken. Driekwart gaf aan dat zijn vestigingen verbonden zijn met een gehuurde datalijn, een vierde van die groep gebruikt het netwerk al voor telefonie. In België zetten onder meer De Lijn, Riga Natie en de stad Moeskroen VoIP in om te besparen op interne telefoonkosten. Als bedrijven vandaag nog terughoudend zijn, heeft dat wellicht ook te maken met het gebrek aan compatibiliteit tussen de apparatuur. Het is nog steeds niet mogelijk om een VoIP-centrale van fabrikant A te koppelen aan de VoIP-telefoons van fabrikant B. "Vrijwel zeker komt de standaardisering er nog in 2004," voorspelt Kurt Simons. In Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland zijn er reeds een aantal aanbieders van internettelefonie op de markt, in België blijft het nog even wachten op de introductie van VoIP door het Antwerpse internetbedrijf RealRoot ( zie blz. 102). Het grote voorbeeld is ook nu de VS, waar gebruikers al de keuze hebben uit een vijftal bedrijven, waaronder de traditionele telefoonmaatschappij AT&T. Publiekslieveling is het jonge Vonage, een onderneming die in anderhalf jaar 150.000 gebruikers kon vergaren. Onderzoeksbureau In-Stat/MDR verwacht dat tegen 2007 zowat 7 miljoen Amerikanen via internet zullen bellen. Vonage en co kunnen uitpakken met spectaculair goedkope tarieven, terwijl klanten gratis naar elkaar bellen. Daarnaast kunnen gebruikers rekenen op een aantal extra diensten. Zo heeft Vonage een automatisch antwoordapparaat dat de opgenomen boodschappen ook per mail naar de klant verzendt. Toch zit er nog steeds een addertje onder het gras: de populaire kabel- en ADSL-verbindingen die vandaag aangelegd worden, zijn ontworpen voor het transport van computerbestanden. Daarbij maakt het niet zoveel uit dat de eerste paragraaf van een tekst lang na de laatste paragraaf arriveert: de computer zet de stukjes in hun juiste volgorde. Met een constante gegevensstroom, zoals de digitale neerslag van een telefoongesprek, is zoiets niet mogelijk. Er zijn voorrangsregels nodig, zogenaamde Quality of Service-signalen ( QoS). Die moeten ervoor zorgen dat spraakgegevens een prioritaire behandeling krijgen en voldoende snel de tegenpartij bereiken. Zonder QoS zijn storingen niet uit te sluiten. Internettelefonie is dus in zekere zin niet betrouwbaar genoeg voor commerciële applicaties. Dat ligt anders voor Voice over DSL, een variant op VoIP, die gekoppeld is aan een ADSL-aansluiting, maar gescheiden blijft van het internetverkeer. Wat bedrijven wel kan bekoren, is de mobiliteit die VoIP kan bieden. Zo wordt er voor consumenten gewerkt met een adapter - ter grootte van een pakje sigaretten - die tussen de internetverbinding en het telefoontoestel hangt. Waar die internetverbinding zich fysiek bevindt, maakt niets uit: de adapter bevat uw identiteit en dus ook uw telefoonnummer. Neemt u het toestel mee naar New York of Tokio, dan bent u daar onder hetzelfde oproepnummer bereikbaar, zonder hogere gesprekskosten. Ook hier wordt het verschil tussen VoIP en Voice over DSL duidelijk, want alleen met de eerste techniek is dit soort mobiliteit mogelijk. Voice over DSL blijft net als klassieke telefonie gekoppeld aan een fysieke verbinding. Op bedrijfsniveau betekent mobiliteit dat medewerkers kunnen verhuizen zonder dat hun telefoontoestel omgeprogrammeerd moet worden. "Bovendien kan je werken met flexibele kantoorruimte," zegt Yves Mertens van Cisco. Informatie over wie u bent en hoe u te bereiken valt, is immers niet meer verbonden aan één specifieke stekkerdoos onder uw bureau, maar wordt bewaard op het netwerk. Eens u aan eender welk toestel op het netwerk vertelt hebt wie u bent - via een login en een wachtwoord - neemt dat toestel uw telefoonnummer over en toont het bijvoorbeeld ook uw adresboek. Zo krijgen ook thuiswerkers nieuwe mogelijkheden. Via hun internetaansluiting konden ze al e-mailen alsof ze op kantoor zaten, nu staat via datzelfde netwerk ook de kantoortelefoon virtueel in de huiskamer. Vaak wordt daarvoor gebruik gemaakt van een softphone (software die de mogelijkheden en het uitzicht van een klassiek toestel simuleert). Daarnaast promoot vooral Cisco de mogelijkheid om met IP-telefoons ook toegang te krijgen tot softwareapplicaties. Cisco doet daarvoor een beroep op een aantal partners, waaronder het Belgische Captor, een leverancier van systemen voor tijdsregistratie. "Vroeger had je een prikklok, vandaag kan je via een telefoontoestel het begin van je werktijd aangeven, waar je op dat moment ook bent, zelfs thuis," legt Mertens uit. Ook in de distributiesector ziet Mertens mogelijkheden: "Je kan er niet altijd een pc neerzetten, maar een telefoon past er wel. Via een IP-telefoon kan je ook aan stockbeheer doen." Raphael Cockx"Vroeger had je een prikklok, vandaag kan je via een telefoon het begin van je werktijd aangeven, waar je op dat moment ook bent, zelfs thuis."