Met Zwarte tranen breit Tom Lanoye een vervolg aan Het goddelijke monster (1997). Andermaal verweeft hij de bonte Belgische actualiteit (met corruptie, witwasoperaties en moordende raids op supermarkten) in de kroniek van een in opspraak gekomen textielfamilie. Alweer schittert Lanoye als een vrijwel volleerd stijlacrobaat. Hij graait in de tragedies van het theatrale België, draait ze binnenstebuiten tot tragikomedies, maar blijft haperen in voorspelbare ironie. Het probleem met de romancier Lanoye is nu...

Met Zwarte tranen breit Tom Lanoye een vervolg aan Het goddelijke monster (1997). Andermaal verweeft hij de bonte Belgische actualiteit (met corruptie, witwasoperaties en moordende raids op supermarkten) in de kroniek van een in opspraak gekomen textielfamilie. Alweer schittert Lanoye als een vrijwel volleerd stijlacrobaat. Hij graait in de tragedies van het theatrale België, draait ze binnenstebuiten tot tragikomedies, maar blijft haperen in voorspelbare ironie. Het probleem met de romancier Lanoye is nu net dat hij literatuur herleidt tot columneske bravoure. Dat leest vlot en levert vele fans op, maar daarmee heb je nog geen literatuur van een allure die Lanoye ongetwijfeld nastreeft. Waarschijnlijk wordt Zwarte tranen de meest verkochte Vlaamse roman van de jongste jaren, maar ook de meest overschatte. Prometheus, 517 blz., 795 fr.. Rond hetzelfde gegeven, het verbouwereerde België na de schandalencarrousel, brouwt filmrecensent ( Andere Sinema) en columnist Jeroen Olyslaegers een heel andere cocktail. In Open gelijk een mond verlaat hij het anekdotische, hult zich in een bittere, aparte, soms navrante toonaard en bespeelt het eeuwige thema van waarheid en fictie. Deze keer ligt de nadruk wel op het beroerde en verwarrende gevoel dat dit oplevert in een land, waar het volk op de duur achter elk feit een enorm complot vermoedt. Net als bij Lanoyes Zwarte tranen slaat de paranoia toe. Het volk is ten prooi aan de onzekerheid, maar blijkt daar ook zelf toe bij te dragen. De schandalen weerspiegelen immers even goed praktijken en emoties uit het belaagde volk zelf. In plaats van dit thema verhaalkundig vlot uit te werken, neemt Olyslaegers zijn toevlucht tot het nodeloos complexe. Hij wil te veel in een te klein bestek en gaat aan experimentele drift ten onder. Terwijl Lanoye het verhaal en het satirische met zich aan de haal laat gaan, valt Olyslaegers ten prooi aan een angst voor het eenduidige verhaal (dat de veelduidigheid daaronder dan maar naar boven moet woelen). Prometheus, 184 blz., 495 fr.. In 1993 kreeg Walter van den Broeck voor zijn vierdelige romancyclus Het beleg van Laken de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Proza. Pas nu worden de vier boeken in één band gebundeld - even imposant als fraai uitgegeven. Van den Broeck slaagt waar Lanoye en Olyslaegers falen. Hij toont aan dat het boetseren van bepaalde Belgische situaties en thema's tot metaforen, het gulzige vertellen, maar even goed het aloude spel tussen feit en fictie, en experimenteren met vorm en inhoud, tot en met het genuanceerd kneden van de autobiografie zonder zichzelf in de onderbroek te tasten, wel degelijk tot een virtuoze roman kunnen leiden. Bovendien bulkt het boek van de geestige (maar soms wat flagrante) referenties naar de wereldliteratuur. Bezige Bij, 1087 blz., 2500 fr..Luc De Decker