De voorbije jaren bestond de Belgische banencreatie grotendeels uit gesubsidieerde functies en extra onderwijzend personeel. In de privésector kwamen er amper jobs bij. Integendeel: onder de regering-Di Rupo gingen in de privésector 30.000 arbeidsplaatsen verloren. Dat er volgens de cijfers van het Instituut voor de Nationale Rekeningen in het eerste semester 10.000 privéjobs bij zijn gekomen, is goed nieuws voor de Belgische economie en voor de regering-Michel, die van banencreatie haar hoofddoelstelling heeft gemaakt.
...

De voorbije jaren bestond de Belgische banencreatie grotendeels uit gesubsidieerde functies en extra onderwijzend personeel. In de privésector kwamen er amper jobs bij. Integendeel: onder de regering-Di Rupo gingen in de privésector 30.000 arbeidsplaatsen verloren. Dat er volgens de cijfers van het Instituut voor de Nationale Rekeningen in het eerste semester 10.000 privéjobs bij zijn gekomen, is goed nieuws voor de Belgische economie en voor de regering-Michel, die van banencreatie haar hoofddoelstelling heeft gemaakt. Maar ondanks die extra banen in de verdiensector blijft de Belgische privéwerkgelegenheidsgraad te laag. Dat blijkt uit een analyse van Voka-hoofdeconoom Stijn Decock. België heeft voor de 15- tot 64-jarigen een werkgelegenheidsgraad van 63 procent. Maar in de privésector is die graad slechts 44,6 procent, leert de Voka-studie. De overige 19 procent zijn gesubsidieerde banen, jobs in de social profit, het onderwijs en uiteraard de ambtenarij. De Belgische privétewerkstelling is veel lager dan in onze buurlanden. In Frankrijk ligt de private werkgelegenheid met 46,6 procent hoger. Vooral het verschil met Nederland (57,3 %) en Duitsland (57,6 %) valt op. Om het percentage van die twee landen te bereiken, moet de Belgische privétewerkstelling stijgen met 13 procentpunt. 13 procent op 7,25 miljoen 15- tot 64-jarigen stemt overeen met 942.000 extra banen. Stijn Decock wijst erop dat de lage Belgische privatetewerkstellingsgraad een gevolg is van een combinatie van factoren. Niet alleen de relatief hogere werkgelegenheid bij de overheid en de non-profit is een oorzaak. In België ligt de werkloosheidsgraad ook hoger dan in Nederland en Duitsland, en er zijn minder vijftigplussers en allochtonen aan de slag. België heeft ook geen mini-jobs zoals Duitsland, en deeltijds werk is hier minder ingeburgerd. Stijn Decock berekende ook wat de budgettaire impact zou zijn als België dezelfde privatewerkgelegenheidscijfers zou hebben als de buurlanden. Meer mensen met een baan in de privésector betekent meer nettobelastingbetalers, en dus minder Belgen met een uitkering of een gesubsidieerd loon. Decock: "Laten we ervan uitgaan dat iedereen het mediaaninkomen van 2875 euro bruto per maand ontvangt. Afgerond genereert zo iemand jaarlijks 18.000 euro aan belasting- en socialezekerheidsinkomsten." Voor 900.000 mensen zijn dat 16,2 miljard extra overheidsinkomsten. De minderuitgaven voor uitkeringen, ambtenarenlonen en loonsubsidies zouden 12 miljard euro opleveren. Samen is dat 27 miljard euro. Maar Decock vindt het niet realistisch dat er 900.000 mensen voor dat mediaaninkomen werken. Hij corrigeert dat door ervan uit te gaan dat een derde van de te activeren mensen geen impact heeft op het budget, bijvoorbeeld doordat ze deeltijds werken en weinig belastingen opbrengen. Dan nog zouden 600.000 extra banen in de verdiensector een positieve budgettaire impact van 18 miljard euro hebben. ALAIN MOUTON600.000 extra banen in de verdiensector genereren 18 miljard euro aan overheidsinkomsten.