- 'De concurrentiepositie van België anno 2004: het falen van de loonnorm', Marc De Vos, Geert Janssens en Johan Van Overtveldt, VKW Denktank.
...

- 'De concurrentiepositie van België anno 2004: het falen van de loonnorm', Marc De Vos, Geert Janssens en Johan Van Overtveldt, VKW Denktank. - 'Economic Outlook', Oeso, 2004. De recente groeicijfers van 3 % en meer suggereren dat de Belgische economie in een olympische vorm verkeert. Maar op het gevaar af de pret te bederven: deze prestatie verhult dat het concurrentievermogen van de Belgische bedrijven de voorbije jaren achteruit boerde. En erger nog, dat zal de komende jaren niet anders zijn. Een van de hoofdschuldigen daarvoor zijn de loonkosten in de Belgische privé-sector: zij stegen een stuk sneller dan bij de belangrijke handelspartners en concurrenten Nederland, Frankrijk en Duitsland. De gecumuleerde schade is aanzienlijk: in vergelijking met 1990 moeten de Belgische bedrijven de internationale markt op met een loonkostenhandicap van net geen 8 %. Het cijferwerk is van de hand van Johan Van Overtveldt, directeur van de VKW Denktank, diens medewerker Geert Janssens en Marc De Vos ( Universiteit Gent), en is gebaseerd op de recente 'Economic Outlook' van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) (*). Volgens de auteurs bewijst de huidige goede conjunctuur hoegenaamd niet dat er niets aan de hand zou zijn op het loonfront. "Een stevig internationaal herstel kan een exportgedreven economie als de Belgische vooruit branden, ook al kampt die met een stevige loonhandicap. Pas als de Belgische economie twee tot drie jaar beter dan het Europese groeigemiddelde zou presteren, zullen we de eersten zijn om toe te geven dat het met het concurrentievermogen wel snor zit," zegt Johan Van Overtveldt. "Maar als er iets grondig fout zit met de loonkostencompetitiviteit, dan is het bijna onmogelijk voor de Belgische en/of Vlaamse economie om voor een breed uitgesmeerde welvaarts- en welzijnstoename te zorgen."De toegenomen loonkostenhandicap moet meer dan wenkbrauwgefrons ontlokken bij de beleidsmakers, vooral omdat zij in 1996 een wet - de wet Vrijwaring Concurrentievermogen - hebben goedgekeurd die precies tot doel had om via loonkostenmatiging de werkgelegenheid te bevorderen en het concurrentievermogen te beschermen. Die wet bleef echter dode letter. Meer nog, het is precies sinds de invoering van deze wet dat de loonhandicap opnieuw sneller opliep (zie kader: De wet faalt). Grafiek 1 ( Loonkosten ontsporen) toont wat er aan de hand is. Wet of geen wet, sinds 1996 werd een stevige cumulatieve loonkostenhandicap opgebouwd ten opzichte van de troika Duitsland, Nederland en Frankrijk. In 2003 lag deze handicap al 4,05 procentpunten hoger dan in 1996. Ook voor de volgende jaren verwacht de Oeso een verdere achteruitgang van ons concurrentievermogen gemeten in termen van loonkosten - tot 5,2 % in 2005. Interessant is ook de vergelijking met het jaar 1990, toen het marktaandeel van de Belgische economie in de totale wereldexport piekte en ook de werkloosheid zich op een historisch laag peil bevond. Het jaar 1990 is daardoor een referentiejaar in de beoordeling van onze relatieve concurrentiepositie. Wel, in vergelijking met 1990 liep de loonkostenhandicap in 2003 op tot 7,62 %. Tegen 2005 zou dat al 8,8 % worden. So what? Want worden onze hoge loonkosten niet ruimschoots gecompenseerd door onze hoge productiviteit. Grafiek 2 ( Productiviteit brengt geen soelaas) toont dat dit voor België niet het geval is geweest tijdens het afgelopen decennium. De arbeidsproductiviteit kon de loonkostenstijgingen gewoonweg niet bijbenen, met als gevolg dat ook de loonkosten per eenheid product sneller stegen dan in de buurlanden. In vergelijking met 1996 is het concurrentievermogen met 2 % achteruitgegaan, tegenover 1990 zelfs met 6,7 %. Het moet tot nadenken stemmen dat de productiviteit van de Belgische werknemers de jongste vijftien jaar niet sneller toenam dan in de buurlanden. Stel dat de federale regering de loonkostenhandicap zou willen wegwerken met een grootschalige lastenverlaging. Die oefening bekent niet dat de overheid zou moeten opdraaien voor de ontspoorde loononderhandelingen. De hoge arbeidskosten in België zijn immers niet alleen een kwestie van loonakkoorden tussen werkgever en werknemer, maar wel vooral van de daarop verschuldigde parafiscale en fiscale lasten. De eigenlijke lonen plaatsen België in de middengroep van het Europese peloton. De grote boosdoener zijn de daarop verschuldigde loonlasten. Zij bedragen 55 % van de totale arbeidskost. Dat is het hoogste percentage in het Europa van de 25. "Uitgaande van een loonsom van 109,4 miljard euro in de particuliere sector voor 2003 levert een simpele berekening ons de volgende uitkomsten op," zegt Johan Van Overtveldt. "In termen van loonkost per werknemer zou het elimineren van de handicap van 7,6 % een lastenverlaging van ongeveer 8,3 miljard euro vergen."Schade-eis van Birdy Airlines tegen Sabena Technics. Birdy Airlines, de luchtvaartmaatschappij die voor rekening van SN Brussels Airlines naar Afrika vliegt, boekte in 2003 een schamele nettowinst van 3000 euro. De maatschappij diende wel een schade-eis voor een bedrag van 1 miljoen dollar in tegen Sabena Technics. Grond van de eis is een technisch incident met een motor. Delhaize zorgt voor primeur. De warenhuisketen Delhaize heeft in samenwerking met de vakbonden een groepsverzekering afgesloten voor al haar 16.000 werknemers in België. Tot en met de kassabediende. Christian Vincke adviseert investeerders. Gewezen algemeen directeur van Delcredere, Christian Vincke, heeft zijn taak als crisismanager bij de Kruispuntbank van Ondernemingen afgerond. Hij wordt voorzitter van een nog op te richten begeleidingscomité van de sociale partners en vertegenwoordigers uit betrokken ministeries. Vincke begeleidt op zelfstandige basis Belgische bedrijven met investeringsplannen in 'moeilijke landen'. Zuid-Afrikaan bevriest Congolese rekeningen. De Zuid-Afrikaan Frans Rootman heeft bij Belgolaise (de Afrika-bank van Fortis) en bij ING in Brussel 16 miljoen euro laten bevriezen op rekeningen van de Congolese staat. Rootman rolde voor de Congolese regering netwerken op die tonnen kobalt uit het staatsmijnbedrijf Gécamines hadden gestolen, maar werd daarvoor nooit betaald. Advocaat-lobbyisten bij de EU. Uit een studie van Euromoney blijkt dat 59 advocaten zich hebben laten accrediteren als lobbyist bij de EU. Met zes lobbyisten profileert het Britse O'Connor & Company zich het sterkst in deze niche. Het wordt op de voet gevolgd door Clifford Chance, DLA, Freshfields en White & Case. Belgische kantoren lobbyen niet (officieel) bij de EU, maar Thomas Tindemans ( White & Case) is wel geregistreerd. Alain Mouton