Door Daan Killemaes
...

Door Daan Killemaestrends.be "Het is een illusie dat België een fiscaal paradijs is voor kapitaal", zegt Caroline Ven, directeur van VKW Metena, die in samenwerking met de redactie van de Trends Top 30.000 onderzocht hoe de Belgische fiscus de factor kapitaal in het vizier neemt. De resultaten zijn verrassend. Dat arbeidsinkomsten in dit land te zwaar belast worden, is intussen algemeen aanvaard. Maar minder bekend is dat ook de opbrengsten uit kapitaal relatief weinig respijt krijgen van de fiscus, zeker in een Europees perspectief (zie grafiek: De fiscus spaart niemand). "De kapitaalbelastingen bedragen in de Europese Unie 7,4 % van het bbp. In België loopt dat op tot 10,4 %", zegt Ven. Een beleid dat de lasten wil verschuiven van arbeid naar kapitaal en consumptie rijdt zich snel vast, omdat zowat alles in dit land een relatief hoge belastingdruk te verwerken krijgt, ook kapitaal. De Belgische overheid roomt dan ook 3,2 % meer van het bbp af dan de gemiddelde lidstaat uit de eurozone. Om deze bordjes in evenwicht te brengen zou de Belgische fiscus 10 miljard euro minder inkomsten moeten innen. De poging van minister van Financiën Didier Reynders (MR) om de geplande meerwaardetaks op beleggingsfondsen toch af te schaffen, is daarom niet ongegrond. Bovendien zijn de kapitaalbelastingen al fors gestegen de jongste jaren: van net geen 20 miljard euro in 1997 tot bijna 31 miljard euro in 2006. De opbrengsten van de kapitaalbelastingen zijn in het jongste decennium zelfs sterker toegenomen dan de andere belastingopbrengsten. Een van de verklaringen is de goede conjunctuur van de jongste jaren. Die zorgt ervoor dat minder bedrijven verlies maken en dus meer vennootschapsbelasting (wat een kapitaalbelasting is) in het laatje brengen. Maar de gestegen kapitaalbelastingen zijn niet alleen een gevolg van de stijgende bedrijfswinsten. Ook de belastingdruk op kapitaal zelf is gestegen. De impliciete belastingdruk steeg de voorbije tien jaar zelfs met tien procentpunten, tot 35 %, terwijl het Europese gemiddelde op 27,5 % blijft steken. Dat impliciete tarief is de kapitaalbelasting in verhouding tot de belastbare basis. Een impliciet tarief van 35 % lijkt veel, maar het gaat in hoofdzaak om belastingen op de opbrengsten van kapitaal en niet zozeer op de voorraad kapitaal. Pure vermogensbelastingen (een belasting op het vermogen zelf) zoals schenkingsrechten of successierechten zijn schaars. "Omdat België geen vermogensbelasting in strikte zin kent, zijn in ons land de belastingen op vermogen of vermogensaanwas vrij regressief. Dat is een argument voor een 'echte' vermogensbelasting. Daartegenover staat dat de progressiviteit in de successierechten een zekere mate van herverdeling genereert die vanuit rechtvaardigheidsoverwegingen als maatschappelijk opportuun kan worden gezien", zegt Caroline Ven. Pleitbezorgers van een vermogensbelasting wijzen er ook op dat de belastingdruk op vermogens sterk wordt gereduceerd door allerlei aftrekposten. Maar, zegt Ven: "Toch zijn de impliciete tarieven en de opbrengsten fors gestegen. Daarbij komt dat heel wat fiscale aftrekmogelijkheden juist sociale doelstellingen voor ogen hebben. Vrijstelling van roerende voorheffing voor het spaarboekje heeft als nobele doelstelling het sparen te stimuleren, ook en vooral bij de laagste inkomens. Het fiscaal stimuleren van woonbezit en sparen voor het eigen pensioen horen in dezelfde categorie thuis." "Er zijn ook economisch gegronde redenen om kapitaal te ontzien", zegt Caroline Ven. "Neem de notionele interestaftrek. Met het bevorderen van risico- dragend kapitaal en het stimuleren van investeringen derft de fiscus aanvankelijk inkomsten, maar dankzij de economische expansie die ze in het leven roept, verdient men die kosten dubbel en dik terug." Intussen stegen de opbrengsten uit de vennootschapsbelastingen de voorbije fors. De opbrengst verdubbelde zelfs sinds 1997. De fel gestegen bedrijfswinsten spelen natuurlijk een grote rol, maar ook de belastingdruk op de bedrijfswinsten is niet gedaald, ondanks het lagere nominale tarief. Want samen met de tariefverlaging sneuvelden ook heel wat aftrekposten, omdat de hele hervorming budgettair neutraal moest blijven. "Dankzij de goede conjunctuur heeft de hervorming zelfs meer in het staatslaatje gebracht", zegt Ven. De verhoogde belastingdruk op bedrijven wordt ook bevestigd in een enquête bij bedrijven uit de Top 30.000. Ruim 56 % signaleert dat de belastingdruk de voorbij vier jaar gestegen is. Een grote meerderheid van deze bedrijven (83,5 %) noemt het huidige tarief op de vennootschapsbelasting te weinig concurrentieel in vergelijking met het buitenland. Zestig procent van de bedrijven vindt een verschuiving van de lasten op arbeid naar kapitaal daarom niet wenselijk. Opvallend is ook dat de meeste bedrijven niet of onvoldoende vertrouwd zijn met een aantal maatregelen, zoals de notionele interestaftrek, die de belastingdruk op de bedrijven willen verminderen en er dus ook geen beroep op doen. Zo'n 83 % noemt de belastingwetgeving te weinig transparant. Ruim een kwart van de bedrijven geeft aan het mechanisme van de notionele interestaftrek niet te kennen en slechts 20 % heeft zijn balansstructuur aangepast om er beter gebruik van te maken. De volledige studie van VKW Metena en Trends Top 30.000.