België staat op de twintigste plaats in het nieuwe Global Competitiveness Report. Daarin rangschikt het World Economic Forum 131 landen op basis van hun internationale concurrentiekracht. De twintigste plaats van België is een status-quo tegenover vorig jaar. Zwitserland en Denemarken zijn tweede en derde, na de Verenigde Staten. In Europa worden we voorafgegaan door de Scandinavische landen en de buurlanden: Duitsland (5), het Verenigd Koninkrijk (9), Nederland (10) en Frankrijk (18). In de Europese Unie sluit België veeleer aan bij de mediterrane landen, al zijn...

België staat op de twintigste plaats in het nieuwe Global Competitiveness Report. Daarin rangschikt het World Economic Forum 131 landen op basis van hun internationale concurrentiekracht. De twintigste plaats van België is een status-quo tegenover vorig jaar. Zwitserland en Denemarken zijn tweede en derde, na de Verenigde Staten. In Europa worden we voorafgegaan door de Scandinavische landen en de buurlanden: Duitsland (5), het Verenigd Koninkrijk (9), Nederland (10) en Frankrijk (18). In de Europese Unie sluit België veeleer aan bij de mediterrane landen, al zijn we leider van dat peloton. Ons hoger onderwijs en de kwaliteit van onze managementscholen scoren hoog. Goede punten ook voor de infrastructuur en de mate waarin onze industrie gesofisticeerd is; de automatisering en efficiëntie van kapitaalinvesteringen compenseren de arbeidskost. Bijzonder slecht doen we het echter als het gaat over de flexibiliteit van de arbeidsmarkt, de belastingsdruk, de kwaliteit van het overheidsapparaat en de schuldgraad. Dat haalt onze score naar beneden. Als Europese bedrijfsleiders gevraagd wordt de vijf belangrijkste knelpunten aan te geven voor het zakenklimaat in hun land, blijkt dat ook in landen die beter scoren dan België, zoals Zwitserland (2), Denemarken (3), Duitsland (5) en Nederland (10), nagenoeg dezelfde handicaps bovendrijven. Belgische werkgevers sakkeren vooral op hoge belastingsvoeten, een stroeve arbeidsreglementering, ingewikkelde belastingregels, de inefficiënte overheidsbureaucratie en over onvoldoende opgeleid personeel. Dat is ongeveer ook de hitparade van ergernissen voor Duitse, Deense, Nederlandse en Zweedse werkgevers. Daarna volgt bij de meeste ondervraagden een onbevredigende toegang tot financiering en een laag arbeidsethos bij werknemers. "Ik trek uit dit rapport een aantal duidelijke lessen", zegt Pieter Timmermans, directeur-generaal van het VBO. "De eerste is dat ons land qua concurrentiekracht minder goed scoort dan elk van de drie buurlanden, toch onze directe concurrenten. De tweede is dat vooral de hoge lastendruk en de slechte werking van de arbeidsmarkt Belgische bedrijfsleiders flink parten spelen. De uurloonkosten van een gemiddelde Belgische arbeider liggen 8,4 % hoger dan het gemiddelde in Duitsland, Frankrijk en Nederland, zo gaf het gerenommeerde onderzoeksinstituut IDW recent aan. Die molensteen om de nek van Belgische werkgevers dwingt hen tot een permanente zoektocht naar productiviteitswinsten. Dat gaat ten koste van jobs. Dat de vakbonden die loonkostenhandicap blijkbaar ontkennen, schiet menig ondernemer in het verkeerde keelgat. Een derde les is dat de overheid dringend beter moet doen. Zorgen voor stabiliteit in het beleid, bijvoorbeeld door de notionele intrestaftrek niet voortdurend in vraag te stellen, is in dat verband essentieel." Door Erik BruylandE.B.