In haar evaluatie van het milieubeleid in België hekelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( Oeso) de lakse houding van onze overheid om de internationale normen te halen. Ondanks alle wetgevende inspanningen verslechtert de toestand van de natuur in ons land nog steeds, zo menen de internationale experts.
...

In haar evaluatie van het milieubeleid in België hekelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( Oeso) de lakse houding van onze overheid om de internationale normen te halen. Ondanks alle wetgevende inspanningen verslechtert de toestand van de natuur in ons land nog steeds, zo menen de internationale experts. Vooral de kwaliteit van het grondwater laat te wensen over. Zo'n 29% van de Vlaamse bronnen bevat meer dan 50 milligram nitraten per liter (de maximumgrens voor de volksgezondheid). Bovendien worden de reserves (slechts 1600 m3 per inwoner - het Oeso-gemiddelde bedraagt 8200 m3) bedreigd door overexploitatie (42,5% versus een gemiddelde van 11,3%). De uitstoot van nitraten (90 ton per jaar) en fosfor (10 ton per jaar) in de oppervlaktewateren moet volgens de Oeso met respectievelijk 80% en 60% omlaag om aan de afgesproken normen te voldoen.Vooral de mestproblematiek (30 miljoen ton in Vlaanderen) en het intensief gebruik van pesticiden (1,05 ton actieve stof per km2) dienen dringend te worden aangepakt. Ook ligt de zuiveringsgraad van het stedelijk afvalwater veel te laag (amper 28%). Dankzij een jaarlijkse inspanning van meer dan 6 miljard frank per jaar (sinds 1994) hoopt de Vlaamse regering deze cijfers evenwel op te trekken naar 80% in 2002. Toch raadt de Oeso ons land aan nog meer te investeren in rioleringen en waterzuiveringsstations. Ook moeten de milieuheffingen op water worden aangepast aan het principe van 'de vervuiler betaalt'. Vandaag besteedt België amper 1,1% van zijn bruto binnenlands product (BBP) aan milieu-uitgaven.Inzake luchtbeheer en afvalbeleid is de Oeso over het algemeen wat positiever. Zo werden de zwavel- en stikstofemissies losgekoppeld van de economische groei. Ook vindt een ombuiging van de afvalproductie plaats. De gescheiden ophaling steeg in Vlaanderen tussen 1991 en 1996 van 74 kg tot 210 kg per inwoner of 44% van de totaliteit. Ten slotte pleit de Oeso ervoor om het wegtransport af te bouwen en de binnenscheepvaart en het openbaar vervoer te stimuleren. Op die manier moet een duurzame ontwikkeling mogelijk worden. Hiervoor is evenwel dringend een geïntegreerd beleid op alle bestuursvlakken (federaal, regionaal en lokaal) nodig.Organisation for Economic Co-operation and Development, Environmental Performance Reviews, Belgium, OECD Publications, 2 rue André-Pascal, 75775 Paris Cedex 16, France, 1998.Internet: www.oecd.org