De loonkostenhandicap van België ten opzichte van Duitsland, Frankrijk en Nederland bedraagt 10,3 procent. Het gaat om de handicap die opgebouwd is sinds 1996, het jaar dat de wet op het concurrentievermogen is ingevoerd. Hij heeft betrekking op de loonkosten per eenheid product, dat wil zeggen de arbeidskosten gecorrigeerd voor productiviteit. De voorbije jaren nam de Belgische loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden sterk toe: van 1,3 procent in 2004 tot meer dan 10 procent in 2012. Dat heeft enerzijds te maken met de sterke stijging van de lonen in België en anderzijds met een slabakk...

De loonkostenhandicap van België ten opzichte van Duitsland, Frankrijk en Nederland bedraagt 10,3 procent. Het gaat om de handicap die opgebouwd is sinds 1996, het jaar dat de wet op het concurrentievermogen is ingevoerd. Hij heeft betrekking op de loonkosten per eenheid product, dat wil zeggen de arbeidskosten gecorrigeerd voor productiviteit. De voorbije jaren nam de Belgische loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden sterk toe: van 1,3 procent in 2004 tot meer dan 10 procent in 2012. Dat heeft enerzijds te maken met de sterke stijging van de lonen in België en anderzijds met een slabakkende arbeidsproductiviteit. Die handicap afbouwen is een van de belangrijkste doelstellingen van de regering-Michel. Volgens berekeningen van Geert Janssens, hoofdeconoom van VKW Metena, daalt de Belgische loonkostenhandicap gecorrigeerd voor productiviteit volgend jaar van 10,3 naar 8,2 procent. "Om te beginnen is er de verdere uitvoering van het competitiviteitspact van de vorige regering, die goed is voor 1,35 miljard euro aan lastenverlagingen", zegt Janssens. "Daarnaast is er de indexsprong, waarvan het effect zich in 2015 laat voelen. Daarbij hou ik ook rekening met een reële loonblokkering. Voorts wordt de inflatie op 0,9 procent geschat." De tariefdaling van de patronale bijdragen van 33 naar 25 procent telt de econoom niet mee, want dat is volgens hem een vestzak-broekzakoperatie. De sociale lasten worden verlaagd naar 25 procent, maar bepaalde lagere of onbestaande tarieven voor doelgroepen worden dan weer opgetrokken naar die 25 procent. De evolutie van de loonkostenhandicap wordt ook bepaald door wat in de buurlanden gebeurt. Janssens vertrekt van een Duitse loonstijging van 3,5 procent. In Frankrijk (+1,3 %) en Nederland (+1,8 %) zijn de stijgingen minder groot. Ook verrekent Janssens de negatieve productiviteitsevolutie (-0,4 %) in België tussen 2014 en 2015 (zie grafiek). "Onze concurrentiehandicap zou volgend jaar dus met 2 procentpunten kunnen verminderen, op voorwaarde dat de loondrift in Duitsland aanhoudt", stelt Janssens. Duitsland stuurt al een tijd zijn beleid van loonmatiging bij. Tussen 2000 en 2010 stegen de Duitse loonkosten met 11 procent, terwijl het gemiddelde van de eurozone in die periode 29 procent was. Door de hoge tewerkstelling en de druk van de vakbonden om de vruchten van dit economische beleid te plukken, nemen de Duitse looneisen sinds 2010 toe. De voorbije vier jaar zijn de loonkosten in Duitsland sterker gestegen dan in de rest van de eurozone (Estland en Letland uitgezonderd). Tussen 2014 en 2016 zouden de arbeidskosten van een Duitse werknemer met 9 procent toenemen. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat die Duitse loondrift stilvalt. Zo wil de Duitse metaalbond IG Metall bij de volgende loononderhandelingen een loonstijging van 5,5 procent afdwingen. ALAIN MOUTON"Onze concurrentiehandicap kan volgend jaar met 2 procentpunten verminderen, op voorwaarde dat de loondrift in Duitsland aanhoudt" Geert Janssens, hoofdeconoom VKW Metena