Van een paradox gesproken. Op het moment dat de Belgische economie in een recessie dreigt te verzeilen, zijn de Belgen rijker dan ooit. Eind maart van dit jaar bedroeg hun gezamenlijk financieel vermogen 966,3 miljard euro, zo staat in de statistieken van de Nationale Bank. Het financieel vermogen is alles waarin we onze spaarcenten beleggen: spaarboekjes, pensioenfondsen, levensverzekeringen, obligaties, aandelen en beleggingsfondsen. En dat vermogen zit dus aan een historisch hoogtepunt, crisis of geen crisis.
...

Van een paradox gesproken. Op het moment dat de Belgische economie in een recessie dreigt te verzeilen, zijn de Belgen rijker dan ooit. Eind maart van dit jaar bedroeg hun gezamenlijk financieel vermogen 966,3 miljard euro, zo staat in de statistieken van de Nationale Bank. Het financieel vermogen is alles waarin we onze spaarcenten beleggen: spaarboekjes, pensioenfondsen, levensverzekeringen, obligaties, aandelen en beleggingsfondsen. En dat vermogen zit dus aan een historisch hoogtepunt, crisis of geen crisis. Volgens de studiedienst van ING België, die de cijfers van dichterbij bekeek, moeten we meteen nuanceren. Als we de leninglast van het financieel vermogen aftrekken, oogt het record al heel wat minder spectaculair. Met een gezamenlijke leninglast van 206,9 miljard euro eind maart, blijft een netto financieel vermogen over van 759,4 miljard euro. Dat is ook een historisch record, maar het is amper 0,8 procent hoger dan het vorige hoogtepunt in juni 2007, net voor het begin van de crisis. Je kan het ook van de zonnige kant bekijken. Hadden de Belgen niet zo vlijtig gespaard, dan was het netto finan-cieel vermogen fors gezakt in de voorbije crisisjaren. Tussen juni 2007 en maart 2012 zag onze beleggingsportefeuille voor 61,8 miljard euro aan verliezen in de goot vloeien, vooral minwaarden op aandelen. In dezelfde periode hebben de Belgen voor 119,4 miljard euro aan verse middelen in hun beleggingsportefeuille gestopt, voornamelijk in spaarboekjes, pensioenfondsen en levensverzekeringen. We hielden een aangroei van 57,6 miljard euro over. Dat was voldoende om nieuwe leningen ten belope van 51,5 miljard euro te dekken. Zoals gezegd kon het netto financieel vermogen zo op peil blijven, en zelfs een beetje stijgen. Al bij al geen slecht resultaat, al plaatst ING daar enkele serieuze kanttekeningen bij. Terwijl het netto financieel vermogen ongeveer gelijk bleef, is de bevolking blijven groeien. Het resultaat is een daling van het netto financieel vermogen per hoofd. In juni 2007 zaten we aan 70.930 euro per hoofd (zie grafiek). Tegen maart 2012 was dat gezakt naar 69.130 euro. De 119,4 miljard euro aan verse spaarcenten hebben de doorsnee-Belg niet geholpen. Die is 1800 euro armer geworden. De vergelijking met december 2000 is evenmin opbeurend. Het netto finan-cieel vermogen van de Belgen haalde toen voor het eerst een piek. Het was enkele maanden na het begin van de dotcomcrisis. De gemiddelde Belg had op dat moment 68.700 euro. Tegen maart 2012 was dat met moeite 400 euro meer. Al die jaren heeft de Belg gespaard voor bijna niks. Of veel minder dan niks, als je ook rekening houdt met de stijging van de prijzen sinds eind 2000. In dat geval verschrompelt het netto financieel vermogen per hoofd van maart 2012 tot 53.560 euro. Daarmee konden we 22 procent minder goederen kopen dan met het netto financieel vermogen van december 2000. In tien jaar zijn we dus een vijfde armer geworden (zie kader Rijker en toch armer). In de toekomst wordt het allicht niet beter, meent ING. De vlucht naar het spaarboekje en andere veilige oorden tijdens de crisis maakt dat we geen spectaculaire rendementen boeken. Op die manier kan ons financieel vermogen de bevolkingsgroei moeilijk volgen. Behalve als we onze beleggingstactiek weer veranderen. Zelfs in de voorbije crisisjaren was onze zin voor risico nooit helemaal verdwenen. Tussen juni 2007 en maart 2012 investeerden de Belgen 9,9 miljard euro in de aandelenbeurzen, hoewel ze op die belegging een minwaarde incasseerden van 40,4 miljard euro. "In die vijf jaar hebben de beurzen op geen enkel moment een noemenswaardige uitstroom van Belgisch geld gekend", zegt Julien Manceaux, econoom van ING België. Vooralsnog zit meer dan de helft van het spaargeld van de Belgen opgeborgen in min of meer veilige producten. Spaarboekjes, pensioenfondsen en levensverzekeringen waren eind maart goed voor 54 procent van de gezamenlijke beleggingsportefeuille (zie diagram). Midden 2007, net voor de crisis, was dat nog 46 procent. Door onze voorzichtigheid dreigt ons financieel vermogen niet alleen achter te blijven op de bevolkingsgroei, maar ook op de economische groei. Vandaag is er volgens ING al een flinke achterstand. In normale tijden is het netto financieel vermogen van de Belgen goed voor 225 procent van het bbp. Eind maart was dat slechts 202 procent. Omgerekend in euro's komt dat neer op een kloof van 80 miljard, ook al boekte ons netto financieel vermogen op dat moment een record. Toch blijft de Belg tegen heug en meug sparen, ook in deze tijden van financiële repressie door de beleidsmakers. Met hun politiek van lage rentevoeten kunnen zij zich goedkoop financieren in de huidige schuldencrisis. De sparende Belg is daar het slachtoffer van, hij moet inboeten tegenover de schuldenaars. De spaarvlijt van de Belgen is net een troefkaart in de schuldencrisis. De Schatkist kan op binnenlands spaargeld rekenen om zich te financieren. Veel andere landen kunnen daar alleen maar van dromen, omdat hun gezinnen te veel schulden hebben of te weinig sparen. Maar de Belgen sparen zo veel dat ze naast hun eigen schulden ook die van de overheid en de bedrijven kunnen dekken. Zelfs dan hebben ze nog een overschot, dat ze uitlenen aan het buitenland. In het spaarkampioenschap halen de Belgen medailles bij de vleet. JOZEF VANGELDERMet haar politiek van lage rentevoeten kan de overheid zich goedkoop financieren. De sparende Belg is daar het slachtoffer van. Door onze voorzichtigheid dreigt ons financieel vermogen niet alleen achter te blijven op de bevolkingsgroei, maar ook op de economische groei.