Waarom verhoogt Nederland de pensioenleeftijd?

De Nederlandse regering wil de wettelijke pensioenleeftijd de komende jaren geleidelijk (waarschijnlijk vanaf 2012) verhogen van 65 naar 67 jaar. Deze maatregel kan enkel worden teruggedraaid indien de Nederlandse sociale partners tegen oktober een volwaardig alternatief op tafel leggen. Volgens studies van het Centraal Planbureau zorgt een verhoging van de pensioenleeftijd met één maand per jaar voor een aanzienlijke daling van de vergrijzingskosten. Mensen werken langer en betalen meer sociale bijdragen en er moeten minder snel pensioenuitkeringen worden uitbetaald. Een verhoging van de pensioenleeftijd tot 67...

De Nederlandse regering wil de wettelijke pensioenleeftijd de komende jaren geleidelijk (waarschijnlijk vanaf 2012) verhogen van 65 naar 67 jaar. Deze maatregel kan enkel worden teruggedraaid indien de Nederlandse sociale partners tegen oktober een volwaardig alternatief op tafel leggen. Volgens studies van het Centraal Planbureau zorgt een verhoging van de pensioenleeftijd met één maand per jaar voor een aanzienlijke daling van de vergrijzingskosten. Mensen werken langer en betalen meer sociale bijdragen en er moeten minder snel pensioenuitkeringen worden uitbetaald. Een verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar zou een besparing betekenen van zeker 0,5 procent van het bruto binnenlands product. Nederland is niet het enige OESO-land dat de pensioenleeftijd optrekt tot 67 jaar. In de VS ligt die al op 67 en Duitsland wil de leeftijd tegen 2035 hebben opgetrokken van 65 naar 67 jaar. Ook Denemarken doet stappen in die richting. Andere landen hebben zich voorgenomen om de pensioenleeftijd te verhogen in de richting van 65 jaar. Tsjechië wil tegen 2013 aan een pensioenleeftijd komen van 63 jaar, Oostenrijk en Groot-Brittannië streven naar 65 jaar voor mannen én vrouwen (nu ligt die voor vrouwen nog een paar jaar lager). De Britten willen tegen 2050 zelfs naar 68 jaar gaan. Minder ambitieus zijn Frankrijk en Italië, waar de pensioenleeftijd amper 60 jaar bedraagt. Eigenlijk is het belangrijker te kijken naar de reële pensioenleeftijd. Zo behoort België tot de landen met een officiële pen-sioenleeftijd voor de mannen van 65 jaar. Tegen 2010 wordt dat ook de pensioenleeftijd voor vrouwen. Deze leeftijd is in werkelijkheid totaal irrelevant, aangezien de reële pensioenleeftijd in België opvallend laag is. Het gros van de Belgen gaat al rond zijn 61ste met pensioen, wat rond het EU-gemiddelde schommelt. In Nederland gaan de werknemers in werkelijkheid rond hun 63ste met pensioen, in Duitsland is dat 62 jaar. Maar de Scandinavische landen scoren stukken beter. In Zweden wordt de pensioenleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Het IMF pleit onder meer voor een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd naar 67 jaar. Als België het roer niet drastisch omgooit, dan zal iedere werkende in de periode 2020-2050 tot 9000 euro per jaar méér moeten betalen om de pen-sioenen en andere kosten van de vergrijzing te betalen. Volgens het IMF is het echter niet voldoende om de officiële leeftijd op te trekken. Er moeten gewoon meer 55-plussers aan het werk. Amper 35 procent van de Belgen tussen 55 en 64 jaar is nog actief op de arbeidsmarkt. Het EU-gemiddelde is bijna 47 procent. Volgens het IMF is het niet voldoende om mensen te belonen die langer werken. Ook moet wie vroeger stopt met werken daarvoor worden bestraft. Concreet pleit het IMF ervoor dat de Belg 7 tot 8 procent van het pensioenbedrag zou verliezen voor elk jaar dat hij vóór zijn 65ste met pensioen gaat. Ook moeten vervroegde uittredingssystemen zoals het brugpensioen verdwijnen. Het Generatiepact deed stappen in die richting, maar die zijn voor het IMF onvoldoende. (T)y Door Alain Mouton