De berichten dat België zich dood bespaart zijn schromelijk overdreven. Een gebrek aan middelen voor essentiële overheidstaken, te wijten aan een blinde besparingswoede van de regering, zoals de vakbonden argumenteren? Die analyse is ofwel politiek geïnspireerd ofwel wereldvreemd. Of beide. Want dit land werd de voorbije vijftien jaar met een gat in de hand bestuurd. Als er geen geld meer is voor basistaken van de overheid, dan is dat het resultaat van een ongecontroleerde uitgavendrift, vooral in de sociale zekerheid, en niet van een blinde besparingswoede. In 2000 kon dit land moeilijk een 'failed state' of een 'sociaal kerkhof' worden genoemd, maar toch gaven de overheden toen gezamenlijk 'slechts' 42 procent van het bbp uit (zonder rentelasten). In 2015 liep dat op tot 52 procent. In euro's van vandaag is dat e...

De berichten dat België zich dood bespaart zijn schromelijk overdreven. Een gebrek aan middelen voor essentiële overheidstaken, te wijten aan een blinde besparingswoede van de regering, zoals de vakbonden argumenteren? Die analyse is ofwel politiek geïnspireerd ofwel wereldvreemd. Of beide. Want dit land werd de voorbije vijftien jaar met een gat in de hand bestuurd. Als er geen geld meer is voor basistaken van de overheid, dan is dat het resultaat van een ongecontroleerde uitgavendrift, vooral in de sociale zekerheid, en niet van een blinde besparingswoede. In 2000 kon dit land moeilijk een 'failed state' of een 'sociaal kerkhof' worden genoemd, maar toch gaven de overheden toen gezamenlijk 'slechts' 42 procent van het bbp uit (zonder rentelasten). In 2015 liep dat op tot 52 procent. In euro's van vandaag is dat een meeruitgave van 40 miljard. En dat gaat enkel om de meeruitgaven voor zover die sneller stegen dan het bbp. Waar is dat geld naartoe gevloeid, zonder dat er in al die jaren een euro extra ging naar pakweg nieuwe gevangenissen of nieuwe wegen? Dat toont de grafiek. Het zou het beleid ten goede komen als elke minister, volksvertegenwoordiger en beleidsverantwoordelijke deze cijfers uit het hoofd zou kennen. Bovenaan op de lijst van meeruitgaven staat de pensioenfactuur. De overheid krijgt nochtans al lang aanbevelingen om die kosten beheersbaar te houden. Zet de bonus van dalende rentelasten opzij en hou mensen veel langer aan de slag. Die aanbevelingen zijn lange tijd in de wind geslagen. De regering-Michel zette een pensioenhervorming die naam waardig in de steigers, maar de vruchten kunnen pas later worden geplukt. Op plaats twee staan hogere uitgaven voor subsidies aan ondernemingen. In wezen gaat het om kortingen op een anders verstikkende belastingdruk, zoals een gunstiger fiscaal statuut voor onderzoekers en de financiering van het systeem van de dienstencheques. Op plaats drie staan de meerkosten van de gezondheidszorg. Jarenlang mochten die uitgaven stijgen met 4,5 procent in reële termen, maar een aangescherpte discipline vermindert sinds 2010 de druk op de schatkist. Op de vierde plaats staat een uitbreiding van het ambtenarenkorps. Die meeruitgaven zijn volledig op het conto van de deelstaten en de lokale overheden te schrijven. Op het federale niveau werd bespaard. Staatshervormingen en financieringswetten hebben het federale niveau uitgekleed en veel geld laten vloeien naar lagere niveaus. Pas de jongste, zesde staatshervorming was een bail-out van de federale overheid en de sociale zekerheid door de deelstaten. Een minimale efficiëntie op alle niveaus is daarom een must. Alleen in de overheidsinvesteringen werd de voorbije vijftien jaar verder het mes gezet. Die investeringen schommelen nu rond 2,5 procent van het bbp, wat amper voldoende is om de publieke kapitaalvoorraad op peil te houden. Maar als de regering de economische groei wil aanzwengelen, moet precies die uitgavenpost omhoog. Het voorbije jaar zette de regering het mes in uitgaven die de groei stimuleren, terwijl alle remmen los gingen voor uitgaven die de groei fnuiken. De Nationale Bank maakte in 2014 de analyse. Geen overheidsbesteding is zo goed voor de economie als een investering in infrastructuur, maar geen uitgave is zo slechts als een stijging van de sociale uitkeringen. En per saldo remt een stijging van de overheidsuitgaven op lange termijn de groei af. Meer spenderen oogt op korte termijn sociaal vriendelijk, maar op lange termijn is dat een asociaal beleid. Elke stijging van het overheidsbeslag met 1 procentpunt van het bbp remt de economische groei met bijna 0,2 procent af. België heeft de voorbije vijftien jaar een poging ondernomen om zich economisch dood te spenderen. Veel meer dan een taxshift heeft dit land een uitgavenshift nodig. Minder uitkeren en meer investeren. Dat is nodig om de concurrentiekracht te versterken, de werkgelegenheid te verbeteren en het gat in de begroting te dichten. De regering-Michel realiseerde een trendbreuk met de voorbije vijftien jaar, maar moet een versnelling hoger schakelen om in 2019 te kunnen oogsten. DAAN KILLEMAES