Paars heeft de overheidsfinanciën vastgereden. Het begrotingsoverschotje van 0,3 % dat de regering op de lentetop in Leuven bij elkaar scharrelde, is een stap op een weg die nergens heen leidt. Dat staat niet letterlijk maar tussen de lijnen van het jongste begrotingsadvies van de Hoge Raad van Financiën.
...

Paars heeft de overheidsfinanciën vastgereden. Het begrotingsoverschotje van 0,3 % dat de regering op de lentetop in Leuven bij elkaar scharrelde, is een stap op een weg die nergens heen leidt. Dat staat niet letterlijk maar tussen de lijnen van het jongste begrotingsadvies van de Hoge Raad van Financiën. Deze Hoge Raad is er nog in geslaagd om tot 2050 een begrotingsparcours uit te stippelen dat de kosten van de vergrijzing de baas kan. De Raad noemt het geadviseerde beleid een absoluut minimum en alternatieven zijn er niet. Een volledige voorfinanciering van de vergrijzing zou vandaag het beleid alle armslag ontnemen, terwijl een voortzetting van het huidige begrotingsbeleid de toekomstige generaties met een onbetaalbare factuur opzadelt. Dan nog loopt de door de Raad uitgestippelde 'grijze' middenweg 42 lange jaren langs moeilijke besparingen, hoge belastingen en onrealistische voorwaarden. Zo moet er ten eerste tegen 2012 een begrotingsoverschot van 2 % worden opgebouwd. Dat is politiek een heel moeilijke opgave, want overschotten worden heel snel gebruikt voor het huidige beleid. Paars kan het weten. De regeringscoalitie heeft jarenlang de doelstelling van een begrotingsoverschot voor zich uit geschoven. Intussen verkocht ze het 'evenwichtige' begrotingsbeleid als het neusje van de zalm van gezond beheer, terwijl ze in de praktijk freewheelde. Een begrotingsevenwicht liet toe om de dalende interestlasten en meevallende inkomsten weer uit te geven. Tweede voorwaarde is dat de volgende regeringen besparen op de uitgaven buiten de vergrijzingskosten. Anders gezegd: de kloof tussen wat de werkenden afdragen en wat ze daarvoor in ruil terugkrijgen van de overheid, zal elk jaar dieper worden. De toekomstige maatschappelijke spanningen worden nu gezaaid. Derde voorwaarde is dat de werkgelegenheidsgraad klimt naar 70 %, tegenover een schamele 61 % nu. Maar deze cruciale veronderstelling staat haaks op de vierde voorwaarde. Het door de Raad aanbevolen begrotingstraject is namelijk alleen mogelijk als de belastingdruk tot 2050 constant blijft hangen rond 45 % van het bbp, wat bovendien impliceert dat de belastingdruk op de werkenden tegen 2050 met 5 % zal stijgen. Een structurele verlaging van de lasten op arbeid die broodnodig is om banen te scheppen, is dus gegeven het huidige beleid uitgesloten tot 2050. De Raad merkt ook op dat de meeste Europese landen tegenwoordig een verlaging van de belastingdruk organiseren, vooral op arbeid en bedrijfswinsten. En dat België gezien de openheid van zijn economie best geen belastingdruk hanteert die te veel afwijkt van de voornaamste handelspartners. Ja, paars heeft een inspanning gedaan om de lasten op arbeid te verlichten, in totaal voor 2,5 % van het bbp. Een kleine helft werd terugverdiend met een hogere werkgelegenheid en hogere lonen (en de hoge belastingdruk op arbeid), een ander stuk werd gecompenseerd met hogere indirecte belastingen, en de rest werd gefinancierd met het bekende eenmalige plakwerk. De uitgaven bleven al die jaren buiten schot. Daarom heeft paars niet de ruimte om het beleid van belastingverlagingen door te trekken en is de vergrijzing een strop rond de overheidsfinanciën. Daan Killemaes