Denken dat Duitsland in zijn eentje Europa uit het slop zal halen door een stimulering van de vraag, is een illusie. Duitsland zal geen grootschalig overheidsprogramma lanceren in geval van een Amerikaanse recessie. Duitsland steunt het rentebeleid van de ECB. Maar aan de hervormingen in Duitsland kan België een voorbeeld nemen. Dat zegt Frank Vandermarliere, hoofdeconoom van de Belgische federatie van de technologische nijverheid Agoria.
...

Denken dat Duitsland in zijn eentje Europa uit het slop zal halen door een stimulering van de vraag, is een illusie. Duitsland zal geen grootschalig overheidsprogramma lanceren in geval van een Amerikaanse recessie. Duitsland steunt het rentebeleid van de ECB. Maar aan de hervormingen in Duitsland kan België een voorbeeld nemen. Dat zegt Frank Vandermarliere, hoofdeconoom van de Belgische federatie van de technologische nijverheid Agoria. Hij blijft ook gematigd positief over de huidige conjunctuur. Stel dat de Verenigde Staten in een recessie belanden. Dan blijft er voldoende groeipotentieel in Europa en de rest van de wereld, zodat we niet met zijn allen in het moeras belanden. De rol van Duitsland daarbij is bepalend, maar nu ook weer niet zaligmakend. Maar zonder de hervormingen van de voorbije jaren bij de oosterburen was die kans op een recessie veel reëler geweest. Dat zal wellicht ook blijken uit het landenrapport van de Oeso, dat gisteren 9 april - en dus na het afsluiten van deze rubriek - werd voorgesteld. De Oeso is de vereniging van de grotere industrielanden. Vandermarliere: "De macro-economische prestaties van Duitsland zijn toch goed. In Duitsland blijft er veel kritiek op het regeringwerk. Ik begrijp dat eigenlijk niet goed." De motor van de Duitse groei is ongetwijfeld de export. In absolute cijfers is het land de exportwereldkampioen. Drie belangrijke factoren verklaren de leidersrol. Eén. De Duitse vakbonden hebben sinds 1996 een loonmatiging aanvaard. De druk om nu de vruchten te plukken, neemt weliswaar toe. Begin 2008 eisten de ambtenaren van steden en gemeenten ruim 10 % opslag. Uiteindelijk bleef dat beperkt tot 5 %. Dat akkoord kost de Duitse steden en gemeenten desondanks ruim vier miljard euro in 2008. "Toch blijven de Duitse vakbonden realistischer dan de Belgische. Onze lonen zijn vandaag duurder dan de Duitse", waarschuwt Frank Vandermarliere. Twee. Duitsland exporteert hoofdzakelijk technologisch hoogwaardige uitrustingsgoederen (zie ook grafiek: Hoe kwetsbaar is Europa voor Amerikaanse reces- sie?). Daaronder: ICT-productie, onderdelen van vliegtuigen, auto's, mijnbouw, textielmachines, pompen en motoren. Rond 2000 was Duitsland bijna afgeschreven als verouderd industrieland. Vandaag blijkt dat een troef te zijn. De voorbije vier jaar stegen de banen in de industrie van 24,4 miljoen naar 25,7 miljoen. Trends' huiscolumnist Geert Noels zwaaide de voorbije week nog de lof over die activiteit. De export via de industrie heeft een grotere draagkracht, toegevoegde waarde, en een groter hefboomeffect op de economie, dan een dienstenactiviteit. Drie. Dat accent op technologie en engineering surfte net op tijd mee op de conjunctuurgolven. Er is een enorme nood aan investeringsgoederen in Azië, Rusland en de olieproducerende landen. Russische oligarchen kopen zich vandaag zelfs letterlijk in de Duitse industriebedrijven in. In bouwbedrijven, scheepswerven en ook in een toeristische reus zoals TUI. Het hoogtechnologische Duitsland wordt de verlengde werkbank van Rusland, observeerde onlangs het weekblad Der Spiegel. Die export van industriegoederen is ook zeer belangrijk voor België. "16 % van de export van Agoria gaat naar Duitsland", rekent Frank Vandermarliere. "Maar we zijn zowel klant als concurrent. De Duitse mechanica is een heel sterke speler. Duitsland heeft zich, met enige vertraging, zeer goed aangepast aan de opening naar het oosten. Geografisch ligt Oost-Europa dichterbij. De productmix is goed". Uiteraard zal het Oeso-rapport ook pijnpunten aanstippen. In een voorlopig rapport werd al gewezen op de moeilijke inschakeling van de structurele werklozen. Het onderwijssysteem kan beter. De belastingen moeten omlaag. De overheid moet bezuinigen. De federale regering gaf deze week niet het beste signaal. Een geplande verhoging van de pensioenen zou tot 2012 een extra uitgave van dertien miljard euro betekenen. Maar allicht blijft het belangrijkste probleem in Duitsland de aanhoudende zwakke binnenlandse vraag. Vraageconomen pleiten al jaren voor forse loonsverhogingen. Ze moeten, na de export, ook de binnenlandse vraag een krachtige stimulans geven. Frank Vandermarliere blijft liever voorzichtig. "De werkgelegenheid klimt", stelt hij. "Dat is de beste garantie voor een gezonde groei van de binnenlandse markt. Die voorzichtige aanpak is dus beter dan het Amerikaanse beleid van agressieve renteverlagingen. Duitsland creëerde excessen noch zeepbellen." Volgens een recent onderzoek van het Internationaal Muntfonds (IMF) zijn de huizenprijzen in Duitsland 1 % te hoog gewaardeerd. De Belgische woningen zijn 17 % te duur. Het aantal werklozen daalt pijlsnel. In februari 2005 piekte dat op 5,2 miljoen werklozen. Eind maart van dit jaar was het aantal gezakt tot 3,5 miljoen werklozen. Frank Vandermarliere blijft daarom optimistisch. Zelfs in geval van een Amerikaanse recessie. "We zien een gevoelige vertraging van de groei. Maar dat is nog iets anders dan een recessie. Veel van onze leden werkten immers aan de limieten van hun productiecapaciteit." (T)Door Wolfgang Riepl