"Ons land kan een belangrij- ke rol in de Wereldhandelsorganisatie spelen," zegt Geert Van Calster, professor aan het Instituut voor Milieu- en Energierecht van de KU Leuven. Van 10 tot 14 september vindt de vijfde ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) plaats in Cancún (Mexico). Naast de klassieke discussies over landbouw en goedkope geneesmiddelen staat een nieuw thema op het programma: de integratie van het leefmilieu in handel en investeringen.
...

"Ons land kan een belangrij- ke rol in de Wereldhandelsorganisatie spelen," zegt Geert Van Calster, professor aan het Instituut voor Milieu- en Energierecht van de KU Leuven. Van 10 tot 14 september vindt de vijfde ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) plaats in Cancún (Mexico). Naast de klassieke discussies over landbouw en goedkope geneesmiddelen staat een nieuw thema op het programma: de integratie van het leefmilieu in handel en investeringen. Van Calster: "Hier kan België zich profileren om mee een oplossing uit te dokteren voor de huidige tegenstellingen tussen Europa, de Verenigde Staten en de ontwikkelingslanden. Onze bedrijven beschikken over heel wat kennis en ervaring op het vlak van milieutechnologie, een sector waar de internationale markt niet altijd perfect werkt. In die zin zou minister van Leefmilieu Freya Van den Bossche ( SP.A) beter naar Cancún gaan in plaats van de minister van Buitenlandse Zaken of van Economie, zoals nu voorzien is." Om zich goed voor te bereiden op de WTO-conferentie heeft het Vlaams Gewest het advocatenkantoor DLA Caestecker én de KU Leuven de opdracht gegeven de betrokken ambtenaren te adviseren bij de onderhandelingen in Cancún en de beleidsopties achteraf. Advocaat Van Calster: "Het debat over vrijhandel en milieu dateert van begin jaren tachtig. Centraal staat de vraag hoe een steeds verdergaande globalisering van de economie gepaard kan gaan met een betere bescherming van het milieu. Onder druk van de Europese Unie - gedeeltelijk gesteund door Amerika - nemen steeds meer landen handelsbelemmerende maatregelen op basis van ecologische motieven. Maar het arme Zuiden verzet zich tegen die ontwikkeling, want ze staat de economische groei in de weg." Sinds het Gatt-akkoord ( General Agreement on Tariffs and Trade) uit 1947 vindt een geleidelijke afbouw van de invoerheffingen plaats. Eind jaren zeventig verschoof de aandacht naar de technische belemmeringen. Zo legt de EU strenge veiligheidsnormen voor speelgoed op, om te vermijden dat kleine kinderen zich kwetsen. Tegelijkertijd houdt deze maatregel goedkope artikelen uit onder meer China tegen en dwingt zij dit land om gebruik te maken van duurdere productietechnieken. De ontwikkelingslanden protesteren echter tegen die evolutie. Zij vrezen dat het Westen misbruik maakt van ecologische motieven om nieuwe handelsbelemmeringen in te voeren. Volgens het Zuiden hebben de regeringen het soevereiniteitsrecht om zelf te oordelen welke graad van vervuiling ze toelaten. Dat maakt volgens hen deel uit van hun vergelijkende voordelen, waarop ze recht hebben. Maar het milieu overschrijdt de grenzen, repliceert het Westen en eist een vinger in de pap. Sinds de beruchte Battle of Seattle in 2000 is de WTO uitgegroeid tot kop van Jut van de andersglobalisten. Zij vinden dat internationale vrijhandel leidt tot een ecologisch en sociaal kerkhof. Daarom willen zij deze conflicten laten oplossen door een nieuw op te richten organisatie of door het milieuprogramma van de Verenigde Naties ( Unep). Om de andersglobalisten de mond te snoeren, heeft de WTO de integratie van het leefmilieu vooraan op de agenda geplaatst. Van Calster: "Binnen de huidige akkoorden bestaat al ruimte voor een efficiënte integratie van oprechte milieubekommernissen. Vooral de Wereldhandelsorganisatie heeft een sterk apparaat om geschillen te beslechten. De instelling is dan ook uitstekend geplaatst voor het afdwingen van een aantal verboden, zoals dat op verborgen handelsbelemmeringen. Maar de organisatie is veel minder geschikt voor zogenaamde positieve harmonisatie: de eigenlijke eenmaking van de wetgevingen van de verschillende leden. Daar heeft zij de opdracht niet toe, en overigens ook niet het personeel. Het is precies daar dat Vlaanderen en België uit de hoek kunnen komen, door een proactieve en creatieve rol te spelen bij de onderhandelingen over milieuverdragen." In tegenstelling tot de Verenigde Naties - een instelling die alleen kaderovereenkomsten zoals het Klimaatverdrag kan sluiten - is de WTO geen praatbarak. De organisatie beschikt over een efficiënte stok achter de deur: de panels die geschillen beslechten. Als een land zich niet aan de overeenkomst houdt, kunnen deze rechtbanken toelating geven voor extra invoerheffingen. Behalve de discussie tussen Noord en Zuid blijft er ook onenigheid tussen de industrielanden bestaan. Het Kyoto-protocol is daarvan een mooi voorbeeld. Zo voert deze multilaterale milieuovereenkomst een systeem van verhandelbare emissierechten in om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Maar Amerika doet niet mee. "Mochten Amerikaanse bedrijven zich binnenkort tekortgedaan voelen wegens de Europese reglementering inzake emissierechten, dan zullen zij dit als een handelsbelemmering ervaren," waarschuwt Van Calster. "Hetzelfde geldt voor het gebruik van genetisch gewijzigde organismen. Hoe de WTO dit conflict zal oplossen, blijft de vraag. Toch ben ik optimistisch over de toekomst. Het akkoord over de generische geneesmiddelen van afgelopen weekend bewijst dat de politieke wil om te slagen aanwezig is."Eric Pompen"Belgische bedrijven hebben veel ervaring op het vlak van milieutechnologie, een sector waar de internationale markt niet altijd perfect werkt."