In België verbruiken we jaarlijks zo'n 13,5 miljard ton olie, benzine, diesel, stookolie en kerosine", zegt Stijn Decock, de hoofdeconoom van de vermogensbeheerder Candriam. "We spreken over 100 miljoen vaten olie per jaar. Een duurzame stijging van de olieprijs met 5 dollar per vat kost de Belgische economie 1,2 miljoen euro per dag, of 450 miljoen euro per jaar." De cijfers slaan op wat de Belgische bedrijven extra zouden betalen aan duurdere import vanuit de olie-exporterende landen, en wat ze niet kunnen doorrekenen aan hun klanten in de buurlanden.

Decock filterde het olieverbruik van de chemie- en de raffinagesector uit de cijfers, omdat die bedrijven de geïmporteerde ruwe olie omzetten in andere producten en weer exporteren. De chemiebedrijven kunnen de stijging van de olieprijs doorrekenen aan hun buitenlandse klanten.

"De Antwerpse chemiecluster is ook minder kwetsbaar voor zo'n olieprijsstijging dan vele andere, omdat wij heel veel op gas functioneren omwille van het milieu", zegt Yves Verschueren, CEO van de chemiesectorfederatie essenscia. "Clusters als Singapore of het Midden-Oosten zullen de schok van een verhoging van de aardolieprijs een pak meer voelen dan wij."

Econoom Philippe Ledent van ING België zegt dat alle energieprijzen op de een of andere manier verband houden met elkaar, maar de verhouding is niet één-op-één. "De prijzen van huisbrandolie zijn het sterkste verbonden met de internationale olieprijzen. De elektriciteitsfactuur wordt meer gedicteerd door btw, netwerk- en distributiekosten, enzovoort. Maar toch stijgen de elektriciteitsprijzen ook bij een structureel hogere olieprijs, zij in mindere mate."

Rijden en verwarming

Ons land is gevoeliger dan andere landen voor een stijging van de olieprijs. "Wij rijden meer kilometers met de wagen en we verwarmen onze huizen nog altijd meer met stookolie", legt Ledent uit. Ongeveer 7 procent van het Belgische gezinsbudget gaat naar verwarming en elektriciteit. Dat hoge aandeel is onder andere het gevolg van ons slecht geïsoleerde huizenbestand. De brandstof voor onze wagens is nog eens goed voor bijna 8 procent.

Dat zorgt ervoor dat een hogere olieprijs iets meer effect heeft op de inflatie in ons land dan in het buitenland, en dat effect kan ook iets langer duren. Ledent: "Bovendien zijn onze lonen gekoppeld aan de gezondheidsindex, waar de verwarmings- en elektriciteitskosten in verrekend zijn. Een hogere olieprijs sijpelt via de automatische indexering door in de loonkosten voor bedrijven. Die bedrijven proberen op hun beurt de hogere kosten door te rekenen aan de consument." Verschueren denkt dat de voornaamste impact van een structureel hogere olieprijs die op de inflatie zal zijn. "Dan krijg je een ontsporing van de lonen omdat de hele kostenbasis wordt geraakt. Dat is mijn grootste bezorgdheid, want de chemiesector torst al hoge lonen en hoge energiekosten", zegt hij.

Een ontsporing van de lonen is mijn grootste bezorgdheid als de olieprijs verder stijgt, want de chemiesector torst al hoge lonen en hoge energiekosten" - Yves Verschueren, CEO essenscia

Een hogere prijs van ruwe olie wordt onvermijdelijk doorgerekend aan de pomp onder de vorm van hogere benzine- en dieselprijzen. Meer dan de helft van de prijs aan de pomp wordt bepaald door accijnzen en btw. Ongeveer 15 procent komt van de eigenlijke productie, transport en distributie. Dat maakt dat de prijs van ruwe olie voor amper 30 procent de prijs aan de pomp bepaalt. Op basis van de huidige dieselprijs zou een stijging van ruwe olie met 10 procent aanleiding geven tot een prijsverhoging van ongeveer 5 cent per liter diesel.

De prijzen van brandstoffen zitten niet in de gezondheidsindex. Wie op eigen kosten zijn wagen vol tankt en veel op de baan is, krijgt dus geen enkele compensatie voor de hogere transportkosten via de automatische loonindexering. "En alles wat vervoerd moet worden, wordt ook duurder", zegt Véronique Goossens, hoofdeconoom van Belfius. "De brandstofkosten zijn goed voor 20 à 22 procent van alle kosten van de transportsector. Alleen de personeelskosten wegen nog zwaarder. Die transportbedrijven kunnen die hogere kosten wel bijna allemaal na een maand doorrekenen aan hun klanten."

Of bedrijven zoals supermarkten het duurdere transport ook kunnen doorrekenen aan hun klanten, hangt af van de concurrentie op de markt en de prijszettingsmacht van de bedrijven. Als de bedrijven de hogere kosten niet kunnen doorrekenen, weegt dat op hun winstmarges.

Vliegen wordt duurder

Eddy Van de Voorde, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, verwacht stijgende vliegticketprijzen. "De luchtvaartmaatschappijen zullen sowieso de hogere brandstofprijzen doorrekenen aan hun klanten, met brandstoftoeslagen", zegt de transporteconoom. "De luchtvaart is uitermate gevoelig voor de kerosineprijs. Als Saudi-Arabië zijn productieniveau snel kan herstellen, zie ik geen groot probleem. Dan komen de prijzen terug naar het oorspronkelijke niveau."

"Maar als het effect nog vele maanden nazindert, dan hangt alles af van de mate waarin de luchtvaartmaatschappijen zich hebben ingedekt tegen schommelingen van de kerosineprijzen. Ik ga ervan uit dat de meeste carriers dat doen. Minstens voor een belangrijk deel van hun toekomstige noden. Maar de luchtvaartmaatschappijen zullen sowieso de hogere brandstofprijzen doorrekenen." De sector is in het verleden vaak in de problemen gebracht door hoge brandstofprijzen. "Koppel dat aan al de recente milieuheisa rond de luchtvaart, en we staan mogelijk voor een vervelende periode in de luchtvaartsector."

Slechte inflatie

Een inflatie van 2 procent is wat de Europese Centrale Bank (ECB) nastreeft met alle draconische maatregelen die ze vorige week aankondigde. Hogere olieprijzen zouden daarbij een handje kunnen helpen. "Ja, maar dit is niet de inflatie die we willen", zet Ledent de puntjes op de i. "Als we meer van ons budget moeten besteden aan energie en transport, blijft er minder geld over voor andere zaken. Als er minder vraag is naar producten en diensten, zet dat druk op de prijzen. Een hogere inflatie door een structureel hogere olieprijs doet dus de prijzen van allerlei andere producten en diensten dalen, en zorgt voor een vertraging van de economie. De ECB wil prijsstijgingen zien die door de vraag, door de consumptie, gedreven wordt."