Louis Michel (MR) en Karel De Gucht (Open Vld) zijn verstrikt geraakt in hun Congobeleid. Dat verklaart het anti-Belgische klimaat, de 'intoxicatie' zelfs die volgens recente reportages over Congo ten koste zou gaan van onze economische belangen.
...

Louis Michel (MR) en Karel De Gucht (Open Vld) zijn verstrikt geraakt in hun Congobeleid. Dat verklaart het anti-Belgische klimaat, de 'intoxicatie' zelfs die volgens recente reportages over Congo ten koste zou gaan van onze economische belangen. In het boek 'Daydream Believers' schetst Fred Kaplan de mensen in de regering-Bush als 'fantasten': ze hadden grote dromen om de wereld te veranderen en veiliger te maken voor Amerika, maar hadden die wereld compleet verkeerd ingeschat. Het doet denken aan onze ministers van Buitenlandse Zaken - vooral Louis Michel - die zich een nieuw Congo hadden ingebeeld rond de Kabila's, een Congo waarin ook de Belgische (mijn)belangen zouden floreren. Volgens de kranten voert president Joseph Kabila "de druk op buitenlandse mijnbedrijven op" (lees: om meer winst in de Congolese staatskas te krijgen) en "schoof hij mijnconsessies van George Forrest in de handen van Peking om nog eens langs de kassa te passeren". Dat alles is maar schijn. Van een serieuze herziening van de mijncontracten komt niets in huis, hooguit komt er een herschikking tussen mijneigenaars die elkaar nu eens bekampen, dan weer samenklitten. Het voorstellen alsof die mijnuitbaters 'slachtoffers' zijn, is misplaatst. Neem Katanga Mining, waarvan de tot Belg genaturaliseerde Nieuw-Zeelander George Forrest hoofdaandeelhouder is. De onderneming zou een compensatie van 825 miljoen dollar (ruim 540 miljoen euro) krijgen voor de afstand van twee mijnen aan de Chinezen. Kan iemand zeggen hoeveel Katanga Mining voor die mijnen betaald heeft? De parlementaire onderzoekscommissie 'Grote Meren' hield zich maandenlang onledig met schijnvertoningen. Ze had er beter aan gedaan een antwoord te vinden op die vraag. De nieuwe mijneigenaars doen alsof ze ongerust zijn over een herziening van hun contracten. Alweer schijn. Ze hebben maar één zorg: de beurskoers hoog houden om die mijnen zo lucratief mogelijk te kunnen doorverkopen aan grote mijnconcerns. De gemeenschappelijke noemer in dit trieste schouwspel is de Congolese machtselite. Michel en De Gucht hoopten dat die het land uit de miserie zou halen. Ze is echter vooral met zichzelf bezig en trekt aan de touwtjes in een poppenspel met de mijnen als inzet. Nieuwkomers zijn de Chinezen. Zij zouden voor acht miljard dollar (vijf miljard euro) infrastructuurwerken doen in ruil voor tien miljoen ton koper en een half miljoen ton kobalt. Tegen de huidige recordprijzen voor die ertsen, is dat 90 miljard dollar (59 miljard euro) waard. En zelfs als die grondstoffen een kwart in waarde dalen, doen de Chinezen nog een goede zaak: er vijf miljard euro in pompen om er minstens 15 miljard euro uit te halen. Hun manier van 'investeren' in de Congolese mijnen verschilt niet van de wijze waarop de westerse en lokale aasgieren dat doen. De Congolese bevolking is de dupe en mort. Er is maar één waarheid in dit verhaal: "Europa begrijpt niet welke strategische belangen er op het spel staan." Dat zijn bijzonder pertinente woorden van George Forrest. (T)Door Erik Bruyland