België heeft geen recht van spreken als het over "de knoeiboel" in Congo gaat. Brussel heeft drie keer de kans gemist om de Congolese tragedie om te buigen en heeft mee de knoeiboel veroorzaakt waartegen Europees commissaris Karel De Gucht tekeer gaat.
...

België heeft geen recht van spreken als het over "de knoeiboel" in Congo gaat. Brussel heeft drie keer de kans gemist om de Congolese tragedie om te buigen en heeft mee de knoeiboel veroorzaakt waartegen Europees commissaris Karel De Gucht tekeer gaat. De eerste opportuniteit deed zich voor in de periode van eind 1988, na de akkoorden van Rabat (over schuldherschikking), tot het einde van de eenpartijstaat van Mobutu in april-mei 1990. De Belgische diplomatie faalde toen onder druk van een clubje 'Zaïre-experts' en de media; een nefaste boycot richtte de laatste economische grondvesten te gronde. Het alibi? Eén dode op de campus van Lubumbashi - weeg dat af tegen de 'stille holocaust' die zich nu voltrekt. Een tweede opportuniteit deed zich voor tussen 1990 en de inval eind 1996 van Laurent-Désiré Kabila; het was een tijd van intense politieke debatten in Zaïre, gekoppeld aan een economische dynamiek van onderuit. Het katapulteren van de Kabila's in Kinshasa, met het oog op een wilde privatisering van de mijnbouw, heeft dit ontluikende democratiseringsproces ondermijnd en abrupt onderbroken. Lobbygroepen, de ene al wat dubieuzer dan de andere, hadden hun ogen gericht op de Congolese grondstoffen. Het verklaart meteen waarom de derde kans - de belangrijkste om de plundering voor eigen kortzichtig gewin door de Congolese 'elite' definitief een halt toe te roepen - gedoemd was te mislukken. In 2003 was er wel degelijk een werkbaar alternatief om de mijnbouwproductie in Congo te hervatten, in een strikt kader, met garanties voor 'degelijk bestuur'. Men vergeet dat Karel De Gucht bedenkelijke mijncontracten bleef verdedigen, tegen protesten van Congolese niet-gouvernementele organisaties in. Het is geen toeval dat rond die tijd zijn partijgenoot Pierre Chevalier in de VN-Veiligheidsraad werd geparachuteerd. Brussel had geen oren naar de alternatieven en avonturiers kregen vrij spel. Bijgevolg produceren de mijnen van Katanga nog altijd niets, terwijl buurland Zambia vorig jaar 500.000 ton koper bovenhaalde. De Gucht werd pas kritisch nadat de Chinezen in de Congolese mijnen waren opgedoken. Analyses over deze drie cruciale scharniermomenten om Congo uit het moeras te halen, worden in de media en in de Wetstraat niet gemaakt. Het Belgische falen kan uiteraard de Congolese elite niet vrijpleiten van haar verpletterende verantwoordelijkheid. Maar daar zijn, vanuit historisch perspectief, verklaringen voor. Onfatsoenlijk is dat Brussel zich, ondanks dit manifeste fiasco, blijft opwerpen als Congo-expert. Want als Karel De Gucht er zich over beklaagt in de politieke arena van Congo geen "valabele gesprekspartners" te vinden en het land lijkt te verzeilen in een debacle zonder einde, is dat grotendeels te wijten aan vijftig jaar blind en benepen Afrika-beleid vanuit Brussel. Er valt op 30 juni 2010 in Kinshasa niets te vieren. Op korte termijn betekent het land ook nauwelijks iets voor Belgische bedrijven. Het is twijfelachtig of minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere (CD&V) tijdens zijn rondreis in Congo het tij kan keren. Door Erik BruylandHet is onfatsoenlijk dat Brussel zich, ondanks zijn manifest falend beleid, blijft opwerpen als Congo-expert.