Het was psychologisch een mooie demarche. De ambassadeurs van België, Oostenrijk, Polen, Spanje en het Verenigde Koninkrijk mochten samen aanschuiven voor een onderonsje met Jochen Homann. De staatssecretaris voor Industriebeleid van het kabinet van de Duitse federale minister van Economie Karl-Theodor zu Guttenberg (CSU) is dé spilfiguur in het Opel-dossier. Terwijl de jonge minister (37) voor de camera's alle media-aandacht (en de kiezers) lokt, is Homann de dossiervreter achter de schermen.
...

Het was psychologisch een mooie demarche. De ambassadeurs van België, Oostenrijk, Polen, Spanje en het Verenigde Koninkrijk mochten samen aanschuiven voor een onderonsje met Jochen Homann. De staatssecretaris voor Industriebeleid van het kabinet van de Duitse federale minister van Economie Karl-Theodor zu Guttenberg (CSU) is dé spilfiguur in het Opel-dossier. Terwijl de jonge minister (37) voor de camera's alle media-aandacht (en de kiezers) lokt, is Homann de dossiervreter achter de schermen. Op woensdag 13 mei verzamelde de staatssecretaris de ambassadeurs uit de Europese landen waar General Motors fabrieken heeft. Het initiatief ging uit van de Duitse federale regering. Voor België kwam Mark Geleyn, de Belgische ambassadeur in Berlijn. De ambassadeurs waren best gecharmeerd met de operatie. Ze stond in het teken van de informatie-uitwisseling in het prangende Opel-dossier. Maar het was niet meer dan een charmeoffensief. Nadien volgde geen ont-moeting meer. Ook die vergadering was vooral een consultatieronde na de feiten. Slechts twee landen zijn echt aan zet in de redding van het zwalpende concern General Motors. De Verenigde Staten, de grootste economie van de wereld, die al 13,8 miljard euro overheidsgeld in de voormalige autoreus pompten. En als tweede grote speler is er Duitsland, goed voor een derde van het bruto binnenlandse product in de Europese Unie. Trekken de twee (economische) grootmachten het laken naar zich toe? Het ongenoegen in België is diep. Een kabinetsmedewerker die het Opel-dossier opvolgt, gewaagt van een gevoel van Duitsland tegen de rest. Het nationalisme zou overheersen. De Belgische politici kunnen hooguit de deur op een kier zetten. Ze zijn amper goed voor de klasse van de lichtgewichten. Ze voelen zich als David tegenover Goliath. De dossiers worden dus duidelijk gestuurd vanuit Detroit en Rüsselsheim, het Duitse hoofdkantoor van General Motors Europe. Maar ook voor de Duitse regeringen blijft dit een enorm complex dossier. Van General Motors wordt verwacht dat het vóór maandag 1 juni met een geloofwaardig herstelplan aankomt dat de miljardenverliezen kan stelpen. Maar de kans bestaat dat die deadline weer verschuift. Het is al het vierde saneringsplan dat de autobouwer indient. De vorige versies werden gelezen en verworpen. "We hebben herhaaldelijk de industriële logica gevraagd aan de mensen van General Motors. Die hebben we tot vandaag niet", zegt Patricia Ceysens, de Vlaamse minister van Economie (Open Vld). "We blijven aandringen op cijfers van GM. Maar misschien verwacht het bedrijf veel meer van een politieke logica dan van een bedrijfseconomische logica?" General Motors benadrukt graag dat het tijdelijke steun nodig heeft, gezien de kredietcrisis. Maar de problemen van het bedrijf gaan veel dieper. Het concern kon sinds 2001 geen winst meer boeken in Europa. Met de verkiezingen van 7 juni in aantocht heeft GM een extra drukkingsmiddel. De autosector in Europa is een zeer sterke lobby, met zo'n twee miljoen werknemers (toelevering inbegrepen). Duitsland is daarbij het zwaartepunt voor Opel, met 25.000 rechtstreekse werknemers. Toch tast Vlaanderen in verhouding veel dieper in de overheidsbuidel dan de Duitsers. Met 500 miljoen euro aan staatswaarborgen staat de teller hoger dan de 447 miljoen euro uit de Duitse deelstaat Hessen (16.000 banen in Rüsselsheim). En toch ligt in bijna alle mediaberichten Antwerpen (2700 banen) in poleposition als sluitingskandidaat. De lobbypogingen van de verscheidene Belgische regeringen halen bitter weinig uit. De Belgen krijgen niet langer een voet tussen de deur van de Duitse macht. Op 8 mei trok een technische delegatie naar Berlijn. Met daarbij de kabinetschefs van de ministers Kris Peeters (CD&V), Frank Vandenbroucke (sp.a) en Dirk Van Mechelen (Open Vld). Zij kregen een niet onaardige ontmoeting op het kabinet van Frank-Walter Steinmeier (SPD), de minister van Buitenlandse Zaken. De kandidaat-bondskanselier bij de federale verkiezingen van 27 september sprak zich al openlijk uit voor kandidaat-overnemer Magna. Steinmeier kwam daarmee in de vuurlinie van zijn collega Karl-Theodor zu Guttenberg. Voor de so-ciaaldemocraat Steinmeier zijn banen belangrijker dan een eventuele economische logica achter de reddingsoperatie. De Beier zu Guttenberg houdt liever de hand aan de knip. De Vlaams-Duitse ontmoeting bleef beperkt tot wat informatie-uitwisseling. Er kwamen weinig echt nieuwe elementen uit de bus. Het is allemaal wat te weinig voor het echte beslissingwerk. Vlaanderen en België verglijden naar de achtergrond. Niet dat het complexe Belgische staatsbestel in dit dossier niet belemmerend werkt, want recentelijk kopte de Duitse exportorganisatie Germany Trade & Invest nog met een weinig verhullende titel: 'Politiek gewirwar remt Belgische conjunctuurprogramma's'. Duitse bedrijven banen zich steeds moeilijker een pad door het onkruid aan instellingen. Maar in Berlijn wordt de samenwerking tussen de Vlaamse regering en de federale regering optimaal genoemd. Beide partijen loodsen Berlijn meteen naar de juiste aanspreekpartner. Alleen heeft Duitsland ze niet echt nodig. Ook de ontmoeting op Hemelvaart met de CEO van Magna, Siegfried Wolf, baadde in hetzelfde sfeertje. Het werd niet meer dan een kennismakingsgesprek. In een zakelijke sfeer. "We gaan niet zo maar voor de sweetness van subsidies", liet de Magna-topman verstaan aan de Vlaamse excellenties. "Het hele plan moet bedrijfseconomisch lukken." Wolf gaf wel mee dat hij het beste voorhad met de fabriek in Antwerpen. Er werden opvolgingafspraken gemaakt. Maar nog geen dag later verklaarde een Magna-woordvoerder voor de camera's in Berlijn dat Antwerpen dichtgaat. Voor die andere overnamekandidaat, Fiat-baas Sergio Marchionne, hoeft Antwerpen zelfs niet langer. Op 6 mei belegde hij in allerijl een afspraak met minister-president Kris Peeters, na mediaberichten over de sluiting van Antwerpen. Die afspraak moest begin vorige week plaatsvinden, maar is er nog altijd niet. Ook Marchionne heeft het te druk in Duitsland. Slechts één ding staat vast. Niets doen, is géén optie. Het autodossier belandt deze week elke dag op het bord van de Vlaamse en federale regering. (T) Door Door Wolfgang Riepl