Lekkerbekken.
...

Lekkerbekken.In 1979 leest Franz Dahlem een artikel in het maandblad van de Kamer van Koophandel. Het was een "klachtenregen" over de exportmogelijkheden van witloof. Het artikel geeft de carrière van Dahlem een "100 % selfmade man" en voordien actief in de reclamewereld, een totaal andere wending. Hij groepeert zes witloofexporteurs onder de noemer Belgian Endive Marketing Board ( BEMB). De vereniging wil haar krachten en centen bundelen om op de Amerikaanse markt door te breken. Elk lid betaalt een bijdrage, op basis van het aantal verkochte kilo's. De zes zijn Alpimex cv, Coosemans, L. Deschouwer & Cie. pvba, nv Haegemans Agro, Heremans-Aerts nv, Orca nv en Vangrunderbeek Gbrs. nv. Alpimex en Vangrunderbeek fuseerden onlangs. De activiteiten van BEMB bestaan vooral uit reclame- en pr-werk. Advertenties plaatst Dahlem niet meer, want die zijn te duur. Via persreizen met Amerikaanse foodwriters naar België, wordt de witloofboodschap verspreid. Daarnaast worden in winkels gratis proefsessies georganiseerd. "Voor 1981 werd individueel geëxporteerd, jaarlijks werd toen 300 ton in de Verenigde Staten ingevoerd. Vandaag bedraagt het aantal 3000 ton, al is de markt sinds het begin van de jaren negentig gestagneerd. De 3000 ton is goed voor een tiende van de export van witloof uit België in volume. Maar in prijs bedraagt het Amerikaanse aandeel 15 tot 17 %." Het witloof wordt voornamelijk ingevoerd via Boston, New York en Philadelphia. Hunts Point, de fruit- en groentenmarkt in de New Yorkse Bronx, tevens de grootste van de wereld, blijft hét aanvoerpunt voor het witloof. Vandaar wordt het verdeeld naar drie kanalen. De foodservice-bedrijven, zoals de Marriott-groep en Cysco, verdelen het verder aan restaurants. De supermarkt en de kleinhandel (vooral de vele fastfoodrestaurants en -winkels in New York), vormen de andere kanalen. "Het grote probleem blijft de opvoeding van de consument. Witloof is geen massaproduct. De concurrentie komt niet van de andere producenten, maar van andere speciale producten. Kopers van witloof in de Verenigde Staten zijn nog steeds mensen met belangstelling voor voeding, lekkerbekken en avonturiers in het eten." En Franz Dahlem herhaalt nogmaals het bekende klaagrefrein, dat Franse en Nederlandse exportdiensten veel meer promotie maken dan de Belgische. Begin jaren tachtig probeerde de BEMB de naam Belgian Endive te patenteren. Dat lukte niet. Met als gevolg dat ook andere landen zich van de merknaam bedienen. De Nederlanders, met een erg wisselvallige export, voeren jaarlijks maximaal 460 ton in. Meer gevaar loert vanuit Californische hoek. Het bedrijf California Speciality Fruit leerde de stiel in België en kent een sterke groei. Vorig jaar bracht het 1000 ton "Belgian endive" op de Amerikaanse markt. "Het Belgisch witloof geniet nog steeds de beste reputatie. Maar de Belgen moeten zich niet onoverwinnelijk opstellen. Twintig jaar geleden waren ze heer en meester over het witloof. De kwaliteit in Californië is goed en verbetert voortdurend."