Bij Belgacom circuleren interessante commentaren op ons artikel van vorige week over de winstgevende Franse groep Iliad, die net over de grens voor 30 euro per maand snel internet, meer dan honderd tv-zenders en onbeperkt bellen naar vaste nummers in 28 landen levert.
...

Bij Belgacom circuleren interessante commentaren op ons artikel van vorige week over de winstgevende Franse groep Iliad, die net over de grens voor 30 euro per maand snel internet, meer dan honderd tv-zenders en onbeperkt bellen naar vaste nummers in 28 landen levert. Ongeveer één op vier nieuwe klanten van Iliad moet bovenop zijn 30 euro nog een abonnement van 15 euro betalen aan France Télécom, stipt men bij Belgacom fijntjes aan, omdat hun lijnen niet volledig ontbundeld zijn. De gelauwerde helpdesk van Iliad is betalend. En de Franse btw op het internet is 1,5 procentpunt lager dan bij ons, op digitale tv zelfs 6,5 procentpunt lager. Iliad kan ook naar hartenlust de markt afschuimen, terwijl Belgacom verplicht is om ook moeilijke klanten te bedienen. Maar ook de strategie van de nationale toezichthouder speelt een rol, merkt men bij Belgacom op in een heel interessante analyse. De Franse toezichthouder maakt het afhuren van de lokale lijnen van France Télécom ('ontbundelen') goedkoop en moedigt de alternatieve operatoren daardoor aan om in een eigen netwerk te investeren en de hele communicatieketen in handen te nemen. De Belgische toezichthouder heeft daarentegen vooral het doorverkopen van capaciteit van Belgacom aangemoedigd. De economische dynamiek van die twee opties is totaal verschillend, aldus Belgacom. De investeringen van de Franse operatoren in hun eigen netwerk zijn grotendeels eenmalige, vaste kosten. De trafiek die ze daarna kunnen aantrekken heeft een lage bijkomende kost. Dat drijft hen ertoe om met lage prijzen een maximum aan klanten aan te trekken. Belgische alternatieve operatoren hebben vandaag niet hetzelfde hefboomeffect. Zij kopen hun capaciteit bij Belgacom. Er zijn geen volumekortingen. Meer omzet betekent evenredig hogere kosten. Ze hebben dus niet dezelfde stimulans om zoveel mogelijk klanten binnen te halen als hun Franse collega's. Maar een prijzenslag kan alleen maar leiden tot faillissementen, gaat de redenering bij Belgacom door. Financieel welvarende bedrijven zijn een waarborg voor investeringen. Dat argument raakt een gevoelige snaar bij nogal wat Belgische politici, hoewel het een oproep is om de vrije markt te beperken. Frankrijk doet dat niet en vaart er wel bij. Iliad stopte vorig jaar 30 % van zijn omzet in netwerkgebonden investeringen. Telenet 25 %. De vastelijndienst van Belgacom slechts 19 % (waarvan 7,6 procentpunten voor de rechten en infrastructuur voor Belgacom TV). Die cijfers verklaren niet waarom Telenet en Belgacom ongeveer 145 tot 210 % duurder zijn dan Iliad. Andere elementen doen dat beter. Efficiëntie bijvoorbeeld. De vastelijndienst van Belgacom boekte slechts 175.000 euro omzet per personeelslid, tegen 491.000 voor Telenet en 642.000 euro voor Iliad, dat quasi niets uitbesteedt. Ook de aandeelhouders zijn minder hebberig. Iliad keerde vorig jaar 1,5 procent van zijn omzet uit. Belgacom, nog altijd voor de helft van de staat, 21 %, waarvan 855 miljoen euro aan dividenden en 300 miljoen euro door inkoop van eigen aandelen. Telenet betaalde dan weer 26,2 % van zijn omzet aan financiëringskosten door de dure overname van zijn netwerk. Frankrijk verschilt van België, uiteraard. Maar zou de 'digitale kloof' hier niet kleiner zijn - en het aanbod gesofisticeerder - als je voor telecom in Lille kon gaan shoppen? Bruno Leijnse