LUFTHANSA WIL dat zijn Belgische dochter Brussels Airlines winstgevender wordt. Sectorwaarnemers betwijfelen of het bedrijf dat kan. De voorbije jaren boekte Brussel Airlines verlies of een flinterdunne winst.

Die plotse scepsis over de winstgevendheid is merkwaardig. Toen Lufthansa begin 2018 Brussels Airlines volledig inlijfde, heette het dat België een kroonjuweel verpatste tegen een spotprijs. Vreemd dat niemand toen merkte dat investeerders niet massaal aanschoven voor de zogenoemde parel van 's lands luchtvaart.

Brussels Airlines heeft het moeilijk. Intercontinentaal kan de carrier behoorlijk mee, dankzij de status van Brussel als Europese hoofdstad. Zaventem wordt bovendien gevoed door de passagiers van de luchtvaartalliantie Star Alliance, waar Lufthansa een van de trekpaarden is.

Europees gaan de zaken moeilijker. Het luchtvaartbeleid in dit land helpt niet. De drie gewesten en de federale overheid hebben tegengestelde belangen. Wallonië wil zijn eigen luchthavens economisch ontwikkelen, met riante subsidies en goedkope luchtvaarttickets. Ondanks zijn beschamend hoge werkloosheidscijfers verkiest het Brussels Gewest nachtrust voor zijn bevolking boven een expanderend Zaventem.

Charleroi kan intercontinentaal voorlopig niet volgen. Weinig transferpassagiers opteren na een intercontinentale vlucht voor een luchthaven die geen Europese aansluitingen aanbiedt. Maar dat hoeft niet zo te blijven. De piste in Brussels South wordt verlengd.

Het is 'eigen belang eerst' in de Belgische luchtvaart. Daarmee weerspiegelt dat beleid het politieke bestel in dit land, dat nog enkel als een rammelend en reutelend geraamte aaneenhangt.