Een vermogen beheren, is geen eenvoudige opgave. Niet iedereen heeft de middelen om zijn portefeuille toe te vertrouwen aan een privébankier, of is daartoe bereid. Een bijkomende moeilijkheid is dat de klassieke theorieën van het vermogensbeheer niet zijn aangepast aan de uitdagingen van vandaag.
...

Een vermogen beheren, is geen eenvoudige opgave. Niet iedereen heeft de middelen om zijn portefeuille toe te vertrouwen aan een privébankier, of is daartoe bereid. Een bijkomende moeilijkheid is dat de klassieke theorieën van het vermogensbeheer niet zijn aangepast aan de uitdagingen van vandaag. De grootste uitdaging is de lage rente. Voor de financiële crisis kon een belegger door berekende risico's te nemen een nettojaarrendement van 4 procent halen. Als hij dat rendement herinvesteerde, verdubbelde zijn beleggingsportefeuille om de achttien jaar in waarde. Een gepensioneerd koppel met een kapitaal van 500.000 euro, dat het rendement van zijn vermogen gebruikt om zijn wettelijk pensioen aan te vullen, kon rekenen op 20.000 euro per jaar extra. Vandaag is een nettojaarrendement van 2,5 procent al een mooi resultaat, maar daarmee verdubbelt de waarde van een portefeuille maar om de 28 jaar. Het gepensioneerde koppel ziet zijn rente zelfs dalen van 20.000 tot 12.500 euro per jaar. De andere grote uitdaging is de evolutie van de fiscaliteit. De verhoging van de roerende voorheffing van 15 tot 25 procent heeft het nettorendement van de beleggingsproducten waarop die belasting verschuldigd is, met 11,7 procent doen dalen. Het wordt ook almaar riskanter een vermogen buiten de landsgrenzen onder te brengen, vooral als de inkomsten eruit niet aan de fiscus zijn aangegeven. Volgens François Parisis, chief wealth structuring officer bij de private banker Puilaetco Dewaay, zullen Belgen die hun vermogen in het buitenland blijven aanhouden, moeite hebben het terug naar eigen land te halen, ook al zijn ze ingegaan op de fiscale regularisatie. De enige oplossing die hen dan nog rest, is zich te vestigen in het land waar hun vermogen zich bevindt. Een vermogen evolueert mee met de leeftijd. Een zestiger, die kort voor zijn pensioen staat, wordt bovendien geconfronteerd met andere uitdagingen dan een twintiger. Dat heeft ook gevolgen voor de vermogensstrategie. Daarom splitsen we dit dossier op in drie delen: vermogensbeheer van 20 tot 39 jaar, van 40 tot 59 jaar en 60 jaar en ouder. In het begin van uw loopbaan bestaat uw belangrijkste doelstelling erin een vermogen op te bouwen. Het is belangrijk dat u daarbij deze basisregel van het vermogensbeheer voor ogen houdt: bouw een reserve op waar u gemakkelijk toegang toe hebt, bijvoorbeeld op een spaarrekening, om altijd het hoofd te kunnen bieden aan onvoorziene omstandigheden. Die reserve moet zo'n zes tot twaalf maanden inkomen vertegenwoordigen. Als u twintig bent, lijkt het pensioen nog heel ver weg, maar toch mag u dan al een klein deel van uw eerste loon opzijzetten voor uw oude dag. Daarbij is het interessant te kiezen voor het pensioensparen. Niet alleen is dat fiscaal interessant, door de kracht van de samengestelde intresten zullen beleggingen die u als twintiger doet, tientallen jaren later aanzienlijk bijdragen aan het totale rendement van uw portefeuille (zie kader Jong beginnen loont). Benoît Lacheron van Bank Degroof onderstreept bovendien dat jonge spaarders meer risico's kunnen nemen om een hoger rendement te halen, aangezien hun beleggingshorizon dertig of veertig jaar bedraagt. Ook aandelen mag u niet vergeten. Het precieze gewicht ervan in uw portefeuille hangt uiteraard af van uw risicoappetijt. Als u op korte of middellange termijn een woning wilt kopen, kunt u uw spaargeld maar beter niet parkeren op de beurs. In de huidige omstandigheden zijn ook langlopende obligaties -- met een looptijd van meer dan tien jaar -- af te raden, omdat die zeer gevoelig zijn voor een eventuele stijging van de rente. Een hogere rente kan leiden tot forse koersdalingen. De beste manier om te sparen voor een woning is te investeren in producten op een middellange termijn van drie tot vijf jaar, zoals kasbons, termijnrekeningen en zelfs gestructureerde producten met een gewaarborgd kapitaal. Voor die laatste producten moet u er wel rekening mee houden dat de waarborg alleen geldt op de vervaldag. Het is dus af te raden die vroeger te verkopen. Als u binnen de twee jaar een woning wilt kopen, blijft de spaarrekening de meest liquide en de meest veilige oplossing. Voor spaarboekjes geldt bovendien een overheidswaarborg van 100.000 euro per persoon en per bank. "Het is belangrijk dat jonge mensen profiteren van fiscale voordelen zoals die van het pensioensparen en de woonbonus", bevestigt François Parisis. "Jonge trouwers moeten ook voldoende aandacht schenken aan hun huwelijkscontract als een instrument om hun successie te plannen en elkaar te beschermen. Alleenstaanden doen er verstandig aan een testament op te stellen. Daarmee vermijden ze dat hun broers en zussen hoge successierechten moeten afdragen als ze vroegtijdig zouden overlijden." Veel dertigers krijgen een schenking van hun ouders. Het is raadzaam een beding van terugkeer te koppelen aan een schenking. Er zijn dan geen successierechten verschuldigd als de begiftigde voor zijn ouders overlijdt. De toekomstige erfgenaam kan ook de naakte eigenaar of de mede-eigenaar worden van een onroerend goed dat zijn ouders kopen. Dat is een manier om de kosten van de overdracht op termijn gevoelig te verlagen. Als veertiger of vijftiger ziet u uw financiële behoeften gevoelig afnemen, nadat u uw hypothecaire lening hebt afgelost en uw kinderen zijn afgestudeerd. De financiële middelen die daardoor vrijkomen, kunt u onder meer gebruiken om uw pensioen voor te bereiden. Daarvoor moet u eerst nagaan hoeveel uw toekomstige wettelijk pensioen zal bedragen -- u vindt die informatie bijvoorbeeld op de website van de Rijksdienst voor Pensioenen -- en welke financiële behoeften u tegen dan zult hebben. Het verschil moet u aanvullen met de tweede en de derde pensioenpijler -- de groepsverzekering en het individuele pensioensparen -- en met een beleggingsportefeuille (zie tabel Rekenen voor het pensioen). Om uw totale kapitaalbehoefte te bepalen, gaat u het beste uit van een beperkt rendement van 2 à 3 procent, om het hoofd te kunnen bieden aan een eventuele periode van lage rente. Bovendien is het belangrijk dat het kapitaal na uw zestigste blijft aangroeien om de impact van de inflatie te verzachten. Anders loopt u het risico dat uw koopkracht halveert over een periode van twintig jaar. Op uw veertigste kunt u nog overwegend beleggen in aandelen. Dat verandert drastisch tegen uw zestigste: tegen dan moet u het kapitaal dat een rente moet opbrengen, heel wat voorzichtiger beleggen. Niet alleen moet u het gewicht van beursbeleggingen beperken, u hebt ook een sterke spreiding over aandelen, obligaties en fondsen nodig. U kunt ook uw toevlucht zoeken tot vastgoed, dat recurrente en geïndexeerde huurinkomsten genereert. Maar dat vereist meer betrokkenheid dan het beheer van een portefeuille die bestaat uit klassieke financiële beleggingen. Als u over een groot kapitaal beschikt, kunt u een privébankier in de arm nemen. Als u daar niet voor wilt kiezen, is het raadzaam een groot deel van uw spaargeld te beleggen bij verschillende instellingen, om de risico's te spreiden en niet afhankelijk te zijn van het advies van één financieel adviseur. Op fiscaal gebied moeten veertigers en vijftigers hun vermogen structureren. Huwelijkspartners kunnen hun vermogens in evenwicht brengen via een (herroepbare) schenking. Daarmee is de minder vermogende partner beter beschermd. Gescheiden mensen die hertrouwen, moeten beslissen wat ze ondernemen voor hun erfopvolging. Zo kunnen partners met een nieuw samengestelde gezin elkaar onterven ten voordele van de kinderen uit hun eerste huwelijk -- als ze beiden over een voldoende hoog vermogen beschikken tenminste. Ook het structureren van uw private en professionele vermogen is cruciaal. Ondernemers moeten er ruim op tijd mee beginnen om tegen een fiscaal voordelig tarief kapitaal uit hun bedrijf te halen, met het oog op de overdracht of de stopzetting van hun activiteit. Als u uw pensioenleeftijd bereikt, verandert de doelstelling van uw vermogensbeheer radicaal: in plaats van kapitaal op te bouwen, wordt het genereren van inkomsten nu een prioriteit. Volgens Benoît Lacheron van Bank Degroof is het ideaal de opname van geld te beperken tot het reële rendement van het kapitaal (met aftrek van de inflatie), zodat het vermogen blijft groeien en de koopkracht op lange termijn stabiel blijft. Het belangrijkste risico is dat uw startkapitaal wordt aangetast. Een daling van de recurrente inkomsten kan dan een sneeuwbaleffect veroorzaken. Jan Vergote, hoofd beleggingsstrategie bij Belfius, onderstreept dat gepensioneerden hun inkomsten uit spaargeld het beste halen uit renteproducten zoals kasbons en bedrijfsobligaties. Voor het kapitaal dat niet essentieel is om aanvullende inkomsten op te leveren en dat op lange termijn kan worden belegd, adviseert Vergote een gewicht in aandelen van 34 procent -- al is dat percentage afhankelijk van uw risicoappetijt en van de marktomstandigheden. Dat kapitaal kunt u individueel beleggen of in fondsen, om een betere diversificatie te garanderen. De beurs en recurrente inkomsten zijn niet incompatibel. Naast bedrijven die de afgelopen 25 jaar hun dividend telkens hebben verhoogd -- de zogenoemde dividendaristocraten -- kunnen ook vastgoedbevaks in een context van lage rente een interessant alternatief zijn. Cofinimmo -- dat met kantoren, rusthuizen en winkels de grootste en meest gediversifieerde van de Belgische vastgoedbevaks is -- belooft een brutodividend van 6 euro per aandeel voor 2013, wat neerkomt op een nettorendement van 5 procent. De koers is uiteraard onderhevig aan aanzienlijke schommelingen, afhankelijk van de evolutie van de beurzen, maar met een focus op rente-inkomsten is dat minder belangrijk. Het is vooral zaak dat het dividendrendement hoog blijft. Dat wordt gegarandeerd door het statuut van de vastgoedbevaks, die minimaal 80 procent van hun winst moeten uitkeren aan hun aandeelhouders. Op fiscaal gebied wordt successieplanning vanaf uw zestigste uw grootste prioriteit. U hebt dan twee belangrijke doelstellingen: voldoende inkomsten behouden om te leven en de factuur van de successierechten voor uw kinderen beperken. De schenking van roerende goederen heeft vaak de voorkeur, gezien de lage schenkingsrechten die erop verschuldigd zijn. U hebt daarbij de mogelijkheid de inkomsten uit dat vermogen te behouden of het kapitaal te blijven beheren. Volgens François Parisis van Puilaetco Dewaay is het ook essentieel snel oplossingen te zoeken voor het vastgoedpatrimonium (met uitzondering van de eigen woning). Dat kan gebeuren door het te verkopen, een patrimoniumvennootschap op te richten of door het vastgoed te schenken (eventueel in schijven). De fiscaliteit van beleggingen in het buitenland verdient ook specifieke aandacht. De fiscale regularisatieprocedure EBA-ter loopt nog tot eind dit jaar. Daarna dreigen de deuren voor repatriëringsoperaties opnieuw te sluiten. CÉDRIC BOITTE EN MATHIAS NUTTINBeleggingen die u als twintiger doet, zullen tientallen jaren later aanzienlijk bijdragen aan het totale rendement van uw portefeuille. Op uw veertigste kunt u nog overwegend beleggen in aandelen. Tegen uw zestigste moet u het kapitaal dat een rente moet opbrengen, heel wat voorzichtiger beleggen. Als u uw pensioenleeftijd bereikt, verandert de doelstelling van uw vermogensbeheer radicaal: in plaats van kapitaal op te bouwen, is het genereren van inkomsten nu een prioriteit.