Belgen zijn voorzichtige beleggers. Ze laten zich makkelijker overtuigen om een deel van hun vermogen in een beleggingsfonds te investeren als de beheerders beloven dat ze maximaal 5, 10 à 15 procent van hun inleg kunnen verliezen. Het gaat dan om fondsen die het geld - rechtstreeks of onrechtstreeks via andere fondsen - in aandelen en/of obligaties stoppen.
...

Belgen zijn voorzichtige beleggers. Ze laten zich makkelijker overtuigen om een deel van hun vermogen in een beleggingsfonds te investeren als de beheerders beloven dat ze maximaal 5, 10 à 15 procent van hun inleg kunnen verliezen. Het gaat dan om fondsen die het geld - rechtstreeks of onrechtstreeks via andere fondsen - in aandelen en/of obligaties stoppen. Als de aandelen in de portefeuille van een fonds met een bodembescherming veel minder waard worden en onder de bodemgrens gaan, vertrekken automatisch verkooporders. De opbrengsten van die aandelenverkopen worden geparkeerd in geldmarktfondsen. Die fondsen die in zeer kortlopend schuldpapier beleggen, zijn het equivalent van cash voor fondsenbeleggers. Het geld brengt niets op, maar de beleggers kunnen op beide oren slapen als de beurzen verder crashen. De Belgische vereniging van vermogensbeheerders Beama registreert elk kwartaal hoeveel geld in de fondsen zit die in ons land worden gecommercialiseerd. Ze stelde vast dat tussen oktober en december door "technische tussenkomsten in de portefeuilles van gemengde dakfondsen" 6,6 miljard euro uit aandelen- en obligatiefondsen stroomde richting geldmarktfondsen. Dakfondsen zijn fondsen die via andere fondsen investeren in aandelen en/of obligaties. Tussen januari en maart verhuisden de beheerders van die gemengde dakfondsen 3,7 miljard euro uit geldmarktfondsen opnieuw richting aandelen- en obligatiefondsen. Iets meer dan de helft van het geld dat eind vorig jaar veiligheidshalve in cash was opzijgezet, werd dus opnieuw geïnvesteerd. We vroegen Beama hoeveel geld omgaat in die gemengde dakfondsen met een bodembescherming, maar daar kon de vereniging geen antwoord op geven. "Bodembescherming is een techniek die beheerders van gemengde dakfondsen toepassen. Wij publiceren geen afzonderlijke nettoactiva van die fondsen", zegt een woordvoerder. "Ik kan u enkel vertellen dat er 76,3 miljard euro in dakfondsen zit." Eind maart was in totaal 190 miljard euro belegd in de fondsen die in België publiek worden verdeeld. KBC - het grootste fondsenhuis op de Belgische markt, met een geschat marktaandeel van 32 procent - verdeelt zeventig fondsen met een bodemgrensbewaking in België. "Ongeveer 10 procent van het totale belegde vermogen in fondsen van KBC zit in zulke fondsen", laat een woordvoerder weten. Een wiskundig model moet erover waken dat de waarde van de beleggingen boven een vooraf bepaalde bodemgrens blijft. "Het model maakt een onderscheid tussen beleggingen met meer risico - zoals aandelen, obligaties en vastgoed - en beleggingen met minder risico", legt de woordvoerder van KBC uit. "Als de afstand tot de bodemgrens afneemt, zoals in het vierde kwartaal van 2018, geeft het model het signaal om voorzichtiger te beleggen en worden beleggingen met meer risico geleidelijk omgezet in beleggingen met minder risico. Als de markten weer herstellen, zoals in het eerste kwartaal van 2019, als de afstand tot de bodemgrens voldoende groot is en als de schommelingsgraad van de beurzen binnen bepaalde grenzen blijft, laat het model opnieuw toe geheel of gedeeltelijk meer risico te nemen." Elk jaar wordt op de resetknop gedrukt. "De bodemgrens wordt elk jaar opnieuw bepaald. Op dat moment wordt opnieuw belegd volgens onze strategie, in lijn met het risicoprofiel van de klant. Die nieuwe bodemgrens kan hoger of lager liggen dan de vorige en is één jaar geldig", klinkt het bij KBC. De datum waarop de fondsen worden gereset, verschilt naargelang het fonds. Dat gebeurt meestal eind januari, eind april, eind juli of eind oktober. Tussen de piek in januari 2018 en 1 oktober verloor de Bel-20-index ruim 10 procent van zijn waarde en de EuroStoxx50 ongeveer 6 procent. Als beleggers op 1 oktober uit aandelen stapten, bespaarden ze zich een verdere neerwaartse rit van 15 procent in 2018. In de eerste drie maanden van 2019 beleefden de Europese beursindexen een bijna even spectaculair herstel als de val in de drie maanden die eraan voorafgingen. Het ziet ernaar uit dat de grensbewakers in de fondsenwereld hebben gedaan wat ze moesten doen. De hamvraag voor beleggers is natuurlijk of ze ook opnieuw in aandelen zijn gestapt toen die goedkoper waren dan op het moment dat ze uitstapten. Het verschil tussen de aan- en de verkoopprijs moet bovendien de extra kosten dekken die onvermijdelijk met zo'n techniek van bodembescherming gepaard gaan. Beleggers in aandelen of beursgenoteerde indexfondsen hebben eveneens de mogelijkheid hun verliezen te beperken of hun winsten veilig te stellen. Zij kunnen een stoploss- of een stoplimitorder in te stellen. Bij een stoploss wordt een verkooporder tegen de marktprijs uitgevaardigd. De belegger wil dan tot elke prijs van het aandeel af tegen gelijk welke prijs die hij ervoor kan krijgen op de beurs. Bij een stoplimit gaat een verkooporder naar de markt met een limietprijs of een minimale prijs die de belegger voor het aandeel wil krijgen. Bij een stoplimit kan het dus gebeuren dat de belegger met zijn aandeel blijft zitten, maar hij is wel beschermd tegen een plotse onverklaarbare val van een aandeel gevolgd door een heropleving. Er zijn verschillende systemen beschikbaar op de fondsenmarkt. Belfius heeft Lock-fondsen, waarbij de belegger op voorhand een bodempercentage kan vastleggen. Als de intrinsieke waarde van het fonds te veel zakt onder de waarde bij de aankoop, worden de deelbewijzen van het fonds automatisch verkocht. Bij KBC zit de bescherming in het beheer van de fondsen ingebouwd. Ten slotte kan er ook nog een beschermingslaagje toegevoegd worden door boven de fondsen een verzekeringscontract te schuiven, zoals bijvoorbeeld bij de tak23-levensverzekering Smart Fund Plan van BNP Paribas Fortis het geval is.