De voorbije tien jaar heeft de kleine belegger het een stuk gemakkelijker gekregen. De keuzemogelijkheden zijn groter geworden, en de transactie- en de bewaarkosten zijn sterk gedaald. Maar dat ruimere aanbod heeft ook een nadeel, want de verschillende kostenstructuren zijn niet altijd eenvoudig te vergelijken. Daarom onderwerpt Trends het aanbod en de tarieven van de Belgische grootbanken en onlinebrokers elk jaar aan een kritisch onderzoek via simulaties en enquêtes.
...

De voorbije tien jaar heeft de kleine belegger het een stuk gemakkelijker gekregen. De keuzemogelijkheden zijn groter geworden, en de transactie- en de bewaarkosten zijn sterk gedaald. Maar dat ruimere aanbod heeft ook een nadeel, want de verschillende kostenstructuren zijn niet altijd eenvoudig te vergelijken. Daarom onderwerpt Trends het aanbod en de tarieven van de Belgische grootbanken en onlinebrokers elk jaar aan een kritisch onderzoek via simulaties en enquêtes. Uit dat onderzoek blijkt dat de vier grootbanken - Belfius, BNP Paribas Fortis, ING en KBC - nog altijd duur blijven voor beleggers. Toch zijn de kosten ook bij hen gedaald; zo geven ze kortingen tot 40 procent op onlinebeurstransacties. KBC maakt de beste beurt dankzij zijn onlinebroker Bolero. Het klassieke argument dat de grootbanken aanvoeren voor hun hoge kosten, is dat ze eigenlijk geen onlinebrokers zijn, maar instellingen die een totaalpakket aan financiële diensten leveren. Onlinebrokers zoals BinckBank, Saxo Bank, Lynx, Leleux en Traders Only bieden inderdaad geen spaarrekeningen, leningen of verzekeringen aan (zie tabel dienstenaanbod). Keytrade Bank, Deutsche Bank, Argenta en Fortuneo hebben wel hoogrentende spaarrekeningen in hun aanbod. Maar niets belet consumenten dat ze hun hypothecaire krediet afsluiten bij een grootbank en hun beurstransacties verrichten bij een goedkopere onlinebroker. Hoeveel transactie- en bewaarkosten een grootbank of een onlinebroker aanrekent, hangt af van het aantal transacties dat een belegger per jaar doet en van de omvang van zijn portefeuille. Hoe de simulaties werden opgezet, wordt toegelicht in het kaderartikel Zoek de verschillen. Aansluitend bij dit onderzoek werd een online-enquête onder de lezers van Trends gehouden, waaraan 300 personen deelnamen. Daaruit blijkt dat 85 procent van de respondenten dagelijks de situatie op de financiële markten volgt, en dat bijna 65 procent elke dag zijn beleggingsportefeuille controleert. 23 procent van de deelnemers verricht maandelijks meer dan zes beurstransacties, 60 procent doet één à vijf transacties in een maand. In de simulaties hebben we rekening gehouden met dat resultaat door het aantal beurstransacties van een high frequency trader vast te stellen op 24 per jaar. Bijna zes op de tien respondenten zijn van mening dat lage transactie- en bewaarkosten de belangrijkste troef van een onlinebroker zijn. Daarnaast vinden ze ook de veiligheid en de gebruiksvriendelijkheid van het onlineplatform belangrijk. De onlinebrokers hebben beurstransacties dan wel gemakkelijker en goedkoper gemaakt, maar er is een keerzijde aan die medaille. De keuze van de Belgische belegger is niet langer beperkt tot aandelen, obligaties of fondsen, hij kan ook opteren voor risicovolle opties, turbo's, futures of de handel in buitenlandse valuta (forex). Dat kan grote gevaren inhouden voor onervaren beleggers. De hefbomen op sommige producten lopen hoog op en kunnen posities in één dag tijd wegvegen. Een hefboom van 5 houdt in dat als het onderliggende actief - bijvoorbeeld een beursindex - met 1 procent stijgt, de waarde van het product omhooggaat met 5 procent. Dat mechanisme werkt ook omgekeerd: als het actief met 1 procent daalt, zakt de waarde met 5 procent. De verliezen kunnen daardoor snel oplopen. Daarnaast kunnen de klanten geld lenen om ermee te beleggen (de effectenhandel op krediet). Wie met geleend geld een hefboom gebruikt, kan grote winsten binnenhalen, maar ook zeer zware verliezen lijden. De vele keuzemogelijkheden kunnen beleggers er ook toe verleiden gokjes te wagen via vele kleine posities. Zo'n positie, die vaak beperkt blijft tot 1000 euro, is op zich te klein om een totale beleggingsportefeuille in een bepaalde richting te sturen. Een grote winst op een positie wordt vaak tenietgedaan door de vele kleine verliezen op de andere posities. De enige die daar beter van wordt, is de tussenpersoon. De vele transacties doen de kosten zeer snel oplopen (zie tabel prijsverschillen). Uit een Amerikaanse studie van 2001, waarin de prestaties van 35.000 beleggingsportefeuilles tussen 1991 en 1997 werd gevolgd, is al gebleken dat het veelvuldig verhandelen van aandelen leidt tot een vermindering van de jaarlijkse prestatie van een beleggingsportefeuille met 2,65 procentpunten. Boven op de transactie- en de bewaarkosten komt nog de beurstaks, die beleggen weer een stukje duurder heeft gemaakt (zie kaderartikel De beurstaks). MATHIAS NUTTIN EN JOHAN STEENACKERS