De belastinghervorming is niet bijster efficiënt en vrij duur om de inactieve beroepsbevolking te verleiden om de arbeidsmarkt op te trekken. De hervorming verlaagt weliswaar de belastingdruk op arbeid, maar ze beïnvloedt de keuze tussen werken of niet werken nauwelijks," vindt Kristian Orsini, een econoom verbonden aan de KU Leuven.
...

De belastinghervorming is niet bijster efficiënt en vrij duur om de inactieve beroepsbevolking te verleiden om de arbeidsmarkt op te trekken. De hervorming verlaagt weliswaar de belastingdruk op arbeid, maar ze beïnvloedt de keuze tussen werken of niet werken nauwelijks," vindt Kristian Orsini, een econoom verbonden aan de KU Leuven. De belastinghervorming was goedgekeurd in 2001 en draait nu eindelijk op volle toeren. Ze houdt een verlaging van de personenbelasting in en een belastingkrediet voor lage inkomens, dat in 2004 voor werknemers vervangen is door de werkbonus (lagere werknemersbijdrage voor laaggeschoolden). Volgens Orsini levert die belastinghervorming 30.000 extra jobs op: "De helft van die jobs is te danken aan de hervorming van de personenbelasting, de andere helft aan de werkbonus. Dat maakt van de belastinghervorming een vrij dure maatregel om jobs te scheppen. De hervorming kost op kruissnelheid 3,1 miljard euro op jaarbasis of 10 % van de belastinginkomsten. Het kostte de overheid dus ongeveer 100.000 euro per extra job. De werkbonus is efficiënter dan de hervorming van de personenbelasting om mensen naar de arbeidsmarkt te lokken." Waarom? Een verlaging van de belastingdruk verleidt de betere verdieners nauwelijks om (nog) meer uren te kloppen, terwijl de werkbonus vooral de lagere inkomens ten goede komt. Daar ligt het front tussen werken of niet werken. En net daar helt de keuze nog te vaak over naar niet werken. De kloof tussen het minimumloon en een uitkering is te klein, zeker na aftrek van de extra kosten die gepaard gaan met een job. "De hoge belastingdruk op lage inkomens én de beschikbaarheid van hoge vervangingsuitkeringen liggen aan de bron van structurele lage werkgelegenheid bij laaggeschoolden, zeker in België, waar amper 55 % van de laaggeschoolden aan de slag is," weet Orsini. "Om jobs te scheppen, is het efficiënter om doelgericht de laagste inkomens minder te belasten."De verhoging van de werkbonus op 1 januari 2006 was een stap in de goede richting, maar het blijft dweilen met de kraan open. Orsini: "Een loonsverhoging lokt, net als in de buurlanden, weinig mensen naar de arbeidsmarkt. Een verhoging van het brutoloon met 10 % doet de arbeidsparticipatiegraad stijgen met amper 1,5 %."Kristian Orsini, Is Belgium 'Making Work Pay'? Discussion Paper 06.05, Center for Economic Studies, KU Leuven, maart 2006. D.K.