De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be Wat blijft er over van de beroemde vrijstelling van meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting? Als een vennootschap aandelen verkoopt, is de verwezenlijkte meerwaarde in principe vrij van belasting. Dat is niet onlogisch. Wanneer een vennootschap dividenden ontvangt, mag zij die -- op een klein gedeelte na -- aftrekken van haar fiscaal resultaat. Dat noemt men de 'aftrek van definitief belaste inkomsten', de DBI-aftrek. Die heeft tot gevolg dat de ontvangen dividenden bijna volledig vrij van belasting blijven. Als een vennootschap aandelen verkoopt, ontvangt zij weliswaar geen dividenden. Maar de verkoopprijs vormt de afspiegeling van de reserves die voorhanden zijn in de vennootschap waarvan de aandelen verkocht worden. De gerealiseerde meerwaarde is dus niets anders dan de winst die deze vennootschap in de vorm van dividenden zou kunnen uitkeren. Bijgevolg is het logisch dat naar analogie van de dividenden, ook de verwezenlijkte meerwaarden vrijgesteld worden van belasting. De DBI-aftrek is afhankelijk van het voldoen aan de zogenoemde taxatievoorwaarde. De vennootschap die de dividenden uitkeert, moet in België of in het buitenland aan een min of meer normale vennootschapsbelasting onderworpen zijn. Op dezelfde manier is ook de vrijstelling van meerwaarden op aandelen aan deze taxatievoorwaarde onderworpen. De vennootschap waarvan de aandelen verkocht worden, moet zelf aan een normale vennootschapsbelasting onderworpen zijn. Is dat niet het geval, dan wordt de meerwaarde op de aandelen bij de verkopende vennootschap aan de gewone vennootschapsbelasting onderworpen. Voor de DBI-aftrek moet niet alleen aan deze taxatievoorwaarde voldaan zijn. Bovendien is vereist dat de vennootschap die de dividenden ontvangt, de aandelen gedurende minstens een jaar ononderbroken in volle eigendom heeft. Deze voorwaarde gold tot voor kort niet voor de vrijstelling van meerwaarden op aandelen. Een goed jaar geleden is zij evenwel ook op de vrijstelling van meerwaarden van toepassing verklaard. Meerwaarden op aandelen die in principe volledig vrijgesteld zijn van belasting, worden vandaag dus toch belast, als de vennootschap de verkochte aandelen niet minstens gedurende een jaar in volle eigendom heeft gehad. Maar de belasting wordt dan niet geheven tegen het gewone tarief (van normaal gezien 33,99 procent), wel tegen een afzonderlijk tarief van 25,75 procent (drie opcentiemen aanvullende crisisbijdrage inbegrepen). De volledige vrijstelling van meerwaarden op aandelen geldt sindsdien nog slechts als zowel aan de taxatievoorwaarde als aan de voorwaarde van het behoud van de aandelen gedurende één jaar voldaan is. Maar ook deze volledige vrijstelling gaat nu voor de bijl. Eind vorig jaar is beslist dat vennootschappen op deze volledig vrijgestelde meerwaarden vanaf het aanslagjaar 2014 toch een relatief kleine belasting moeten betalen. Die bedraagt 0,412 procent (ook weer drie opcentiemen aanvullende crisisbijdrage inbegrepen). Kmo's ontspringen de dans. De nieuwe belasting van 0,412 procent geldt enkel voor grote(re) vennootschappen. Kmo's zijn vennootschappen die hoogstens een van de volgende criteria overschrijden: gemiddeld ten hoogste 50 personeelsleden; een jaaromzet van maximaal 7,3 miljoen euro (exclusief btw) en een balanstotaal van niet meer dan 3,65 miljoen euro. Maar wie meer dan 100 personeelsleden heeft, wordt altijd als 'groot' aangemerkt. Al deze criteria gelden bij 'verbonden' vennootschappen op geconsolideerde wijze. De nieuwe belasting heeft als merkwaardige eigenschap dat ze altijd verschuldigd zal zijn, ook als de vennootschap verlies lijdt. Maar dat is minder erg dan het op het eerste gezicht lijkt. Stel dat men een overschot aan verliezen zou moeten aanrekenen op de grondslag van de 0,412 procent belasting. Dat zou tot gevolg hebben dat deze verliezen nadien niet meer aangerekend kunnen worden op het fiscaal resultaat dat aan de gewone vennootschapsbelasting onderworpen is. Zij zouden dan opgeofferd zijn om de minieme belasting van 0,412 procent te ontgaan. Dat wenst niemand. JAN VAN DYCKDe nieuwe belasting zal ook gelden als de vennootschap verlies lijdt.