Meerwaarden op aandelen zijn in de personenbelasting niet belastbaar. Op voorwaarde dat ze gerealiseerd worden in het kader van het normale beheer van een privépatrimonium. De evaluatie gebeurt aan de hand van het criterium van de 'goede huisvader'. De meerwaarden op aandelen zijn belastingvrij als ze verwezenlijkt worden in omstandigheden waarin een 'goed huisvader' hetzelfde zou doen.
...

Meerwaarden op aandelen zijn in de personenbelasting niet belastbaar. Op voorwaarde dat ze gerealiseerd worden in het kader van het normale beheer van een privépatrimonium. De evaluatie gebeurt aan de hand van het criterium van de 'goede huisvader'. De meerwaarden op aandelen zijn belastingvrij als ze verwezenlijkt worden in omstandigheden waarin een 'goed huisvader' hetzelfde zou doen. Wordt de grens van het normale beheer van een privépatrimonium overschreden, dan zijn de meerwaarden wel belastbaar. Afhankelijk van de omstandigheden worden ze dan belast als 'occasionele winsten en baten' (tegen het afzonderlijke tarief van 33 %) of als beroepsinkomsten (tegen het progressieve tarief van de personenbelasting). Tussenvorm. Er is echter nog een tussenvorm: de situatie waarin de meerwaarden op aandelen gerealiseerd worden binnen het normale beheer van een privépatrimonium, maar ze niettemin belastbaar zijn. Dat is het geval wanneer de aandelen deel uitmaken van een 'aanmerkelijk belang'. Zij worden - in bepaalde omstandigheden - afzonderlijk belast tegen 16,5 %. Van een aanmerkelijk belang is er sprake wanneer iemand een participatie van minstens 25 % in een binnenlandse vennootschap heeft. Om te kijken of de drempel van 25 % is overschreden, wordt niet alleen gekeken naar het aandelenbezit op het ogenblik waarop de meerwaarden gerealiseerd worden. De fiscus kijkt naar de periode van vijf jaar vóór de overdracht van de aandelen. Het volstaat dat de overdrager op eender welk ogenblik in deze periode een participatie heeft gehad van minstens 25 %. Bovendien hoeft hij die participatie niet helemaal zelf te bezitten. Men kijkt naar de aandelen in het bezit van de overdrager, zijn echtgenote, zijn afstammelingen, zijn ascendenten, en zijn zijverwanten tot en met de tweede graad en die van zijn echtgenote. Het volstaat dat zij samen op eender welk ogenblik in die periode van vijf jaar ten minste 25 % van de aandelen in de binnenlandse vennootschap bezeten hebben. De belasting op het aanmerkelijk belang werd in 1976 ingevoerd. Dertig jaar geleden. Toch wordt ze in de praktijk nauwelijks toegepast. Dat komt omdat het toepassingsgebied een merkwaardig parcours heeft afgelegd. Oorspronkelijk gold ze alleen bij de overdracht van aandelen aan Belgische vennootschappen. Geen jaar later werd het toepassingsgebied uitgebreid: vanaf dan was de belasting verschuldigd bij overdracht aan Belgische én buitenlandse vennootschappen (en andere rechtspersonen). Maar in 1984 werd bijna geruisloos een wetswijziging doorgevoerd die de belasting op het aanmerkelijk belang eigenlijk een stille dood deed sterven. De belasting was sindsdien nog alleen van toepassing bij de overdracht van aandelen aan een buitenlandse vennootschap (of andere rechtspersoon). En dus niet meer bij de overdracht aan Belgische vennootschappen en rechtspersonen. Bij de overdracht aan buitenlandse vennootschappen kon de belasting dus nog wel verschuldigd zijn. Maar dat probleem werd in de praktijk met wat kunst- en vliegwerk opgelost. Het trucje bestond erin de aandelen niet rechtstreeks over te dragen aan een buitenlandse vennootschap, maar via een Belgische vennootschap. Als die de aandelen meer dan een jaar bij zich hield (en de administratie geen misbruik kon detecteren) was er geen belasting op het aanmerkelijk belang verschuldigd, ook niet als de aandelen nadien doorverkocht werden aan een buitenlandse vennootschap. Europa. De volgende stap in het verhaal dateert van twee jaar geleden. Het Europees Hof van Justitie besliste toen dat de Belgische belasting op het aanmerkelijk belang strijdig is met de grondbeginselen van het Europese recht. België heft namelijk wel belasting bij de overdracht aan buitenlandse vennootschappen, maar niet bij de overdracht aan Belgische vennootschappen. Die strijdigheid heeft tot gevolg dat België zijn wetgeving moet aanpassen. Tot nog toe heeft de overheid dat niet gedaan. Maar dat wil niet zeggen dat de belasting op het aanmerkelijk belang nog altijd zonder meer van toepassing is. Onder meer uit het aangifteformulier in de personenbelasting kan worden opgemaakt dat de administratie de belasting niet meer van toepassing acht bij de overdracht van aandelen aan buitenlandse vennootschappen en rechtspersonen die in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigd zijn. Meer zelfs, uit hetzelfde aangifteformulier blijkt dat de administratie de belasting ook niet meer van toepassing acht bij de overdracht aan vennootschappen en rechtspersonen die in IJsland, Liechtenstein of Noorwegen gevestigd zijn (de drie landen die niet tot de Europese Unie, maar wel tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoren). De administratie acht de belasting dus nog alleen van toepassing bij de overdracht aan vennootschappen en rechtspersonen die buiten de EER gevestigd zijn. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Jan Van Dyck