HET EUROPEES HOF van Justitie heeft geoordeeld dat België geen kadastraal inkomen (KI) mag hanteren als grondslag voor een woonbelasting. Dat is betreurenswaardig. Het KI is een typisch Belgisch instrument, dat perfect past in de fiscale autonomie.

Toch is de veroordeling meegenomen. Het KI is gebaseerd op de schatting van het fictieve huurinkomen in 1975. Sindsdien is er geen herschatting gebeurd. In verarmde stadswijken waar vroeger chique winkels stonden, betalen inwoners te veel. In de rand betalen ze het lage tarief uit de tijd dat hun dorp een achtergebleven landbouwgebied was.

Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA) pleitte terecht al voor een herschatting. Partijgenoot en minister van Financiën Johan Van Overtveldt floot haar terug. Zijn administratie kan dat niet bolwerken, opperde hij. Waarop zijn eigen topambtenaren in Trends verklaarden dat dat wel zou kunnen. Maar de financiële belangen van het stedelijke electoraat van de N-VA staan lijnrecht tegenover die van de vermogende kiezers buiten de steden.

Ook na een herberekening zou Europa België terugfluiten. Een belasting op de reële inkomsten van verhuurders zou rechtvaardiger zijn. De kosten die de eigenaar aan een woning doet, kunnen dan worden afgetrokken van de huurinkomsten, wat eigenaars zou stimuleren de kwaliteit te verbeteren. Bovendien zouden die werken niet meer gebeuren door bijklussers, maar door bedrijven die wel keurig de factuur aangeven. De N-VA kan de invoering van zo'n belasting dan weer presenteren als een belastingverlaging voor de bewoners van hun eigen huis. Iedereen tevreden toch?